Skip to main content

nr1 • 2009 • Gesprek met dertigers

september 2009 (24e jaargang nr. 1)

 

Een strijd tussen willen en kunnen

In gesprek met dertigers

Leneke Marchand en Marja Brak

Deelnemers aan het gesprek:
Willem van den Born (31), senior accountmanager in de software, heeft sinds kort een vriendin, groeide op in de Gereformeerde Gemeenten en is nu lid van een hervormde gemeente binnen de PKN.
Carin Oltvoort (35), advocaat, getrouwd, een zoontje, is opgegroeid in een hervormd-gereformeerd gezin, na verhuizing aangesloten bij de Ned. Geref. Kerk.
Edwin Struik (32), organisatieadviseur, getrouwd, drie dochters, lid van een hervormde gemeente binnen de PKN.

Gelden al die algemeenheden over de dertigers ook voor meelevende gemeenteleden in wat we grofweg aanduiden als Kontekstueel-kringen (wat dat dan ook mogen zijn…)? We nodigden enkele mensen uit de betreffende leeftijdsgroep uit, gekozen uit bekenden van redactieleden, om daar over te praten. En misschien veelzeggend: één van de vier genodigden moest op het laatste moment afhaken wegens drukke werkzaamheden. Eerst passeren even wat koetjes en kalfjes, maar daar zitten we niet voor en na een korte kennismaking wordt de eerste vraag afgevuurd.

Vormen dertigers een aparte generatie met een eigen cultuur? Gelden voor jullie de stereotypen: moeite met binden, alles willen, niet kunnen kiezen?
Edwin: ‘Ik herken het voor mezelf niet. In mijn studententijd gold het wel: doen alsof, meedoen, elkaar nadoen. Mijn vrouw en ik hebben vroeg kinderen gekregen, dus moesten wij eerder keuzes maken. In mijn werk als coach zie ik het bij mijn generatie wel: kersvers van de universiteit afkomend krijgen mensen voor hun leeftijd te veel verantwoordelijkheid, terwijl ze die qua rijpheid niet aankunnen. Wat mezelf betreft: wij waren op het vernieuwingsfestival van het Evangelisch Werkverband, waar het ging over pioniersplekken. Toen dacht ik: moet ik niet meer zout zijn en bijvoorbeeld verhuizen naar Brabant?
Carin: Vóór mijn huwelijk, vier jaar geleden, waren mijn werk en mijn sociale leven heel belangrijk. Daar ging veel tijd in zitten. Het leven lag open en leek maakbaar. Nu er is veel keuzestress doordat er meer verantwoordelijkheden zijn. Je wilt te veel doen in te weinig tijd en hobby’s schieten er bij mij bij in.
Willem: Het is vaak een strijd tussen willen en kunnen. Mijn ouders van 75 en 80 zijn dankbaar in hun huurhuisje en leven in zo’n andere werkelijkheid dan ik, die in een concurrerende omgeving zit en deel uitmaak van het systeem van willen winnen. Er zitten ook flinke bonussen aan. De combinatie van werk, kerkenraad en nu ook een relatie is veel, temeer daar ik slecht ergens half voor kan gaan.

Je ouders zijn tevreden met veel en veel minder. Wat karakteriseert jullie leven?
Willem: Onrust! Wij lijden aan de ziekte van ‘meer’. Maar ik sta daar wel bij stil. Onlangs ging ik fietsen met een vriend en nam boterhammen mee. Die kwamen mee terug, want we aten onderweg een hapje. Dan sta je voor de keus: weggooien of de volgende dag opeten? Toch maar dat laatste, want ’s morgens bid je…
Carin: Je wordt opgevoed met: benut je talenten. Dat kan echter ook een dekmantel zijn voor je carrière. Misschien wil je gewoon aanzien.
Edwin: Ik geef catechisatie, leid twee bijbelkringen, geef een Alpha-cursus, zit in een stichtingsbestuur en vind alles in de kerk gewoon leuk. Maar wat is het motief voor dat alles? En heel wat anders: ik moet een auto kiezen – neem ik er dan één om m’n succes te bewijzen?

