38e jaargang nr. 6 (nov.. 2024)
thema: Rome en Reformatie. Verlangen naar zichtbare eenheid
Almatine Leene
Vrouwen in een beweging voor eenheid tussen Rome en Reformatie
Wat hebben vrouwen te zoeken bij een beweging die de eenheid tussen Rome en Reformatie nastreeft? Gezien de historische, en in sommige gevallen nog steeds actuele, uitsluiting van vrouwen uit ambtelijke functies binnen de Rooms-Katholieke Kerk, kan dit voor velen voelen als een moeizame, zo niet hopeloze, missie. Zijn de thema’s rond vrouw en gender niet in toenemende mate obstakels voor de oecumene?
In dit artikel zal ik deze vragen proberen te belichten vanuit mijn persoonlijke ervaringen, maar ook vanuit de bredere context van de gesprekken tussen verschillende kerkgenootschappen. Ik zal afsluiten met de vraag waarom het van groot belang is dat mannen en vrouwen samen in gesprek gaan over de relatie tussen Rome en Reformatie en daarbij gesprekken over de positie van vrouwen in de kerk niet vermijden, maar deze op zo’n manier voeren dat deze tot zegen kan zijn voor de oecumene.
Ambigue signalen vanuit Rome
Laat ik beginnen met wat ik lastig vind: de ambigue houding van paus Franciscus ten opzichte van vrouwen. Aan de ene kant doet hij uitspraken die wijzen op waardering en bewondering voor vrouwen. Zo verklaarde hij in een interview met de Amerikaanse televisiezender CBS eerder dit jaar dat vrouwen ‘fantastisch en veel moediger dan mannen’ zijn. Toch blijft de paus tegelijkertijd vasthouden aan de traditionele gedachte dat vrouwen geen toegang mogen hebben tot het diaconaat of priesterschap. Deze standpunten lijken tegenstrijdig, vooral in het licht van het feit dat Franciscus wel vrouwen heeft benoemd in leidinggevende posities binnen het Vaticaan, wat voorheen vrijwel ongehoord was.
Een voorbeeld van deze onduidelijkheid is wat de Spaanse theologe Linda Pocher zei, die deelnam aan discussies over de rol van vrouwen in de kerk met paus Franciscus en enkele kardinalen. Pocher suggereerde dat de paus een groot voorstander is van het vergroten van de rol van vrouwen in de kerk en ze verwacht dat vrouwen diaken kunnen worden. Dit klinkt veelbelovend, maar als het gaat om daadwerkelijke stappen richting gelijkwaardigheid, zoals toelating van vrouwen tot het diaconaat, lijkt er nog weinig concrete vooruitgang geboekt te worden. Terwijl er dus wel degelijk sprake is van verandering en vooruitgang in de kerk, blijven de structuren die vrouwen uitsluiten van volledige deelname in de kerkelijke ambten overeind.
Tegelijkertijd besef ik dat dit ook gezegd kan worden over een heel aantal protestantse kerken in Nederland. De diversiteit aan standpunten ten opzichte van de positie van vrouwen in de protestantse wereld is groot en zeker niet eenduidig te noemen. Hier kom ik later nog op terug, maar allereerst wil ik nog dieper ingaan op de ambigue signalen uit Rome.
In een gesprek met het oog op dit artikel met Monique van Dijk-Groeneboer, hoogleraar religieuze educatie aan de Faculteit Katholieke Theologie in Tilburg, stelde ik de vraag of zij herkent wat ik hierboven heb opgeschreven. Haar reactie daarop was dat die ambigue uitspraken een teken ervan zijn dat paus Franciscus beide kanten hoort en verwoordt. Hij luistert naar verschillende meningen met betrekking tot de positie van vrouwen in de kerk en dat is te merken in zijn uitspraken. Toch meent professor Van Dijk dat de stappen die de paus zet aardverschuivingen zijn voor een mammoettanker als de Rooms-Katholieke Kerk. Ze heeft bewondering voor zijn moed en zijn optreden heeft volgens haar meer impact dan je in eerste instantie denkt. Ze noemt paus Franciscus een strateeg en is blij dat de gesprekken over de positie van vrouwen plaatsvinden, al is het ook heel spannend voor veel rooms-katholieken.
