nr4 • 2025 • Relatietheologie van Samuel Wells
39e jaargang nr. 4 (juli 2025)
thema: Zomernummer
Arie de Fijter
Relatietheologie van Samuel Wells
De eerste keer dat ik me uitvoeriger met de theologie van Samuel Wells bezighield, was toen ik als studentenpredikant werd gevraagd een verhaal te houden voor studenten in Maastricht over maatschappelijke betrokkenheid: hoe ben je een ‘barmhartige Samaritaan’ als student? Wells’ boekje Living Without Enemies bleek toen zeer behulpzaam. In dat boekje introduceert hij verschillende vormen van er-zijn-voor-anderen, die sindsdien een heel belangrijk onderdeel zijn geworden van zijn theologisch denken: being with en working for.
Onlangs las ik dat Wells deze benadering ooit heeft opgedaan uit een boek van een Filipijnse activist over sociaal engagement, dat hij eind jaren negentig las met collega’s in West Norwich. Het gaat dus al lang met hem mee.
De analyse van Wells is dat mensen (in de westerse wereld) geneigd zijn het belang van working for: te benadrukken: je inzetten voor de ander. Die houding wordt ook vaak geprezen, we hebben waardering voor mensen die zich inzetten voor de medemens. Toch heeft Wells juist moeite met de dominantie van deze houding in intermenselijke relaties. Waarom? Omdat in zijn ogen being with veel wezenlijker is, vooral ook omdat die houding veel meer beantwoordt aan hoe God met mensen is, namelijk: relationeel gerichte nabijheid, in plaats van een ‘fixer’ van problemen.
Being-with-theologie van Wells
Deze visie heeft Wells in zijn boek A Nazareth Manifesto: Being with God verder uitgewerkt en verbonden met wat hij ziet bij Jezus. Negentig procent van de tijd dat Jezus tussen de mensen leefde bestond uit being with, zijn met de ander. Negen procent van zijn tijd op aarde bestond uit working with, de tijd dat Jezus zijn leerlingen riep en vormde, rondtrok door Israël, een tijd die uiteindelijk uitliep op zijn kruisiging, dood en opstanding. In de kruisiging ziet Wells een vorm van working for: daarin gaf Jezus zich helemaal voor de mensen.
Wells heeft deze focus en aandacht voor being with vervolgens uitgewerkt in boeken over kerk-zijn en missionair werk. In Humbler Faith, Bigger God: Finding a Story to Live By laat Wells zien hoe belangrijk hij het vindt om vanuit zijn visie ook de het apologetische gesprek aan te gaan met de belangrijkste kritische vragen die mensen in de hedendaagse cultuur stellen aan het christelijk geloof. Vragen die hen belemmeren het christelijk geloof te ontvangen, omdat dit geloof voor veel mensen gekenmerkt wordt door oordelende, kleingeestige, absurde en onjuiste overtuigingen.
In al deze boeken merk je de enorme drive van Wells’ om het grote verhaal van het christelijk geloof opnieuw te vertellen, zodat het een verhaal wordt om mee te leven. En wat hem betreft is het daarin wezenlijk om een eenzijdige focus op God die ‘voor ons werkt’ bij te stellen, ten gunste van een beeld van God die werkelijk met ons is.
Behoefte aan hervertellen van het christelijk geloof
Deze behoefte aan herschikking en hervertelling zie je ook in de exegese en bijbelse theologie van Wells. Een bekend voorbeeld is zijn uitleg van het verhaal van de barmhartige Samaritaan uit Lucas 10. In de uitleg van dat verhaal wordt vaak de nadruk gelegd op het voorbeeldige gedrag van de Samaritaan die in tegenstelling tot twee anderen niet voorbijging aan de man in de goot. De Samaritaan stopte, hielp de man op zijn rijdier, verzorgde hem en bracht hem naar de herberg. Als Jezus dan aan het einde van dit verhaal vraagt wie de naaste is geworden van het slachtoffer van de rovers, moet de wetgeleerde wel antwoorden: ‘De man die hem barmhartigheid heeft betoond’. Waarna Jezus zegt: ‘Doet u dan voortaan net zo’. Dit lijkt een oproep tot het navolgen van de daden van barmhartigheid van de Samaritaan. Maar Wells legt dit verhaal anders uit. Hij zegt: onze westerse cultuur is zo gestempeld door de behoefte om probleemoplosser te zijn in relaties, dat we als vanzelf op deze manier naar de gelijkenis van Jezus kijken. Maar in dit verhaal identificeert Jezus zichzelf met de barmhartige Samaritaan die ons vol ontferming komt opzoeken om met ons te zijn. Waarmee hij ook zegt: wij zijn in dit verhaal de beroofde man, die aandacht, zorg en liefde nodig heeft, in plaats van de helper. Wat je verder ook vindt van deze uitleg, het punt dat Wells maakt is duidelijk: een herschikking in theologie en kerk, met meer focus op het belang van relaties.
