Skip to main content

nr1 • 2004 • Herziening van de Statenvertaling

Oktober 2004 (19e jaargang nr.1)

Herziening van de Statenvertaling
Ds. B.J. van Vreeswijk

De meningen zijn niet alle eensluidend over de vraag of de Statenvertaling (SV) voor de huidige jongere maar ook oudere generatie echt verstaanbaar is. Verstaanbaar in de zin van goed te begrijpen voor de gemiddelde lezer. Toch is het slechts een kleine kerkelijke minderheid die overtuigd volhoudt dat de welwillende, geschoolde jongere of oudere geen echte problemen heeft met het taaleigen van de Statenvertaling. Vraag godsdienstleraren, catecheten en ouders naar hun ervaring dan erkent de grote meerderheid een probleem. Wie luistert naar het hardop lezen van jongeren uit de bijbel hoort de verstaanskloof. Vraag door over wat gelezen is en velen blijven het antwoord schuldig.

Noodzaak

Dan bedoel ik niet het geestelijk verstaan maar het eenvoudig, verstandelijk, kunnen ontvangen van de boodschap. Geen woord wil ik afdoen van het gereformeerd belijden dat de diepte van het ontvangen en ter harte nemen van de bijbelwoorden toeschrijft aan het werk van de Heilige Geest. Maar ook Die werkt door de uitleg in de prediking. Het Pinksterfeest doet mensen uitroepen: `Wij horen hen in onze talen de grote werken van God spreken.’
Wie zich realiseert dat de Statenvertaling binnen een minderheidsgroep van het protestantisme gebruikt wordt kan de vraag stellen: Moet je niet pas overgaan tot welke vorm van vernieuwing ook als je het allemaal onderling als gelovigen eens bent? Mijn antwoord daarop luidt: was dat maar een reële mogelijkheid. Met schaamte en pijn moeten we dan zeggen dat zelfs de gereformeerde gezindte een optelsom is van elkaar regelmatig bekritiserende groeperingen met ondertussen dezelfde gereformeerde belijdenisgeschriften in de hand. Ooit kon een boekje verschijnen met de veelzeggende titel Tien keer gereformeerd. Daarom is het initiatief genomen om te komen tot een hertaling van de Statenvertaling. In feite betekent dat de erkenning dat we geen volledig afscheid van de zo waardevolle vertaling willen nemen maar ook niet vanuit een bepaalde verlegenheid ons puur passief willen opstellen. In de loop van mijn betoog kom ik daarop terug.

De bijbel.

Ons onderwerp, bijbelvertaling, verplaatst ons direct naar een voor ons christenen heilig boek: de bijbel. Bewust kies ik deze aanduiding, heilig boek, om de unieke plaats van de bijbel als Woord van God aan te geven. Wij nemen niet zo maar een boek in onze handen. Het gaat om meer dan een klassiek boek, een cultureel hoogstaand werk, het gaat om de openbaring van de enige God aan ons. Dat wil niet zeggen dat het afgerond in 66 bijbelboeken uit de hemel is komen vallen. De Heilige Geest heeft in de loop van eeuwen mensen verlicht en aangedreven tot het schrijven van een goddelijk getuigenis. En het geloof belijdt daarvan dat het eeuwig zeker is en slechten, let bijvoorbeeld op deze regel uit de berijming van 1773, wijsheid leert. Dat doet niets af aan de verschillende persoonlijke eigenschappen van de bijbelschrijvers en de geschiedenis van eeuwen waarin de woorden van God zijn overgeschreven voordat zij in hun huidige vorm in ons bezit kwamen.
Binnen het raam van het onderwerp is het niet direct aan de orde maar het zou op zich boeiend zijn een discussie te voeren over hoe de Heilige Geest mensen heeft verlicht en tot schrijven gebracht. Werd hun hand automatisch over het papier geleid als mechanische inspiratie of werd hun geest verlicht en zijn zij ingeschakeld met behoud van hun eigenheid: de organische inspiratie? Immers niemand kan ontkennen dat bij de Hebreeuwse en Griekse grondtekst van respectievelijk het OT en het NT onderaan de bladzijden kleine afwijkingen van de tekst worden vermeld in verschillende gevonden handschriften. We noemen dat het kritisch apparaat. Ook zijn er soms oneffenheden en onjuistheden in de bijbel aan te wijzen die we niet kunnen verklaren. Een voorbeeld. Matteüs 27: 9 luidt:` Toen is vervuld geworden hetgeen gesproken is door de profeet Jeremia, zeggende: En zij hebben de dertig zilveren penningen genomen …’. Dit is een citaat uit de profeet Zacharia. Calvijn schrijft in zijn commentaar: hoe de naam van Jeremia hier ingeslopen is, beken ik niet te weten; het bekommert mij ook weinig. Zonder twijfel toch is de naam van Jeremia ten gevolgen van een mistasting in plaats van die van Zacharia geschreven enz.
Diepe eerbied voor de bijbel als Woord van God doet ons niet de ogen sluiten voor een ondergeschikte menselijke factor in de overlevering. Dat betekent ook dat de originele grondtekst van Hebreeuws en Grieks de eigenschappen vertoont van de tijd waarin de bijbelboeken ontstonden. Van deze talen geldt al dat de Joden nu het Ivriet spreken en de Grieken het moderne Grieks.