Zoals gezegd is er binnen de protestantse kerken ook spanning als het gaat om de positie van vrouwen en dit kan net zo goed de protestantse oecumene in de weg staan. In sommige protestantse tradities zijn vrouwen volledig geïntegreerd in de kerkelijke ambten. In andere tradities, waaronder sommige bevindelijke en evangelische stromingen, is de ambtsuitoefening door vrouwen nog steeds omstreden. Zelfs binnen de eigen denominaties zorgt dit onderwerp voor verhitte discussies en verdeeldheid. Te denken valt aan de Christelijke Gereformeerde Kerken. Daar wordt op dit moment gedreigd met scheuring omdat vrouwen in bepaalde plaatselijke gemeenten in de ambten dienen, terwijl de synode hier nog geen groen licht voor heeft gegeven en dit naar alle waarschijnlijkheid ook niet van plan is te doen. Deze diversiteit roept de vraag op hoe protestantse kerken zichzelf zien in de dialoog met Rome. Deze diversiteit aan standpunten in de eigen traditie lijkt mij in elk geval van groot belang om in gedachten te houden als de relatie met Rome wordt besproken, waar men ook grote diversiteit in standpunten tegenkomt. De uitspraken van de paus en de stappen die hij zet zijn daarvan een duidelijk voorbeeld.
Noodgedwongen oecumene
Mijn eigen ervaring is dat de oecumene een toevluchtsoord kan zijn voor vrouwen die binnen hun kerkelijke tradities geen ruimte vinden voor hun roeping. In de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv), waar ik ben opgegroeid, waren de ambten voor vrouwen gesloten. Het gebrek aan openheid voor een gesprek hierover leidde er voor mij toe dat ik genoodzaakt was om de oecumene op te zoeken. Ik kwam in Zuid-Afrika terecht, waar ik in de Nederduitse Gereformeerde Kerk de ruimte vond om verder te studeren en predikant te worden. Voor veel vrouwen met een roeping is de oecumene een noodzakelijke weg, maar daarmee kan het er ook een zijn van groei en zegen, omdat het verlangen naar eenheid op deze manier kan toenemen. Je leert elkaar kennen en waarderen. Zo sprak ik laatst een mannelijke collega binnen de Protestantse Kerk in Nederland die voor het eerst in een gemeente van de Nederlandse Gereformeerde Kerk mocht preken, terwijl ik zelf al jaren voorga in hele diverse denominaties binnen de Protestantse kerk. Dat ervaar ik als verrijkend. Tegelijkertijd kan het een pijnlijk proces zijn om het kerkgenootschap waarin je opgroeide te moeten verlaten omwille van je roeping. Verder kan het ook confronterend zijn om de oecumene op te zoeken. In gesprek met professor Van Dijk wees zij erop dat vrouwen zich juist in oecumenische bijeenkomsten moeten verdedigen als ze lid zijn van een kerk waar vrouwen niet tot de ambten worden toegelaten. Omdat de gesprekken over de rol van vrouwen in de kerk met name vrouwen persoonlijk raken in hun roeping en waardigheid, kan dit behoorlijk ingewikkeld zijn. Dit vraagt dus om een open houding, met name van kerken waar vrouwen tot de ambten worden toegelaten. En hen dient ook bescheidenheid, want al kennen kerkgenootschappen vrouwen in de ambten, dit betekent niet per definitie dat seksisme verdwenen is.