God is overstromende overvloed
In zijn nieuwste boek Constructing an Incarnational Theology. A Christocentric View of God’s Purpose werkt Wells de fundering van deze lijn in zijn theologie grondig uit. Hij neemt daarvoor zijn vertrekpunt in de theologie van de Drie-eenheid. Wells ziet God drie-enig als overvloedige bron van leven, gekenmerkt door volkomen wederzijdse relaties. Wells gaat in een boeiende reis door Bijbel, theologie en theologiegeschiedenis heen. In de Bijbel wijst hij op een hoofdlijn van covenant, community en communion: allemaal relatiegerichte kernlijnen. Deze uitwerking laat Wells volgen op een gesprek met de theologie, waarbij onder andere de oosterse orthodoxie, middeleeuwse theologen als Maximus de Confessor en Johannes Duns Scotus, en vervolgens Karl Barth langskomen.
Vanuit het gesprek met deze theologiegeschiedenis wil Wells zijn stelling verder uitwerken dat God als Vader, Zoon en Geest ‘totale en wederzijdse verbondenheid’ zijn. De relaties van Vader, Zoon en Geest zijn volkomen en behoeven in zichzelf, en vanuit zichzelf, niets buiten zichzelf te zoeken. Het zijn relaties van vreugde en verheuging. Maar toch kiest God ervoor om buiten zichzelf leven te scheppen, omdat God ‘effervescent abundance’ is: sprankelende, overstromende overvloed (p. 9).
Alles draait om de menswording van God
God als overvloedige bron van volkomen relatie krijgt zijn ultieme uitdrukking in de menswording van Jezus Christus. Jezus is de persoon en de manier waarop de eeuwige God zich uitdrukt in het bestaan, het tijdelijke.
Voor Wells is de incarnatie, de menswording van Jezus, niet iets dat alleen verwijst naar de geboorte van Jezus, de Zoon van God uit de maagd Maria, maar naar hét centrum waar het hele bestaan van ons mensen om draait. Incarnatie is in het hart van God, altijd al. En het is Wells er daarom om te doen het met-ons-zijn dat Jezus belichaamt helemaal naar het centrum van theologie en geloof te halen. Hierdoor kijkt hij ook anders aan tegen de ‘reden’ voor de menswording van Jezus. Die menswording is geen reactie van God op de mens die valt in zonde, maar juist uitdrukking van wat God ‘altijd al’, in eeuwigheid wilde: ‘Liefde is het centrum van het universum, en Jezus is daar het gezicht van’ (p. 167).
God ís volkomen relaties
Wat Wells wil weerstaan, is een te grote nadruk op het menselijke bestaan en de noden van de mens in veel theologie. Wells ziet veel ‘mensgerichte theologie en prediking’. In plaats daarvan moet er veel meer focus zijn op het wezen en de wil van God. Het verhaal van het christelijk geloof is het verhaal van God (p. 168). Wells ziet in het getuigenis van de Bijbel oplichten dat we in God datgene vinden wat blijft, diepte heeft, betrouwbaar is en waar is. Dit ontdekken we wanneer we beseffen dat God een en al relatie is. Nog voordat we komen te spreken over ons eigen leven, moeten we daar beginnen, in God zelf, en ontdekken wat in God is. Dan begrijpen we ook dat het karakter van de schepping, van de menswording van Jezus en de vervulling en voleinding van alle dingen steeds weer draait om volkomen relaties. Alles wat God schept, wat Hij openbaart in Jezus Christus, en wat Jezus opbouwt met de mensen om Hem heen, wat de Geest uitwerkt en ontvouwt, is hierop gericht, hierdoor bepaald en hierdoor gevormd. Daarom zegt Wells: het grote doel dat God heeft en het middel waarmee en waardoor Hij dat doel bereikt, zijn niet verschillend van elkaar. Wat God wil – met ons zijn door Jezus Christus – is ook de manier waarop God dat bereikt, door mens te worden in Jezus.
Daarom heeft Wells moeite met een theologische benadering waarin God vooral iemand is die ‘voor ons werkt’: daarin heeft wat God doet – ons verlossen – een ander karakter dan wat God wil.
Wells benadrukt dat hij deze theologische lijn voortdurend ziet oplichten in wat de Schrift ons geeft. Een heel mooi voorbeeld is zijn uitleg van de reis van de Emmaüsgangers met de aanvankelijk incognito meewandelende Jezus. In dat verhaal ziet Wells een ‘microkosmos’ van wie God voor ons en met ons wil zijn. Het verhaal begint bij de Emmaüsgangers die met gebogen hoofd onderweg zijn, en stilstaan als de vreemdeling hen vraagt waar ze het met die sombere gezichten toch over hebben. Wells zegt: zij belichamen het menselijk bestaan – zonder God, in verwarring, zonder hoop, op zoek naar betekenis: ‘wij hadden gehoopt…’ Hierin al begint de ontmoeting met de mensgeworden God, maar die ontmoeting heeft nog geen betekenis gekregen.