Wat ook genoemd moet worden is de geestelijke overtuiging op grond waarvan je vertaalt. Er wordt wel gesuggereerd dat vertalen een technische bezigheid is. Daar is alleen deskundigheid bij vereist. Gelovig of ongelovig dat doet er niet toe. We achten die stelling onjuist. Soms zijn er vertaaltechnisch twee mogelijkheden voor een vertaling. Welke kies je dan? Bijvoorbeeld in Lukas 2: 14 (SV) ` Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.’ De Rooms katholieke vertaling van Petrus Canisius heeft: `Glorie aan God in de hoge, en vrede op aarde onder de mensen van goede wil.’ De SV legt nadruk op Gods liefde en ontferming. De vertaling van Petrus Canisius op het goede dat nog in de zondige mens aanwezig zou zijn. Dogmatisch gezien een wereld van verschil.

Statenvertaling

Het geestelijk uitgangspunt van de Statenvertalers is niet onduidelijk. De opdracht tot vertalen werd gegeven op de synode van Dordrecht. Dus de geestelijke lijn is de gereformeerde Schriftvisie en geloofsovertuiging. Die is in het licht van ons onderwerp samen te vatten als het belijden van de bijbel als het onfeilbare Woord van God en niet een bundeling van mensenwoorden. De Heilige Geest is de eigenlijke auteur. Het geloofsleven bloeit op en wordt gevoed en gevormd door de heilige bijbelwoorden. Dat vereist een grote ingetogenheid bij het vertalen. De oorspronkelijke talen zetten de toon. In die talen is het geïnspireerde Woord van God ons gegeven. Dit fundamentele uitgangspunt kenmerkt de vertaling van 1637. Dezelfde woorden in de brontaal worden bij voorkeur concordant, dat wil zeggen door een zelfde Nederlands equivalent weergegeven. Oorspronkelijke werkwoordsvormen en woordvolgorde vinden we veelal in onze Nederlandse vertaling terug. Samengevat: de Statenvertaling is brontaalgericht, concordant, vanuit de gereformeerde geloofsvisie vertaald en wilde de bijbel verstaanbaar en betrouwbaar doorgeven aan het hele Nederlandse volk.

Moet je met het tot hiertoe genoemde niet heel wat argumenten hebben om te streven naar een nieuwe vertaling van de bijbel of een hertaling van de Statenvertaling? Is argwaan of verzet hiertegen niet begrijpelijk? Of anderzijds: met andere beschikbare vertalingen of de binnenkort te verwachten Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) is er toch genoeg voorhanden?
Op dit soort vragen wil ik graag ingaan. Laat duidelijk zijn dat we instemmen met de uitgangspunten van de Statenvertalers. Niet voor niets heet onze stichting HSV: Herziening van de Statenvertaling. De brontaalgerichte vertaling maakt het lezen in onze taal echter niet altijd gemakkelijk. Populair taalgebruik of spreektaal is de vertaling van 1637 vreemd. Dit in tegenstelling tot de vertaling van Luther of in onze tijd de Groot Nieuwsbijbel. Afstand nemen we van de stelling dat de vertalers van de 17e eeuw een bijna heilige, geïnspireerde, vertaling leverden die op straffe van heiligschennis onverkort gehandhaafd dient te worden. De wel geaccepteerde kleine veranderingen door de eeuwen heen en de verklarende woordenlijst in de GBS-uitgaven van nu geven dat ons inziens al aan.
Naast het brontaalgerichte vertalen legden onze vaderen dus nadruk op het concordant vertalen. Voor bijbelonderzoek van groot belang. Denk aan de Concordantie van Trommius. Maar deze geeft ook bij een zelfde Nederlands woord soms verschillende Hebreeuwse en Griekse woorden aan waarmee één Nederlands woord vertaald is. En wie nauwkeurig de woorden natrekt ziet dat de Statenvertalers niet altijd consequent waren. Begrijpelijk want computerprogramma’s om te vergelijken waren er in hun tijd niet.
Ook kunnen we juist uit de Kanttekeningen met respect hun gewetensvolle werkwijze proeven waarin zij eerbiedig rekenschap geven van de betekenis van vertaalde tekstwoorden en zinnen. Zij schamen zich niet om bij een keuze van een vertaling aan te geven dat ook een andere vertaling mogelijk is of dat er eigenlijk iets anders in de grondtekst staat.

