Skip to main content

nr4 • 2009 • Laatst geboekt

april 2009 (23e jaargang nr. 4)

Laatst geboekt

De clou van de hele grap
G. Hette Abma

‘In onze tijd kan men om de idee van de theocratie alleen maar lachen, maar ik ben ervan overtuigd dat men in de eenentwintigste eeuw zal merken dat dit de clou van de hele grap is’, zo gaf prof. A.A. van Ruler ooit uitdrukking aan zijn diepste overtuiging. Wie deze speelse opmerking volstrekt serieus neemt, zal na de wisseling van het millennium alert zijn. We weten niet of het al direct aan het begin van de nieuwe eeuw is of pas veel later. Dit is niet duidelijk aangegeven. Inmiddels hebben we al heel ingrijpende gebeurtenissen beleefd. Hoe dan ook: het is oppassen geblazen. Waar het uiteindelijk om gaat moet niet aan onze aandacht ontsnappen!

Met meer dan gewone interesse greep ik daarom naar de nieuwe publicatie van dr. ir. J. van der Graaf, Een land van minderheden (Heerenveen, 2008) Jarenlang heeft de vroegere algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond binnen de Nederlandse Hervormde Kerk zich laten kennen als een theocraat pur sang. Daarbij heeft hij zich steeds schatplichtig betoond aan de befaamde Utrechtse hoogleraar. Zou hij nu eindelijk kunnen vertellen wat de clou is van de grap?
In houtskoollijnen tekent Van der Graaf hoe door de loop der eeuwen gedacht is over de wijze waarop de volgelingen van Jezus staan in het publieke domein. Ongetwijfeld leerzaam. Het is dringend noodzakelijk het verleden erbij te betrekken. Maar de actuele situatie stelt ons voor totaal nieuwe beslissingen. In onze tijd spitst zich alles heel erg toe. Hoe staat een christen in een multiculturele samenleving? Er is wel lef voor nodig om in die context de belijdenis aangaande de regering van God hoog te houden. Voor iemand er zelf erg in heeft is die in de rol van een ayatollah gemanoeuvreerd.

Kruistheologie
Met alle waardering maakt Van der Graaf naar mijn besef toch teveel een terugtrekkende beweging. Hij opteert voor de christocratie: ‘Tussen de tijd van de opstanding van Christus en diens wederkomst heeft de Vader het bewind in de handen van zijn Zoon gegeven’. Zo wil hij ons erop attenderen dat Christus heerst vanaf het kruis te midden van zijn vijanden. Vandaar het accent op de navolging van Christus. Daarbij laat hij zien hoe Thomas à Kempis ons wil leren wat het is innerlijk te lijden aan de wereld en de eigen onvolmaaktheid. Terwijl Dietrich Bonhoeffer juist benadrukt dat de innerlijke weerbaarheid van belang is, omdat de navolging onvermijdelijk brengt tot kruis dragen. Van harte wil ik Van der Graaf daarin bijvallen, alleen blijft het een eenzijdig verhaal.
Als er verdrukking komt zal iemand zijn theocratisch getuigenis zomaar met de dood moeten bekopen. Er kunnen evenwel ook perioden van vrijheid zijn, zoals we daar nu nog van mogen profiteren. In die situatie kunnen we een voorproef van het zegenrijk bestuur van de komende Messias ontvangen. Gelet op enige citaten heb ik de indruk dat Van der Graaf zich sterk laat beïnvloeden door dr. A. van de Beek. In zijn lijvige boek God doet recht (Zoetermeer 2008) laat deze hoogleraar de eschatologie helemaal verdwijnen in een verengde christologie. Aan het kruis manifesteerde zich het Koninkrijk van God. De verwachting van het nabije Koninkrijk van God is allerminst een misvatting geweest. Het is bevreemdend als men zich in de christelijke gemeente blijft afvragen: doet God recht? Alsof God niet definitief heeft ingegrepen. We kunnen alleen uitzien naar de voleinding. In de geschiedenis staat ons niets meer te wachten.