Dan begint Jezus aan een vertelling, of hervertelling van het grote verhaal van God met Israël, met de mens. Ze merken dat ze opgenomen beginnen te worden in dat grotere verhaal. ‘Blijf bij ons’ is de uitnodiging die volgt. Ze beginnen hun wat defensieve houding los te laten en merken dat ze het hele verhaal willen horen. Dan opeens beseffen ze dat het kleine verhaal van hun leven op dat moment, met deze vreemdeling, het héle verhaal is, het verhaal van ‘everything, everyone, forever’ (p. 199).
Gods onverbrekelijke doel
Wells laat zijn boek uitlopen op een hoofdstuk ‘God’s Unbreakable Purpose’, met de wezenlijke vraag: als Gods grote doel is om werkelijk en voor altijd met ons te zijn, wat gebeurt er dan als dat doel stuit op de weigering van de mens om hierin mee te gaan? Wells wil de vervreemding van de mens die niet van God wil weten en een band met God uit de weg gaat niet in het centrum van de theologie zetten. Hij heeft daarom problemen met bepaalde benaderingen van de verzoening van God en mens waarin dat wel gebeurt. Als schuld, sterfelijkheid, zonde, kwaad en dood in het middelpunt van het verhaal komen, leidt dat volgens Wells tot problemen. Daarom kiest hij een ander vertrekpunt om de betekenis van de verzoening onder woorden te brengen.
Ook naar de kruisiging en dood van Jezus kijkt Wells vanuit het kernwoord being with. Aan het kruis ervaart Jezus vanuit de overvloed van zijn zijn-met-de-mensen een heel bewust zijn-zonder. In de krachten tegenover Hem staat Jezus oog in oog met de zonde van de mens: de zonde van ‘bewust-zonder-God-zijn’. En toch vindt God in dit alles een weg. De kruisiging is een verhaal van verraad, afwijzing en verlaten, maar toch ook het verhaal van Gods onverbrekelijke doel: ‘God is limitless. God will find a way. God does find a way. Nothing is impossible with this abundant God. There is always more. The resurrection is that astonishing more’ (p. 262).
Emmaustheologie: Gods rode draad ontdekken
Ook al is het verre van volledig, wilde ik in dit artikel een aantal denklijnen uit het boek van Wells kort laten oplichten. De theologie van Wells spreekt mij aan omdat het iets weg heeft van wat ik Emmaüstheologie zou willen noemen: de ervaring van meegenomen worden in Gods grote verhaal met ons mensen op een manier die resoneert, verder helpt, en een frisse blik geeft op waar het in kerk, theologie en geloof om gaat, zonder weg te bewegen bij wat wij mensen zijn, en waar we naar verlangen – een mens die wil leven in verbondenheid, met God, de ander, en de schepping. De kracht van de insteek van Wells is de consistente rode draad van zijn-met die hij aanwijst in de Triniteit, schepping, en menswording van Christus, tot aan de voleinding van de wereld: dan wordt ‘existence’ opgenomen in ‘essence’, de eeuwige gemeenschap van Vader, Zoon en Geest.
Verder resoneert Wells’ theologie bij mij doordat zijn theologische benadering gedachten over de Triniteit niet losstaan van de vraag wat een vruchtbare manier is van missionair kerk-zijn. Terwijl het tegelijkertijd ook gaat over wat wezenlijk is in pastoraat en liturgie. Deze integrale benadering helpt mij bij de vraag hoe je in de 21e eeuw woorden kan geven aan Gods grote verhaal met ons, zowel in gesprek met toegewijde christenen als in contact met wie zoekt naar houvast in dit leven maar zich niet verbonden heeft aan een kerk of gemeente. Zijn keuze om te theologiseren vanuit het wezenlijke van relaties is in dit alles de sleutel.
Wells’ theologiseren ervaar ik als een soort Emmaüsbenadering: een manier van denken en spreken over God en mens die, gericht op de Schrift, warm maakt voor Gods grote bedoelingen. Een benadering die ondertussen ook echt oog heeft voor de ervaring van de mens van de 21e eeuw, bij wie een ervaring van leegte, een zoeken naar houvast, verlangen naar verankering in een groot verhaal, maar ook niet goed weten hoe, een grote rol spelen.
N.a.v. Samuel Wells, Constructing an Incarnational Theology. A Christocentric View of God’s Purpose (Cambridge: Cambridge University Press, 2024).
A.F. de Fijter is predikant van de Hervormde Gemeente Huizen (Zenderkerk).
Mailadres:
- Raadplegingen: 122