Skip to main content

nr3 • 2008 • Controverse beslechten

februari 2008 (22e jaargang nr.3)

Controverse over de doop beslechten
ds. G. Hette Abma

Hoe triest is het te constateren dat het doopwater scheiding brengt. Wat bedoeld was als teken van verbondenheid met Christus en van de eenheid met alle andere gelovigen is geworden tot een twistpunt. Zou het niet mogelijk zijn de tegenstellingen te overbruggen? Voor mij is het een teken van ongeloof als iemand het overmoedig vindt om te streven naar overeenstemming in de opvatting omtrent de doop.

Om te beginnen is het belangrijk vast te stellen dat het mogelijk is op grond van de Heilige Schrift tot heel verschillende conclusies te komen. Je kunt overtuigend aantonen dat het goed is als we jonge kinderen dopen. Maar evenzeer is de keuze voor de doop van volwassenen op basis van de Bijbel te verdedigen.

Kinderdoop
Als je probeert met teksten te verdedigen dat in de Bijbel de kinderdoop wordt geleerd, kom je onvermijdelijk van een koude kermis thuis. Stelselmatig heb ik dit aan mijn catechisanten te kennen gegeven. Je kunt beter proberen helder te krijgen wat het inhoudt als God zijn verbond opricht met Abraham. ‘Zijn trouw aan Israël heeft hij nooit gekrenkt,’ zegt de Psalmdichter. Je moet van beton zijn als je daar niet lyrisch van kunt worden. Op een identieke wijze wil de HERE immers zijn beloften ook voor ons en onze kinderen garanderen. Het wekt verwondering dat God niet eerst wil weten welk vlees Hij in de doopkuip heeft! Voordat ik nog enig blijk van mijn vroomheid kan geven, verschaft God mij de verzekering dat Hij me lief heeft! Later leer je het met dure woorden te zeggen: dat is de gratia preveniens! En de genade is permanent. Juist als je helemaal geen teken geeft van je toewijding aan God wil de HERE in een onbegrijpelijke trouw jou zijn liefde bewijzen.

Volwassendoop
In de ontmoeting met broeders en zusters die opteren voor de doop van volwassenen springt altijd weer een vonk bij mij over. Als Paulus in Romeinen 6 schrijft over ‘het begraven zijn in de dood van Christus en met Hem opgewekt zijn door de majesteit van de Vader opdat we in de vernieuwing van het leven zouden wandelen,’ wil hij toch in herinnering roepen dat je gedoopt werd. Van mijn kant probeer ik weerwerk te geven door te verklaren dat ik dit heb leren zien als een voldongen heilsfeit, waar de kinderdoop mij een garantie van geeft. Maar dan wijst mijn gesprekspartner op de uitspraak van de apostel in de brief aan de Galaten: ‘Gij allen die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed’ (3:27). Roept hij dan niet in herinnering wat een gelovige bewust ervaren heeft? Als Petrus spreek over ‘de doop die een bede is van een goed geweten’, kun je dat toch moeilijk van toepassing verklaren op de kinderdoop (1 Petr. 3:21). Al weet ik me als geroutineerd theoloog vaak behendig in allerlei bochten te wringen, toch lukt me dat op zo’n moment niet meer. Is het niet beter dit eerlijk toe te geven?

Verbondsvernieuwing
Naar mijn overtuiging is het pijnlijk wanneer wij broeders en zusters die met dergelijke bijbelse argumenten komen de mond willen snoeren. Wat zeggen wij vervolgens als iemand die weliswaar als kind gedoopt werd te kennen geeft ernaar te verlangen in de doop door onderdompeling het sterven met Christus en met Hem opstaan te ervaren? Laten we maar niet voorbarig vaststellen dat op die manier de kinderdoop wordt geloochend.
Volgens de Nederlandse Geloofsbelijdenis kun je ‘slechts éénmaal gedoopt worden, want je kunt ook niet tweemaal geboren worden’ (art. 34). Na de misère ten gevolge van de leer der veronderstelde wedergeboorte moeten we zo’n argument niet klakkeloos overnemen. Dat geldt naar mijn besef ook van wat er verder staat in hetzelfde artikel: Jezus Christus (!) ‘heeft de besnijdenis afgeschaft en in plaats daarvan het sacrament van de doop ingesteld’. Wie deze redenatie toch wel wil vasthouden, komt onvermijdelijk in de problemen met het feit dat Jezus zich wilde laten dopen, terwijl Hij reeds besneden was.
Alles kan ik maar kort aanstippen. Een eerste vermelding van een ‘overdoop’ vinden we al in de Handelingen. Na de doop van Johannes volgt de onderdompeling op de naam van Jezus. Bij die gelegenheid kwam de Heilige Geest op de gelovigen in Efeze. Dus we zullen het ook over de doop met de Heilige Geest moeten hebben. Volgens de schrijver aan de Hebreeën gaat het dan over zaken die heel basic zijn (6:2).
Valt er op grond van de Heilige Schrift niet te spreken over de mogelijkheid tot een verbondsvernieuwing? Willen we als kerken der reformatie de verbondsnotie niet een verstard begrip laten worden, dan zullen we daar ruimte voor moeten bieden.

Doopervaring
Geef de mogelijkheid aan iemand die als kind reeds gedoopt is door onderdompeling het sterven met Christus en met Hem opstaan te beleven, zou ik zeggen. Denk niet meteen dat dit verlangen alleen maar voort komt uit onze ervaringscultuur. Het is toch echt de apostel Paulus die er op zo’n treffende manier over schrijft dat mensen graag helemaal ondergedompeld willen worden!
Zijn er geen risico’s? Zeker. Er mag niet met verachting worden gesproken over de kinderdoop. Alle bijbelse motieven dienen we te honoreren. Als kinderen worden besprenkeld gaat het om de verkiezende liefde van de God van het verbond. Bij de openbare belijdenis van het geloof mag de respons van onze kant volgen. En dat is op zichzelf voldoende. Wanneer iemand dan ook graag met onderdompeling gedoopt wil worden, kan dit een bevestiging van de verbondsbelofte zijn voor degene die ervoor kiest Christus te volgen als zijn Heer en Heiland.
Met deze door mij bepleite benadering wil ik een suggestie geven om een eeuwenoude controverse te overstijgen.

Ds. G. Hette Abma is predikant (PKN) te Gouda.