Neutrale staat
Eind oktober 2008 is de jubileumbundel ‘Op weg naar honderd jaar SGP’ (Gouda 2008) gepresenteerd. Opzienbarend is de bijdrage van ds. W. Visscher. Deze predikant van de Gereformeerde Gemeente te Amersfoort pleit daarin voor de tactische aanvaarding van de neutrale staat als respons op de seculiere samenleving. Al verwijst hij in zijn betoog naar Groen van Prinsterer, toch zal het duidelijk zijn dat dit voor Ph.J. Hoedemaker en A.A. van Ruler niet anders is dan vloeken in de kerk. Wie nog eens kijkt naar de titel van de jubileumbundel vraagt zich onwillekeurig af: zal de SGP het eeuwfeest nog vieren?
Wat is de wijze van redeneren bij ds. Visscher? Destijds ging het Groen niet om een principiële aanvaarding van de neutrale staat. Door zijn opstelling wilde hij erger voorkomen. Als gevaar zag hij het ontstaan van een antireligieuze staat. Het gaat ook nu om een tactische aanvaarding als verweer tegen de dwangmatige trekken van de gelijkheidsideologie. Met een beroep op de ideologische onpartijdigheid wil de predikant in de publieke ruimte vrijheid claimen voor de christenen. Met het befaamde artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis komt hij zo onvermijdelijk in tegenspraak. Er is volgens hem echter een nadere doordenking nodig, want ‘je kunt niet ruimte vragen voor eigen scholen en dit aan anderen ontzeggen’. In dat verband laat hij zich kritisch uit over degenen die benauwd zijn voor een islamisering van de samenleving. Naar zijn overtuiging zal de secularisatie het grootste probleem zijn in de nabije toekomst.

Islamitische dictatuur
Een discussie is hiermee losgemaakt. Later blijkt SGP-voorman ir. Bas van der Vlies het bijvoorbeeld niet zo’n goede suggestie te vinden om de neutrale staat te aanvaarden, omdat de overheid immers Gods dienaresse is. Toch was hij wel degene die tijdens de jubileumbijeenkomst met de opmerkelijke verklaring kwam, dat ‘SGP-prominenten niet langer zullen zeggen dat ze de theocratie voorstaan, maar dat ze bijbels genormeerde politiek nastreven’. Naar zijn besef is het beter het begrip theocratie te vermijden, omdat het snel misverstanden oproept. Daarbij doelt hij op de associaties met moslimfundamentalisten, die streven naar een islamitische dictatuur.
Dr. Bart-Jan Spruijt vindt dat ds. Visscher de dreiging van de islam onderschat (RD 27-10-08). Er is een strijd op twee fronten te leveren. Zal ons land islamiseren? Bij de beantwoording van deze vraag is niet de omvang van de islamitische bevolkingsgroep van belang, maar gaat het om onze houding. Zijn we ons bewust van onze waarden en zijn we bereid die te verdedigen? Of zijn we inschikkelijk en toegeeflijk uit angst voor dreiging en intimidatie? Naar mijn besef slaat hij de spijker op de kop. Nog altijd gevangen in het politiek correcte denken hebben velen er geen benul van wat de dhimmitude (zich bedreigd voelende niet-moslims nemen een onderdanige houding aan en onthouden zich van kritiek op de islam) eigenlijk is. Om kort te gaan noem ik nog als voorlaatst geboekt: Bat Ye’or, Eurabië, De geheime banden tussen Europa en de Arabische wereld (Amsterdam 2007).
Volgens Spruijt is er weinig reden tot het relativeren van de ontwikkeling in onze samenleving. Waarom doet Visscher dat toch wel? Ontmaskerend suggereert hij: zou het niet van Kuyperiaans machtsdenken getuigen, wanneer deze predikant denkt dat het grote gevaar dreigt van de seculiere kant en hij de moslims vooral als bondgenoten wil zien? De bijval vanuit de kring van de ChristenUnie bevestigt deze analyse. Wie weet dat Spruijt zelf helemaal ademt in de sfeer van het conservatisme zal van hem geen pleidooi voor de theocratie verwachten. Van wie dan wel? Misschien van dr. ir. J. van der Graaf?

