Skip to main content

nr1 • 2009 • Kerk en tussen-uit-generatie

september 2009 (24e jaargang nr. 1)

Kerk en tussen-uit-generatie 

drs. W. Dekker

Terwijl ik me ertoe zet dit artikel te schrijven, bereid ik ook een heidag voor met een kerkenraad van een gereformeerde bondsgemeente. Drie knelpunten moeten die dag besproken worden, waarvan het tweede luidt: Jonge gezinnen hebben de kerk verlaten. Tussengeneratie (25-40 jaar) blijft weg; zowel ouders als kinderen. Over dat knelpunt wil ik ook in dit artikel iets schrijven. Hier en daar zal er wat overlap zijn met het vorige thema-artikel, maar ik kies een eigen uitgangspunt: de studiedag die op 18 juni werd belegd door de Protestantse Kerk in Nederland onder de titel: Het gat van de kerk. Over de tussen-uit-generatie.

Naar aanleiding van de studiedag gaf de PKN een brochure uit om het gesprek in kerkenraden en gemeentebreed over dit thema te bevorderen. Zie www.pkn.nl/tussengeneratie. In deze brochure staat een liedje van Robert Long, al een favoriete zanger toen ik in de jaren zestig op de middelbare school zat, maar dit liedje staat op een cd uit 1999.

Zondag op de boerderij

Vroeger, in het dorp waar ik naar school ging,
Was het leven keurig ingedeeld
Je kwam het verst met ijver en Godsbesef
En plichtsgevoel
En alles had zijn vaste plaats en elke dag
Zijn eigen doel
Een vast patroon van tranen, zweet en eelt

Refrein:

A. Want maandag was wasdag
En dinsdag was strijkdag
De woensdag gehaktdag
En donderdag was kliekjesdag
De vrijdag was visdag
En zaterdags ging iedereen in bad
B. En dan kwam de zondag, op de boerderij
De dag des Heeren, dus je mocht niet werken
Alleen de dominees, in altijd volle kerken
Die waren uitgerekend op die dag niet vrij

Vroeger in het dorp waar ik naar school ging
Werd het grindpad ’s zaterdags geharkt
De plaatselijke slager en de plaatselijke kruidenier
Daar was je vaak op zaterdag pas aan de beurt
Na een kwartier
En nergens een Big Mac of supermarkt

Refrein

A. Idem
B. En dan was het zondag, op de boerderij
De hele dorpsgemeenschap was weer neergestreken
Op houten banken onderging men donderpreken
En zong daar, gal-le-mend, de juiste psalmen bij

Nu, zowat een halve eeuw dichterbij
Is het tempo aardig opgeschroefd
De wereld heeft intussen bijna ongemerkt de pas versneld
We willen alles tegelijk; vakantie, vrijheid, werk en geld
Alles moet kunnen, bijna niets meer hoeft.

Refrein:

En maandag is baaldag
En dinsdag is golfdag
En woensdag blijft gehaktdag
En donderdag is fitnessdag
En vrijdag is kroegdag
En zaterdag gaat iedereen de disco in…

En dan op zondag kom je weer wat bij
Al moet je ’s middags wel je boodschappen gaan kopen
Dat kan natuurlijk, want de winkels blijven open
Alleen de dominees…die zijn zondag vrij.

Veranderde cultuur
Ik lees nogal eens een boek over onze veranderde cultuur met allemaal moeilijke woorden, die ik na enig nadenken wel begrijp. Maar zo’n liedje vat heel veel samen en komt ook niet alleen binnen in je verstand, maar vooral in je beleving. De tijd die Robert Long bezingt, heb ik zelf  meegemaakt en de sfeer van vandaag die hij tekent, voel ik ook aan de lijve. In mijzelf is het geloof gegroeid in de setting van voorheen, bij mijn kinderen al niet meer, hoewel wij veel vormen in de opvoeding probeerden vast te houden, maar in de loop van de tijd sneuvelde dan de ene dan de andere vorm. Maar de zondag daar moet je heel zuinig op zijn, heb ik altijd geroepen. Wanneer we die kwijtraken, raken we veel meer kwijt. Ik zie echter bij hen en hun vrienden, dat ook de zondag onder grote druk staat. Twee keer steevast naar de kerk gaan is een uitzondering bij de dertigers, die ik ken en die allemaal uit een orthodox milieu komen, waar dat voorheen wel praktijk was. In gesprekken hierover hoor ik van alles door elkaar: te moe, niet veel aan in de kerk, preken zijn totaal voorspelbaar, niet inspirerende diensten, maar ook: waar is het voor nodig, ik heb God in mijn hart en daar hoef ik dus niet altijd voor naar de kerk. Bij sommigen merk ik dat ze behalve de vorm ook heel veel inhoud aan het loslaten zijn: de christelijke leer is te strak, Jezus is niet de enige weg, het gaat om contact met een goddelijke kern in jezelf en die ervaren niet alleen christenen.
Ik ben hier niet optimistisch over, maar ervaar dat het loslaten van de vormen, die in een bepaalde cultuur ingebed waren, voor velen ook betekent, dat de inhoud op losse schroeven komt te staan. Ik zou dan ook een krachtig pleidooi willen voeren voor nieuwe en sterke vormen, want zonder vorm geen inhoud.

