Skip to main content

nr4 • 2004 • Geloven is uiteindelijk hopen

maart 2004 (18e jaargang nr. 4)

Geloven is uiteindelijk hopen
Het begin van het protestantisme

Drs. A.J. Zoutendijk

Als je spreekt over het einde van het protestantisme, is het misschien goed stil te staan bij het begin ervan. Dan kom je bij Maarten Luther. Afgelopen donderdag lazen we op een kring zijn boekje Over de vrijheid van een christen, uit 1520. Hij stond op het punt de kerk uitgezet te worden en verantwoordde zich door uit de doeken te doen wat het geloof is en (vooral) wat het doet.

Geloof

Het raakte ons te lezen dat door het geloof je alles gegeven wordt wat God te geven heeft. Genade, rechtvaardigheid, vrede en vrijheid. En hoe komt dat? Geloven is een verbinding van de ziel met het Woord van God. Luther gebruikt hiervoor allerlei beelden. Niets klemt zich zo aan het Woord vast als het geloof. Het is als ijzer dat in het vuur gehouden wordt – dat wordt gloeiend rood omdat het vuur zich ermee verbindt. De eigenschappen van het vuur gaan over in het ijzer. Het Woord heeft de kracht om de ziel aan zich gelijk te maken. Wie het gelooft, heeft alles. Wie niet gelooft, heeft niets (al doe je nog zo je best).
Dit is een fysische beeldspraak.

Luther gebruikt ook een relationeel beeld. Van de rijke bruidegom die het straatarme meisje trouwt. Ze trouwen in gemeenschap van goederen en zo begint er een blijde ruil.
Als Jezus de zonde ziet van zijn bruid, dan neemt Hij die op zich omwille van de trouwring (het geloof). Hij aanvaardt ze als de zijne en dan ‘moeten die zonden in Hem wel verslonden en verdronken worden’. Verslonden en verdronken.
En omgekeerd geeft Hij haar al zijn rijkdom. Zoveel rijkdom, zegt Luther, dat ze het in de strijd tegen de zonden kan uithouden, als die haar neerdrukken. Dan zegt ze tegen zonde, dood en hel: al heb ik gezondigd, daarom heeft mijn Christus nog niet gezondigd! In Hem geloof ik; al het zijne is het mijne en al het mijne is het zijne.
Het is alleen het geloof, dat ons zo nauw met Christus verbindt. Niet goede werken of ceremoniën.

Liberaal

Zou het nu kunnen dat dit bevrijdende inzicht zijn kracht verliest en ten einde komt?
Ja, dat zou kunnen. Het kunnen woorden worden, een theorie met steeds meer variabelen en ingewikkeldheden. Het kan een constructie worden en een bezwerende formule. Het is ook allemaal gebeurd. Met Luther in de hand kun je liberaal worden en ultra-orthodox.

Wat is er met ons gaande? Een paar jaar terug waren we met een paar Kontekstueel-mensen te gast op een symposium ‘vitale krachten in de kerk’. Wij bleken ook één van die vitale krachten te zijn. Wij blij – en we deden ons best.
De vraag naar vitaliteit is ook vandaag heel sterk. Maar daar schuilt ook een verzoeking in: dat we steeds onzekerder worden. We voelen onze pols, we meten ons cholesterol – hoe vitaal zijn we nog?
Dat is een verloochening van waar Luther voor stond, en Paulus. De zekerheid van Luther - die blije toon - had te maken met zijn armoede. Luther is niet zomaar gaan geloven. Hij liep vast met zijn godsdienst en toen bleef hem niet anders over dan het geloof ofwel zich vastklampen aan Christus.

Hopen

Het geloof alléén. Je kunt ook vertalen: slechts door het geloof. Geloven is alles in Christus zoeken, in het evangelie. Luther noemde zich een bedelaar. En dat heeft als voordeel, schrijft hij aan een vriend, dat ik niets te verliezen heb.
Hoe worden wij (samen) arm? Dat weet ik niet; God weet het. Ik denk wel, dat Hij er gedurig mee bezig is. In het klein van een mensenleven en in de gang van de gemeente. Hij kan ook ons protestantisme uitrukken om het opnieuw te planten. Want daarvan ben ik wel overtuigd: wat Luther weer ontdekte, dat is het onvergankelijke evangelie.

Paulus zegt in Romeinen 5: wij roemen in de hoop op de heerlijkheid Gods. De verdrukking en volharding monden uit in de hoop. Geloven is uiteindelijk hopen. En hopen is de zaak aan God toevertrouwen. Er is geen andere weg. Er is geen grotere vrede. De toekomst van Christus begint vandaag. Dus er is te leven, te overleven en te beleven.

Overdenking tijdens het middaggebed op de lezersdag.
Gelezen werd Romeinen 5:1-6;
gezongen Ps. 27:4,5 en 7; Gez. 421 en 446