Skip to main content

30e jaargang nr. 3 (januari 2016)
thema:
Creatief rondom het avondmaal

J. Wienen
Kroniek
Naastenliefde

Europa beleeft een bijna ongekende instroom van asielzoekers. Eerst waren er de vele berichten over vluchtelingen die per boot reisden naar Italiaanse of Griekse eilandjes en de vele ongelukken die daarbij gebeurden. Met grote verbazing zagen velen vervolgens de lange rijen mensen die de grenzen passeerden op zoek naar een nieuwe toekomst.

De enorme groei van het aantal asielzoekers in Europa staat al maanden in het centrum van de belangstelling. Het is een uitdaging voor regeringen en lokale overheden. Er moet opvang gevonden worden, nagedacht worden over de langetermijngevolgen en ook over de vraag of deze nieuwe ongekende stroom vluchtelingen gestopt kan worden. De vluchtelingen roepen veel emoties op. Medelijden, hulpacties en inzet van vrijwilligers, maar ook angst, verzet, scheldpartijen en bedreigingen via internet. Veel vluchtelingen zijn moslim. De islam roept tal van vragen op. Is het niet de bron van veel geweld en onverdraagzaamheid? Wat betekent de komst van grote aantallen moslims voor onze samenleving?

Rol van de kerk
Wat is de rol van kerken en christenen? Toen in de Eerste Wereldoorlog honderdduizenden Belgen naar ons land vluchtten, was de rol van de kerken en met name van de Rooms Katholieke Kerk enorm. Het overgrote deel van de vluchtelingen waren Nederlands sprekende katholieke Vlamingen. De regering liet de opvang voornamelijk aan het particulier initiatief over. Daarbij stond de kerk dus vooraan.

In deze tijd spelen kerken zeker een rol bij de opvang van vluchtelingen, maar een veel kleinere dan in de Eerste Wereldoorlog. Dat heeft te maken met de afnemende maatschappelijke betekenis van de kerken. Maar vooral met de veranderde rol van de overheid. Internationale verdragen, die na de Tweede Wereldoorlog werden gesloten, maakten dat vluchtelingen het recht kregen om asiel te vragen. Ze hebben daarbij recht op opvang tijdens de procedure. De rol van het particulier initiatief en ook van kerken is daardoor per definitie kleiner geworden.
De landelijke kerken laten zich nadrukkelijk horen in het maatschappelijk debat over vluchtelingen. Recent schreef dr. Plaisier als scriba van de Protestantse Kerk in Nederland in een verklaring: “Het is onze plicht als kerk maar ook als samenleving naast deze vluchtelingen te staan… Wij willen luisteren naar het evangelie van Jezus Christus die ons geleerd heeft dat wij de naaste zijn van gewonden langs de weg en van vluchtelingen. Wij doen een beroep op ieders besef van medemenselijkheid om vluchtelingen niet tevergeefs aan te laten kloppen op onze deur.” Paus Franciscus neemt veelvuldig stelling in pleidooien voor barmhartigheid tegenover vluchtelingen. Hij riep iedere kerkgemeenschap op zelf vluchtelingen op te nemen. De Nederlandse bisschoppen zeiden: ”In iedere vluchteling zien wij het gelaat van Christus Die ons zegt: Ik was vreemdeling, en gij heb mij opgenomen. In ieder mens in nood komt de Heer Zelf tot ons en doet Hij een beroep op onze bereidheid om zorg en hulp te verlenen. Hij vraagt ons om barmhartig te zijn zoals Hij.”

In veel kerken worden gelovigen aangemoedigd om als vrijwilliger hulp te verlenen bij opvang van asielzoekers of bij het begeleiden van mensen die asiel gekregen hebben. Plaatselijke geloofsgemeenschappen organiseren hulp voor vluchtelingen. Bij de vrijwilligers die hulp bieden zijn veel christenen die zich vanuit hun geloof gemotiveerd voelen om hulp te verlenen. Er zijn bij veel asielzoekerscentra christelijke vrijwilligersgroepen actief, die mensen bezoeken, helpen en activiteiten organiseren. De stichting Gave is bij diverse van deze initiatieven betrokken.

