Skip to main content

40e jaargang nr.  2 (maart 2026)
thema: Klein maar fijn. De vitaliteit van kleine gemeenten

Daniël Maassen van den Brink
Redactief

Nogal eens horen we de succesverhalen: nieuwe, bloeiende en soms snelgroeiende gemeenten. Maar er zijn ook kleine, stabiele gemeenten, rustig doorgaand, jaren volhardend, soms tegen de klippen op, dan weer met veel bezieling. In dit nummer gaat het over deze ‘kleine gemeenten’.
Maar wat is de definitie van een kleine gemeente? Volgens de Protestantse Kerk in Nederland zijn dat gemeenten met minder dan driehonderd leden. Ik gok er dan trouwens op dat het hierbij gaat om ‘papieren leden’, niet om kerkgangers. En misschien stellen andere kerkgenootschappen weer andere grenzen.
Op het eerste gezicht klinkt zo’n getal van driehonderd overigens nog vrij neutraal. Maar in mijn ervaring heeft in de kerk ‘klein’ vaak een negatieve klank en ‘groot’ een positieve(re) klank. Klein is niet of minder fijn; groter is beter. En nu kennen we in de kerk wel de beeldspraak van het groeien in Christus, maar dat is nog wel iets anders dan onze fixatie op aantallen, die eerder voortkomt uit een ongezond groeimodel dat ons wereldbeeld bepaalt en ook de kerk binnen sijpelt.
Pasgeleden ben ik naar Nieuw-Vennep verhuisd en als predikant verbonden aan de Witte Kerk. De overstap vanuit Well en Ammerzoden betekende getalsmatig een verandering van kleiner naar groter. Al snel zijn er mensen die dit dan een ‘logische stap’ vinden. Maar waarom eigenlijk? Want dat was niet de reden (lees: roeping). Alsof een kleinere gemeente onderdoet voor een grotere. Soms klinkt er zelfs een dedain in door. Zo zei nota bene een predikant in opleiding eens dat hij het ‘voor minder dan honderd niet deed’ – om ergens voor te gaan in een dienst. Gevalletje gevangen in de Biblebelt?
Auteurs in dit nummer noemen veel getallen. Ergens begrijp ik dat: om een beeld te schetsen. Maar het wordt ongezond als we met grote aantallen willen pronken. Ben je van meer betekenis als je meer mensen bereikt? Abraham bad het in Genesis 18 af tot een getal van tien die er voor de Heer al toe deden. In Lucas 15 brengt Jezus het getal in meerdere gelijkenissen terug tot één, met vers 10 als een sleutelvers: ‘Er heerst vreugde onder de engelen van God over één zondaar die tot inkeer komt.’
In Well en Ammerzoden was er lange tijd zo’n ongezonde fixatie op getallen. Tijdens de dienst scanden de ouderlingen-kerkrentmeester de kerkgangers, na afloop werd het aantal aanwezigen in een boek genoteerd. (In vroeger tijden stond er bij de uitgang zelfs iemand met in de ene hand een collectezak en in de andere hand een klikapparaat om de kerkgangers te registreren!) Toen dit stopte, kwam er meer ruimte voor het geloofsgesprek, in de consistoriekamer maar ook breder.
Klein maar fijn: dat kan ook te optimistisch klinken. Kleine gemeenten hebben – net als grotere gemeenten – ook zorgen en uitdagingen. Die blijven in dit nummer niet onbenoemd. Maar waarin en vanuit welk geloof vinden zij hun kracht? Hopelijk voert dat de boventoon, en nodigt het ook uit om in het klein kerk te zijn – te blijven of te worden.

D. Maassen van den Brink is predikant van de Witte Kerk in Nieuw-Vennep en eindredacteur van Kontekstueel.
Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

  • Raadplegingen: 22