Samen in gesprek
In gesprekken waarin gezocht wordt naar eenheid tussen Rome en Reformatie is het van groot belang vrouwen uit te nodigen, omdat de kans groot is dat zij al noodgedwongen oecumenische ervaringen hebben. Maar ook als zij deze niet hebben, is het van belang aangezien zij de helft van de kerk kunnen vertegenwoordigen in hun vrouw-zijn. Als oecumenische gesprekken alleen tussen mannen plaatsvinden doet dit tekort aan de diversiteit van het lichaam van Christus en kan er geen sprake zijn van een samen zoeken naar eenheid. Dit geldt ook heel praktisch voor het platform Rome Reformatie, waarin vrouwen ondervertegenwoordigd zijn. Als het streven naar eenheid tussen kerken een weerspiegeling wil zijn van de kerk van Christus in al haar volheid, dan moeten vrouwen daarin een zichtbare en hoorbare rol spelen.
In de oecumenische gesprekken kun je en moet je het onderwerp van de positie van vrouwen in de kerk niet vermijden. Dat vraagt dan ook om theologisch inhoudelijke bezinning op het onderwerp. Er zijn vele vrouwelijke theologen die verplichte literatuur zouden moeten zijn als het gesprek over de eenheid tussen Rome en Reformatie plaatsvindt. Te denken valt aan rooms-katholieke theologen als Elisabeth Schüssler Fiorenza, Elizabeth A. Johnson en Rosemary Radford Ruether. Ook het werk van de mannelijke theoloog Hans Küng is van blijvende betekenis.
Tegelijkertijd kunnen de gesprekken over vrouwen en leiderschap niet het onderwerp zijn dat bepalend is voor het zoeken naar eenheid. Dat geldt net zo goed voor andere onderwerpen. Voor mij is het in elk geval niet bepalend. Ik zou de vraag waarmee ik begon willen omdraaien: wat hebben vrouwen daar (aan de oecumenische tafel) níet te zoeken? Want het zoeken van eenheid is allereerst een Bijbelse opdracht en daagt ons uit te leren omgaan met verschillen.
Ruimte maken voor verschil
Een kernpunt in de gesprekken over eenheid tussen protestanten en rooms-katholieken, maar ook tussen protestantse gemeenschappen onderling, is de vraag hoe we omgaan met verschillen. Ik ben van mening dat ruimte maken voor verschillende visies de enige weg vooruit is. Samenwerking hoeft niet te betekenen dat men dezelfde praktijken heeft of dezelfde overtuigingen deelt. Wat het wel betekent, is dat men elkaar respecteert en samenwerkt en zich verdiept in onderwerpen die ingewikkeld zijn voor de eenheid.
Wat betekent dit alles voor de toekomst van de oecumene? Naar mijn mening is de enige weg vooruit die van inclusiviteit. De oecumenische beweging kan en moet ruimte maken voor vrouwen, niet alleen als onderwerp van discussie, maar ook als actieve deelnemers in de dialoog. Als we serieus zijn over eenheid, dan moeten we ook serieus zijn over de gelijkwaardige deelname van vrouwen in de kerk en aan oecumenische tafels.
De uitdagingen op het gebied van gender en vrouwelijkheid zijn wellicht de nieuwe obstakels voor de oecumene, maar ze bieden ook een kans. Een kans om samen de Bijbel te lezen. Een kans om als kerken samen na te denken over hoe we het evangelie in deze tijd gestalte geven en te zoeken naar waar de Geest werkzaam is.
Laten we daarom niet bang zijn voor de gesprekken over gender. Laten we juist de kans grijpen om samen te groeien, in de wetenschap dat Christus zelf de Heer is van de kerk en dat zijn Geest ons leidt, ook in deze kwesties.
Zo worden de oecumene en óók het thema ‘vrouwen en leiderschap’ geen obstakel of onmogelijke opdracht, maar een zegen. Een zegen voor de kerk als geheel, die leert open te staan voor de vele manieren waarop God mensen wil gebruiken en die leert om te gaan met verschillen.
Dr. A. Leene is predikant in de Nederlandse Gereformeerde Kerk De Open Poort in Hattem.
Mailadres:
- Raadplegingen: 1098