Toch is er zeker ook in kerkelijke kring angst en zorg over de komst van zoveel vluchtelingen. Bij de vestiging van een nieuw Asielzoekerscentrum is er meestal sprake van fors verzet. Ook daar zijn christenen bij betrokken. De heftige reacties in Otterlo toen daar sprake was van de vestiging van een AZC lieten daar iets van zien. Ook elders laten kerkelijke mensen soms duidelijk blijken de komst van met name grote groepen moslims bedreigend te vinden. Dat is niet zo vreemd. Bijna dagelijks kun je via de media vernemen dat christenen slachtoffer worden van geweld van radicale moslims. Maar het is pijnlijk hoe ook in christelijke kring soms de ogen gesloten worden voor medemensen in nood. Het is makkelijker over naastenliefde te praten als de naaste ver weg is dan om haar te beoefenen als de naaste vlakbij is.
Ook bij christelijke politieke partijen zie je zowel expliciete steun voor de opvang van asielzoekers als terughoudendheid en kritiek op teveel gastvrijheid. Het lijkt me dat het bij de verantwoordelijkheid van de landelijke politiek hoort om duidelijk te gaan staan achter de plicht om de vluchteling in ons land te helpen en tegelijk een duidelijke discussie te voeren over andere oplossingen voor de menselijke tragedie in de oorlogsgebieden dan massale vlucht naar Europa. Voor lokale politici is het belangrijk om echt te luisteren naar wat er leeft onder de bevolking, maar om tegelijk glashelder te zijn over de noodzaak om de vluchtelingen in ons land op te vangen en te helpen.

Uitgeprocedeerd
Een bijzondere rol spelen kerken bij de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers. Wie na een procedure, inclusief toetsing door de rechter, geen asiel krijgt, moet terug. Er is dan geen recht meer op opvang. Maar velen willen niet terug en weigeren mee te werken aan vertrek. Anderen worden niet toegelaten tot hun land van oorsprong. Dan moeten ze zichzelf zien te redden. Sommigen weten zich in een illegaal bestaan te handhaven, anderen kloppen bij gemeenten en kerken aan om hulp. In pogingen om uitzetting te voorkomen ontstond het woord kerkasiel. In sommige kerken werden mensen opgevangen en er werd een recht geclaimd dat wanneer mensen kerkasiel hadden ze niet uitgezet mochten worden. Elders gingen kerken en particuliere groepen, ondersteund door gemeenten, opvangcentra opzetten om mensen op te vangen en te begeleiden die uitgeprocedeerd waren en het land moesten verlaten. In 1988 werd het Internationaal Netwerk van Lokale Initiatieven ten behoeve van Asielzoekers (INLIA) opgericht.
De PKN liet een tijd geleden een procedure starten bij de Raad van Europa, waarbij gevraagd werd uit te spreken dat asielzoekers recht hebben op voeding en onderdak, ook als ze zijn afgewezen en uitgeprocedeerd. Het Sociaal Comité ging met deze uitleg van Europese verdragen mee, maar de Raad van Ministers van de Raad van Europa constateerde strijdigheid met de verdragstekst en nodigde Nederland uit zelf een positie te bepalen.
De discussie over bed, bad en brood, al dan niet met verdere begeleiding, voor uitgeprocedeerde vreemdelingen laaide daarna flink op. Ondertussen heeft de Nederlandse rechter in hoogste instantie uitgesproken dat de overheid niet verplicht is tot het bieden van opvang of daar in ieder geval eisen aan mag stellen (meewerken aan terugkeer). Hoe gaat het verder? Wellicht zullen overheidsopvang en ondersteuning van particuliere opvang minder worden. Maar dat hoeft kerken niet te beletten mensen op te vangen als ze het gevoel hebben dat dat nodig is. Maar het uitgangspunt zou wel moeten zijn: bij het recht op asiel hoort ook de mogelijkheid van weigering. Ook die beslissing moet in de rechtstaat in principe geëerbiedigd worden. Als je mensen in nood dan nog helpt, is dat meer barmhartigheid dan recht.
Zelf was ik diep onder de indruk van een Katwijkse man die me vertelde dat hij in Amsterdam een uitgeprocedeerde asielzoeker was tegengekomen en met hem een gesprek had gehad. Daarin had hij ook zijn naam en adres gegeven aan deze vreemdeling. Toen deze man later bij hem aanklopte nam hij hem in huis. Toen hij geen ander opvangadres kon vinden en terugkeer niet lukte bleef hij hem zeven jaar lang in zijn huis opvangen. Hij betaalde alles voor hem en toen de vluchteling depressief werd slaagde hij erin hem in weer terug te krijgen in een terugkeercentrum. Toen terugkeer ook daar niet mogelijk bleek, kreeg hij uiteindelijk toch asiel. Het verhaal heeft geen happy end. De vluchteling verdween en verbrak alle banden met zijn weldoener. Toen ik de man vroeg hoe hij ertoe was gekomen om een geheel vreemde vluchteling in eigen huis op te nemen zonder perspectief op verblijf of andere opvang, keek hij me aan en zei: “Ik ben een christen. Wat kon ik anders doen?”