Die onrust en dat nooit genoeg….
Edwin: Ik deed er ook nog een theologiestudie bij, maar ben gestopt, want dat was echt te veel. Maar ik vind zeker dat ik een leven met betekenis en zin heb.
Willem: Ik heb ook vrienden die met hun handen werken. Zij hebben een grotere mate van tevredenheid dan degenen die gestudeerd hebben en meer opfokgedrag vertonen. Zelf denk ik wel: maak ik goede keuzes? Ik probeer een eigen spoor te trekken, maar ben wel gevoelig voor mijn omgeving.
Carin: Voor mij is het nodig af en toe afstand te nemen. Zo ga ik een keer per jaar naar De Spil in Giessenburg voor een retraite. Als ik dat niet doe, houd ik het niet vol. De zondagse dienst heeft voor mij ook een andere functie gekregen dan vroeger: de zin probeer ik daar te vinden. Een verbinding leggen met het werk blijft moeilijk: is dit nu waar ik voor op deze wereld ben? In de kerk zou men mij daar op moeten bevragen en dat gebeurt te weinig. Hoe mag je in de dingen van vandaag met God leven – dat is voor mij de vraag. ’s Ochtends in de haast van het aankleden en vertrekken, kom ik niet verder dan haastig bidden.
Edwin: Voor mij is dat een reden om vroeger op te staan voor stille tijd. Het moet echt zijn, authentiek, dat is misschien typisch voor dertigers. Ik ben een paar jaar geleden een kring begonnen voor mensen in dezelfde levensfase. Zo’n kringavond kan wel vier of vijf uur duren.
Willem: Waar haal je de tijd vandaan?!

Zijn jullie niet bang opgebrand te raken?
Carin: Ik ben het al geweest. Na de eerste jaren in de advocatuur heb ik me over het randje gewerkt en liep tegen de beperkingen van mijn lijf aan. Dat heeft me aan het denken gezet en het boek ‘De wetten’ van Connie Palmen deed me ontdekken dat het leven niet maakbaar is en dat ik tijd van stilte, zoals die retraites, moet inbouwen om me af te schermen.
Edwin: Doordat ik 22 was toen ik trouwde, zijn mijn vrouw en ik met elkaar vergroeid in ons denken over prioriteiten. Die stellen we ook. Ik voel me aangesproken door Calvijn: je leeft maar één keer en ik wil eruit halen wat erin zit. Je zult in de hemel zien wat God hier op aarde van je heeft kunnen maken, zegt Henk Binnendijk.
Willem: Een paar jaar geleden had ik bijna een burn out. Als christen loop je een tweede mijl, je hebt een verantwoordelijkheidsgevoel dat je er soms toe brengt de hele wereld op je schouders te nemen. Een cd van Willem de Vink, ‘Ontspannen leven’, heeft mij geholpen.
Carin: Ons genieten is anders dan dat van mijn ouders. Ik was 25 en had nog nooit gevlogen, wat volgens collega’s heel gek was. Mijn zoontje zat vorig jaar al in het vliegtuig. De wereld is groter geworden. Wij huren voor de vakantie met vrienden een huis met een zwembad en dan kan ik ook echt helemaal niks doen. Dat is voor mijn ouders onvoorstelbaar.
Edwin: Mijn vader werkte in een winkel. Daarnaast deed hij iets voor ‘Woord en Daad’. Verder niks. Een stil en gerust leven.