Is de kerk de weg kwijt?
Op de studiedag heb ik me de vraag gesteld of de kerk de weg kwijt is. Die vraag stel ik me nog bijna dagelijks wanneer ik over al de geluiden nadenk die ik op die dag hoorde. Laat ik beginnen met te zeggen, dat ik het een heel goed initiatief vond van de PKN om de thematiek van de tussen-uit-generatie aan de orde te stellen. Het lastige is daarbij wel, dat we te maken hebben met een heel brede kerk, waar de thematiek in de praktijk op heel verschillende manieren wordt ervaren. Ik sprak overigens op de conferentie ook iemand uit de Gereformeerde Gemeenten, die zeer geïnteresseerd was, omdat volgens hem in de gemeenten van zijn kerkverband de kwestie ook steeds meer gevoeld wordt. In die zin zou je kunnen zeggen is er sprake van een verschijnsel, dat te maken heeft met verschuivingen in de cultuur, die aan geen kerkgemeenschap voorbijgaan. Toch zijn er heel grote verschillen. In de Gereformeerde Gemeenten, en dat zal ook gelden voor veel orthodoxe gemeenten binnen de PKN, heeft men vooral te maken met het feit, dat de dertigers steeds drukker worden, daarom het twee keer naar de kerk gaan niet altijd meer op kunnen brengen en veel minder bereid zijn taken op zich te nemen in de gemeente, laat staan ambten te vervullen.
In andere gemeenten vertaalt zich het verschijnsel in een zeer geringe betrokkenheid van deze generatie op het gemeente zijn in alle geledingen. Hooguit stuurt men zijn kinderen nog naar iets van de kerk, maar zelf komt men er nauwelijks meer toe kerkdiensten te bezoeken, laat staan mee te doen aan lang durende activiteiten. In weer andere gemeenten kwamen de dertigers ook al niet meer toen ze veertien waren. In heel veel gemeenten is het immers zo, dat de kinderkerk de door de kerk zelf aangelegde loopplank werd om de kerk te verlaten. In nog weer andere gemeenten (vele) is er al jaren sprake van achteruitgang over de hele linie. Ten slotte zijn er dan ook nog enkele stadsgemeenten, waar de dertigers juist de hoofdmoot vormen en ook nog met veel enthousiasme.
Probeer zo maar eens als kerk iets aan te reiken, waar ieder wat aan heeft. Tijdens de studiedag viel me op, dat door de sprekers de thematiek ook veel breder werd aangepakt en betrokken op het voortbestaan van de kerk sowieso in onze totaal veranderde samenleving. Zelf wijdde ik nog een stukje van mijn lezing aan de dertigers met een pleidooi hen extra pastorale aandacht te geven, hun vragen veel meer serieus te nemen in de preek, hen niet teveel taken te geven en vooral de kerk een uitstraling te geven van een oase in plaats van een kazerne. In de discussie werd hier echter niet veel meer mee gedaan. Het gesprek ging op een gegeven moment voornamelijk over de vraag waarom we nog zo graag de kerk weer vol wilden hebben.
Dr. G. Heitink hield een sterk pleidooi om ook de mensen serieus te nemen, die niet tot de binnenste cirkel van de gemeente behoren. De kerk moet weer een luisterhouding aan gaan nemen tegenover degenen, die er niet meer komen of er nooit kwamen, want daar valt voor de kerk veel te leren. In een open dialoog kan er dan ook van de andere kant iets geleerd worden. Dr. J. Jeroense rekende helemaal af met de gedachte, dat de kerk ooit weer vol zou worden. Dat moeten we echt vergeten, zei hij. Maar laat de kerk dan gaan functioneren als een klooster. Daar heb je niet zo heel veel mensen voor nodig. Maar zij kunnen plaatsvervangend bidden, het kanaal naar de hemel open houden en intussen een aanlegsteiger bieden voor zoekers naar zin.
Waarom schreef ik nu hierboven: is de kerk de weg kwijt? Wel omdat reeds in de lezingen, maar vooral in het nagesprek bleek, dat we niet alleen praktisch met heel verschillende situaties te maken hebben in de PKN, maar dat we ook fundamenteel verschillend denken over de betekenis van de kerk zelf.