Toekomst
Het herbergen van een vreemdeling is onmiskenbaar wat Jezus van ons vraagt. Tegelijk moet er nagedacht worden over de toekomst. Een vrije toegang van vele miljoenen mensen die hier hun toevlucht zoeken zou de samenleving uiteindelijk ontwrichten. Hoe pijnlijk ook, de problemen van de Arabische wereld en Afrika kunnen niet opgelost worden door massale emigratie naar Europa. Hulp daar, controle bij grenzen van Europa en aanpak van mensensmokkel zal, hoe pijnlijk ook, onderdeel zijn van de maatregelen.

Mensen aan hun lot overlaten is geen optie. Europa staat wat dat betreft voor een enorme uitdaging. De integratie van de velen die hier gekomen zijn is een nog veel grotere uitdaging dan het vinden van opvangplekken. Hoe vinden tienduizenden mensen hun weg in onze samenleving, vinden ze werk en passen ze zich aan aan een geheel andere samenleving dan ze gewend zijn?
Voorrang bij woningen en extra hulp bij het vinden van werk stuit op weerstand bij mensen die zelf moeilijk een woning of werk kunnen vinden. Er zijn duizenden Nederlanders zonder woning, die soms jaren moeten wachten voor ze ergens terecht kunnen. Als je met twee kleine kinderen bent aangewezen op inwonen bij te klein behuisde familie kijk je met andere ogen naar woningen die direct naar statushouders gaan. Als je zelf werkloos ben en met schulden zit voelt het als onrecht dat vreemdelingen wel geholpen worden, maar jij niet. Hoewel dat gevoel niet terecht is (ook voor Nederlanders die aan de kant staan wordt er veel gedaan), is het wel begrijpelijk. Het is goed daar niet makkelijk aan voorbij te gaan.
Toch is het noodzakelijk extra hulp te geven aan de statushouders. Als iemand in Nederland geboren wordt, besteedt de samenleving twintig jaar lang veel geld aan gezondheid en opleiding van die nieuwe Nederlander. Als er mensen van buiten komen zullen we tenminste twee jaar echt substantieel moeten investeren in geld, tijd en aandacht om migranten in staat te stellen hun plek in onze samenleving in te nemen. Als we dat niet doen betalen we een veel hogere prijs: aan uitkeringen en aan de gevolgen van apathie en frustratie bij de migranten die zich van onze samenleving afkeren, (godsdienstige) radicalisering en afkering van het Westen en zijn waarden daarbij inbegrepen.
Bij die waarden horen vrijheid, verdraagzaamheid en barmhartigheid. Het is essentieel dat oude en nieuwe Nederlanders het belang daarvan inzien. Het is voor een westerse islam noodzakelijk om die waarden te integreren. Europa doet er goed aan om zich op de christelijke, joodse en seculiere bronnen van die waarden opnieuw te oriënteren. Om om te gaan met de nood van medemensen, maar ook om pal te staan voor ware vrijheid. Ook daar ligt een uitdaging voor kerken en christenen.

Drs. Jos Wienen is theoloog en burgemeester van Katwijk en redacteur van Kontekstueel. Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.