Carin zegt dat in de kerk de dingen waar jullie mee bezig zijn niet aan de orde komen.
Carin: Er worden in de kerk dingen gezegd die ik gelóóf, maar waar ik de relevantie niet van zie. De ophef over die uitspraak van Knevel over de schepping bijvoorbeeld – dat breekt me niet af en bouwt me niet op, maar mijn omgeving is er druk mee. En het drama van Koninginnedag wordt uitgemolken, maar er is ook zoveel moois. Moet ik me dan ongelukkig voelen?
Edwin: Ik wil holistisch, geïntegreerd leven. Een voorbeeld? Zaterdagochtend een mannenontbijt met christenen en zaterdagavond eten met een ongelovige vriend. In die heel verschillende dingen ben ik dezelfde persoon. Maar kom je in de kerk, dan lijk je daar in een ander compartiment te zitten. De voorganger legt een bijbelgedeelte uit en gaat dat geestelijk toepassen. Een predikant als Tim Keller spreekt me aan: hij heeft op straat gelopen, snapt de macht van het geld en de dilemma’s. De gemiddelde dominee in onze kring preekt voor vijftigers, die altijd van de Gereformeerde Bond zijn geweest en tevreden zijn als ze hetzelfde horen als vorige week.
Willem: Wij denken bewust na, maar of dat typerend is voor dertigers vraag ik me af.
Carin: Je zoekt naar een geïnspireerd leven, naar wat echt is. Niet alleen in de kerk. Ik ben een fan van Huub van der Lubbe van De Dijk. Wie zijn je helden? Wij komen nu in een generatie dat we zelf moeten gaan overdragen. Dat vind ik spannend. Je wilt in de kerk echtheid zien en jezelf laten zien. In de stadsgemeente, waar wij tot voor kort bij hoorden, was het anders dan in de kerk in het dorp waar we nu wonen, omdat er een andere populatie is. Voor mij speelt het bekende thema: kinderen of werk? In de kerk durf ik dat niet te zeggen, omdat ik het antwoord al weet. Ik hoef daar het antwoord ook niet te horen, maar wil wel iets aangereikt krijgen wat ik zelf verwerk.
Edwin: Ik voel wel de behoefte te zeggen dat ik loyaal ben aan m’n kerk en me thuis voel in de gereformeerde setting.
Carin: Ik laat ook los dat ik bepaalde dingen niet vind in onze gemeente, maar andere wel, zoals omzien naar elkaar.
Willem: Vanmorgen had ik in de auto een cd van psalm 84 opstaan. Toen dacht ik: wat is dit diep. Dat heb ik in de kerk ook, dat is m’n ankerplaats. Wat de kerk nodig heeft, is dat oude waarheden opnieuw vertaald worden, zoals Paulus op de Areopagus mensen weet te triggeren. Dan word ik gepassioneerd. Ook omdat onze rust in Jezus rotsvast is. De discipelen zeiden Hem gedag, maar Jezus zei: Ik heb je toch nodig.
Edwin: Ja, dat is de essentie. Daarom herken ik me niet in veel wat er momenteel over dertigers gezegd en geschreven wordt. Er zit wel onrust in mijn leven, maar ik heb rust gevonden in het feit dat God van me houdt.

Hoe zien jullie de kerk als instituut?
Edwin: Afgelopen weekend hadden wij zes kinderen over de vloer. Een drukke zondag. Toen kwam de vraag: gaan we ook nog naar de tweede dienst? Ik wil loyaal zijn, dus ik ging opnieuw naar de kerk, nu met de oudste twee kinderen. Ik wil ze een signaal geven. Ze zijn 7 en 5 jaar en zeggen nu al: Het is saai.
Carin: Toen we ons lieten uitschrijven bij de PKN en inschrijven bij de NGK vond ik dat moeilijk. Maar als je verhuist, moet je soms opnieuw kiezen wat de kerk betreft. Ik sluit ook helemaal niet uit dat we ooit teruggaan.
Edwin: De mobiliteit in onze vriendenkring is groot. Er gaat nauwelijks iemand naar zijn of haar wijkkerk.
Willem: Ook de mondigheid is groot. Soms denk ik na een kerkenraadsvergadering: ik vertrek. Hier word ik moe van. Een andere keer houd ik mezelf voor: lafaard, op je post blijven. Kijk naar je ouders, die altijd loyaal zijn geweest. Onze generatie wil het hebben zoals wij het willen.
Edwin: Bij de voorgangers wil ik een ontmoeting met Jezus horen weerklinken.

Ten slotte
De pen was al neergelegd. We hadden elkaar al gegroet. Toen klonk de verzuchting van Carin: ‘Soms denk ik: is dit nu alles? Ga ik dit nog 30 jaar doen?’