Buiten de kerk geen heil
Van Augustinus is de uitspraak, dat wie de kerk niet tot moeder heeft, God niet tot Vader kan hebben. Van Cyprianus de andere uitspraak: Buiten de kerk geen heil. Ook de Reformatie bleef in dit spoor. De kerk is een bijzondere schepping van God met zijn verkiezing als het fundament en Christus als het hoofd. Die kerk bevat alle gelovigen van alle tijden en plaatsen. Daarin is ze katholiek. Maar die kerk is dus ook heilsnoodzakelijk. Mijn indruk is dat deze noties in grote delen van onze kerk geheel zijn weggeëbd. Ik vind daarom dat het hoog tijd wordt de betekenis van de kerk weer heel uitdrukkelijk naar voren te halen. Niet als sociologisch instituut. Dat is de kerk ook, maar wanneer we hier het uitgangspunt nemen focussen we in de discussie ook voornamelijk op alle culturele veranderingen, die de kerk in onze context voor heel veel mensen van betekenis heeft doen veranderen.
We moeten weer theologisch over de kerk gaan spreken, gewoon zoals het Nieuwe Testament dat doet en de kerkvaders met de reformatoren. De kerk is de kathedraal van Gods liefde, de sacramentele gemeenschap met Christus, de woonplaats van de Geest, waar mensen heil vinden, dat nergens anders te vinden is.
Er staat werkelijk wat op het spel wanneer mensen de band met die gemeenschap loslaten.
Collega’s zeiden op de studiedag: ik weet niet of ik zelf nog wel bij de kerk zou horen, wanneer ik geen predikant was. Nee, dat weet ik van mezelf natuurlijk ook niet. Maar ik hoop het wel van ganser harte. Ik mis in de breedte van de PKN de echte worsteling om kerk van Jezus Christus te zijn vandaag, het hoge geheim daarvan te koesteren en uit te dragen, er in zekere zin trots op te zijn. Trots, een raar woord, maar toch: want Christus heeft ons het feestkleed aangetrokken, terwijl we van onszelf niets anders dan lompen hadden. Zolang wij deze ‘trots’, dit blije niet uitstralen hoeft het ons niet te verwonderen, dat de gemeenten verder krimpen en kwijnen.

 

En als je dan zo druk bent...
Druk zijn is een heel serieus probleem van onze samenleving en in het bijzonder van de dertigers. Ik vind dan ook, dat de kerk hen niet ook nog eens met allerlei taken moet belasten. Sommigen zullen het kunnen om naast al het andere ook heel actief te zijn in de kerk, zoals één van de geïnterviewden in dit nummer. Maar voor velen geldt, dat ze andere prioriteiten moeten stellen. Laat dat dan zo. Het is al geweldig wanneer ze ’s zondags met een enigszins fris hoofd in de kerk komen. Trouwens die zondagse dienst is het belangrijkste van de kerk. Daar wordt het heil geschonken, daar wordt de rust geschonken. Die dienst kan niet eerbiedig genoeg zijn, niet spiritueel genoeg, niet verzorgd genoeg. Waar dat enigermate zo is, ervaren ook dertigers  en soms juist zij, zo’n dienst als een warm bad, echt iets om helemaal van bij te komen. Moeten ze ook nog een tweede keer naar de kerk? Er hoeft niets. Dat is punt een. Punt twee is, dat de gemeenten er goed aan doen, voor zover mogelijk, op de zondagavond een verschillend aanbod te hebben. De een zal graag naar een leerdienst gaan. Die is ook zeer belangrijk. De ander zal zich echter te moe en te vol daarvoor voelen en gaat wellicht graag naar een soort avondgebed met vooral stilte en aanbidding, het lezen van enkele kernachtige teksten. Weer een ander vindt het teveel om nog weer naar allemaal woorden te luisteren, maar zal het ontspannend vinden samen te zingen. Het lijkt me wel goed ook de avond van de zondag af te sluiten in de gemeenschap van de gemeente voor het aangezicht van God. Zo gemakkelijk wordt na de ene dienst op de zondagmorgen de rest van de dag weer besteed aan allerlei dingen waar de week ook al vol van is. Dat is een slechte zaak.
Hierboven schreef ik, dat ik een krachtig pleidooi zou willen houden voor nieuwe en sterke vormen. Wat betreft de zondag is dit nieuwe heel oud: een zondagsviering, die veel lijkt op de joodse viering van de sabbat, een afgezonderde dag, vol van de vreugde in God, de vreugde van het leven, de vreugde van het bij elkaar zijn, de vreugde van het volk van God zijn. Het liefst even niets anders dan dat.
Wie meent op zijn eigen manier te kunnen geloven zal snel merken, of hij nu dertiger of vijftiger is, dat dit inderdaad prima kan, maar het katholieke geloof van de kerk zal hem steeds meer vreemd worden. We zijn namelijk van nature heiden. Daar hoeven we verder helemaal niets voor te doen.