Geen vorm, maar norm
Van der Graaf is van oordeel dat het schrappen van het begrip theocratie als slimme manoeuvre een brug te ver is. Maar het uit tactisch oogpunt aanvaarden van de neutrale staat gaat hem juist weer niet ver genoeg (RD 28-10-08). In zijn reactie vat hij de teneur van zijn eigen boek samen. We moeten de belijdenis van de theocratie hoog houden. Alles moet Hem eren. En ook al houden niet allen Hem in ere, toch regeert Hij over alles. Zichtbaar heeft de theocratie gestalte gekregen in het kruis. Christus triomfeerde over de machten. Voorgoed is het bewind over de wereld in zijn handen gelegd. In de toekomst zal het kruis het beslissend teken kunnen zijn, omdat men de uitgesproken belijdenis met de dood moet bekopen. Schrap het kostbare begrip van de theocratie niet, zegt Van der Graaf. Hier past geen tactiek of diplomatie. Geef er de juiste invulling aan. De theocratie is geen staatsvorm, maar norm in het bestuur van God over de wereld. Daarin heeft ook de politiek een plaats.
Zoals te verwachten stemt Van der Graaf in met het aanvaarden van de neutrale staat. Hij wil nog een stap verder gaan en weigert te spreken over een tactische keuze. Dit leidt gemakkelijk tot een dubbele agenda. We hebben de roeping politiek te bedrijven in een gevallen wereld, die toch Gods wereld blijft. Frank en vrij kunnen we daarin staan met het getuigenis van profeten en apostelen. Met deze benadering zou ik graag mijn instemming willen betuigen. Dit is wat in artikel 36 wordt samengevat als ‘het bevorderen van het Koninkrijk van Christus, opdat God door ieder geëerd en gediend wordt’. Maar wat doet hij met de vaak gewraakte woorden, die de Gereformeerde synode te Utrecht in 1905 zelfs heeft geschrapt: ‘om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valse godsdienst om het rijk van de antichrist te gronde te richten’? In zijn boek schrijft hij dat we moeten komen tot een ‘contextuele verduidelijking’ (pag. 216). Hij wil het misverstand uitsluiten dat het christelijk geloof met het zwaard kan worden afgedwongen. Het gaat hem niet om ‘een herziening, maar een actualiserende hertaling.’ Is dit zo? Of neemt hij toch afstand van de ongekuiste versie van artikel 36?

Contextueel
Over dit punt zouden we eens een gedegen discussie moeten starten. Het veelbetekenende woord ‘contextueel’ valt immers. In het Reformatorisch Dagblad stond reeds een hele serie artikelen op de podiumpagina. Met de schrijver van de brief aan de Hebreeën verzucht ik: wat zal ik nog verder aanvoeren? De ruimte zou me ontbreken te vermelden wat L.M.P. Scholten, W.J. op ’t Hof en C.S.L. Janse hebben geschreven. Ongetwijfeld zal er erkenning zijn in Babel, wanneer C.P. Polderman beweert dat ‘SGP-ers geen democraten zijn, al maken ze gebruik van de mogelijkheden die de parlementaire democratie biedt’. Op deze manier bevestigt hij helaas de karikatuur dat men streeft naar een gereformeerde dictatuur.
Naar mijn indruk heeft Jan van der Graaf nog niet gezegd wat de clou van de hele grap nu eigenlijk is. Misschien is het ook te vroeg. We staan nog maar aan het begin van de 21e eeuw. Graag wil ik er iets over kwijt. Denk niet dat de Utrechtse hoogleraar met zijn uitspraak bedoelde te zeggen dat het uiteindelijk blijkt te gaan om een klucht of zo iets. Winston Churchill zei al: ‘Een grap is iets zeer ernstigs’.
In zijn boek Theocratie of ideologie, Het dilemma van de huidige christenheid (Den Haag 1977) is dr. W. Aalders lelijk uitgevallen naar A.A. van Ruler. ‘Diens theologie is te weelderig, te dionysisch, te vrijbuiterig en speels, om reformatorisch te heten. Wat hij schrijft, is meer vervoerde tongentaal, dan bezonken theologie.’ Zo wil hij waarschuwen tegen het gevaar van messiaans en chiliastisch denken. Wie durft zich nog te oriënteren op deze scherp veroordeelde theoloog? Toch heeft hij zulke behartigenswaardige dingen gezegd over de theocratie. Het zal tot onze grote schade zijn als we dat alles veronachtzamen. Gegarandeerd zal de clou je ontgaan.

ds. G. Hette Abma is predikant te Gouda (PKN)