Skip to main content

nr2 • 2004 • Prof. dr. C. Graafland

december 2004 (19e jaargang nr. 2)

   

Prof. dr. C. Graafland
1928-2004   

Dr. P. van den Heuvel

Het hoofdartikel in het allereerste nummer van Kontekstueel getiteld ‘Op zoek naar een gereformeerde hermeneutiek’ was van de hand van dr. C. Graafland. Wie het na 18 jaar opnieuw leest, bemerkt dat de vragen die hij toen aan de orde stelde, ons vandaag nog steeds bezig houden. Ik lees over groeiende verlegenheid ten aanzien van de prediking. Predikanten die jarenlang op een traditionele wijze gepreekt hebben, voelen dat het zo niet meer kan. Graafland volstaat niet met enkele praktische aanwijzingen: hij peilt dieper. De problematiek heeft te maken met onszelf, met de gemeente, met onze tijd, met onze relatie tot de Schrift, ten diepste met onze relatie tot God. Wij worden uitgedaagd om nieuwe wegen te gaan, die niet eerder betreden zijn. We leven in een tijd waarin ‘ervaring’ erg in is, hij spreekt zelfs van een ‘ervarings-hausse’. Hij zet deze vraag in een breder theologisch kader en concludeert: we staan voor de opgave een verbinding te slaan tussen de vaststaande traditie en de contemporaine ervaring.

Tijdens de redactievergadering waarin we bij het overlijden van prof. Graafland stilstonden, lag dit eerste nummer van ons tijdschrift op tafel. Graafland hoorde bij de initiatiefnemers van ons tijdschrift, enkele jaren maakte hij ook deel uit van de redactie. Hij heeft belangrijke bijdragen aan ons blad geleverd, vooral over hermeneutiek en Schriftgezag. Maar zijn voornaamste betekenis voor Kontekstueel was dat hij als een contextueel theoloog bij uitstek voor velen van ons een identificatiefiguur en een lichtend voorbeeld is geweest. De zekerheid lag voor hem in het Woord, in Christus. Daarom aarzelde hij niet om onze zekerheden ter discussie te stellen. Hij was geworteld in de traditie en daaraan gehecht. Maar hij was er beducht voor dat de traditie zou heersen over de Schrift. Altijd was het hem erom begonnen dat het Woord zijn gelding kreeg over ons leven. In april 2003 schreef hij in ons blad: ‘Meer dan ooit is het voor de kerk een worsteling op leven en dood om de woorden van God verstaanbaar te maken voor de mens van nu’.
Zijn laatste bijdrage getiteld ‘Protestantse kerk (ook in Nederland): het begin van het einde?’ (maart 2004) was wat Kontekstueel betreft zijn ‘oudejaarspreek’, in meer dan één opzicht. Hij is somber over de kerk. Als de verticale geloofsverbinding niet vitaal functioneert in prediking en geloofsleven, is het kerkelijk leven ten dode opgeschreven. ‘Want waar de kerk het van moet hebben, het léven uit het Woord en daarin het leven met God, als dat niet meer gevonden wordt, is het einde nabij. En ik denk, dat we dit nu zien gebeuren’.
Hij ziet alleen toekomst voor de kerk als er een verbinding optreedt tussen het orthodox-gereformeerde gemeenteleven en de evangelische spiritualiteit. Het evangelicale als een herbronning van het reformatorisch geloof, waarvan het hart is: leven uit het Woord van God, verticaal en horizontaal.
De kerk van de toekomst zal niet worden herkend aan haar vastgestelde belijdenis, maar een kerk zijn waarvan de leden delen in het ware geloof en in beleving en uitleving dat uitstralen naar elkaar en de wereld toe. Daarmee is de cirkel rond. Graafland begon zijn bijdragen aan Kontekstueel met de verbinding tussen traditie en ervaring en hij eindigt ermee!
Maar het laatste woord is gewijd aan het uitzicht. Hij besluit zijn laatste bijdrage met het uitspreken van de hoop - een eschatologisch verlangen - dat ‘eenmaal de grenzen zullen wegvallen, en het werkelijk gaat worden: één kudde, onder één Herder, onze Here en Heiland Jezus Christus’.

We gedenken met dankbaarheid deze dienaar van het Woord,
die als volgeling van Christus onze voorganger was.

.