Hertaling

De principiële ruimte om te hertalen vinden we dus direct al in de Kanttekeningen zelf. Zoals gezegd die laten ruimte voor andere verwoordingen dan in de officiële tekst zijn opgenomen. Gaandeweg het hertalen ervaren we dat de geboden alternatieven of toelichtingen van de kanttekeningen meermalen een eigentijdser of begrijpelijker alternatief bieden voor de tekst. Laten we ook niet vergeten dat vanaf 1619 in een aantal eeuwen meer kennis van het klassieke Hebreeuws en Grieks is verkregen en dat onze taal als levende taal zich steeds weer ontwikkelt. Dat geeft een groeiende kloof met het steeds meer verouderde Nederlands van de Statenvertaling en onze huidige schrijf- en spreektaal. Daarom is het initiatief genomen om met de uitgangspunten van de Statenvertaling en die tekst als vertrekpunt te werken aan een herziening.

Daaraan is onderzoek voorafgegaan. Ik gaf al aan: vele onderwijskrachten en catecheten bevestigden de taalkloof. Het Nederlands Bijbelgenootschap meldde dat de zeer beperkt herziene uitgave van 1977, de zogenaamde Tukker-editie, nog maar met enkele duizenden per jaar verkocht wordt. Daarentegen wordt aantoonbaar mede in de gereformeerde gezindte de Groot Nieuwsbijbel met enkele tienduizenden exemplaren per jaar verkocht. Om maar te zwijgen over de opmars van Het Boek dat feitelijk geen echte bijbelvertaling is. Waarschuwingen en afkeurende uitspraken van kerkenraden of synodes van kerken in de gereformeerde gezindte doen daar niets aan af.

Eerbiedig luisteren.

In het tot nu toe betoogde heb ik al door laten schemeren dat diepe eerbied voor de bijbel niets in mindering brengt op twee problemen: ten eerste dat we te maken hebben met oude, deels dode talen. Dat wil zeggen dat die nu zo niet meer gesproken worden. Dat betekent ook dat niet altijd van ieder bijbelwoord de exacte betekenis bekend is. Daarnaast is het tweede probleem dat we bij vertalen vanuit een geheel andere cultuur en taalveld de brontalen (Hebreeuws en Grieks) moeten overbrengen in de doeltaal: ons Nederlands. Bijkomend probleem is dat een taal die leeft zich ontwikkelt. Uit de psalmregel straks: slechten zijn eenvoudigen. En ga zo maar door. Het stelt vertalers voor principiële keuzes. Zelfs hele grote en verschillende keuzes. Met welk uitgangspunt gaan we vertalen? Willen we zo veel mogelijk de stijl van de grondtekst, de brontaal, intact laten? Leggen we nadruk op verheven taalgebruik? Willen we zo dicht mogelijk bij de doeltaal en de gemiddelde lezer aansluiten? En zo zijn er vele vragen te stellen. Onze statenvertalers hebben daarin een duidelijke keuze gemaakt. Zij hebben in hun dagen baanbrekend werk verricht en zijn middel geweest tot zegen onder ons volk. Onze eerste folder spreekt dan ook van een eerbiedig luisteren gepaard gaande met een verstrengeling van wetenschap en vroomheid.

Herziene Statenvertaling.

Wie kiest voor een herziene vertaling mag bevraagd worden. Waarom accepteren we niet de Nieuwe Vertaling uit de vijftiger jaren van de vorige eeuw? Daarvan is te zeggen dat de taal soms al weer verouderd is. Bij de aanvang van dat vertaalproject was opdracht gegeven een brug te slaan tussen de Statenvertaling en de Nieuwe Vertaling. Ook ging men voor de vertaling uit van twee andere groepen handschriften dan de Statenvertalers. Voor de fijnproevers onder ons. De NV heeft voor het OT de Biblia Hebraica Stuttgartensia en voor het NT de editie Nestlé-Aland. De Statenvertalers hebben respectievelijk voor het OT de Codex Leningradensis en voor het NT de Textus Receptus. Kunnen we dan niet wachten op de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)?
Zeer terughoudend en summier, omdat wij polariseren willen vermijden, reageer ik op die vraag. Laat ik dan ook voorop stellen dat de NBV, met wat tot nu toe gepubliceerd is, veel goeds bevat. Het uitgangspunt verschilt echter. Tegenover het sterk brontaalgerichte van de SV is de NBV doeltaalgericht en brontekstgetrouw. Dat betekent bijvoorbeeld dat niet sterk gehecht wordt aan concordant vertalen, dat in het OT niet altijd de naam HEERE wordt vertaald, waar die meermalen voorkomt in een bijbelgedeelte vanwege vlottere leesbaarheid. Ook kiest men voor het zogenaamde inclusief taalgebruik: `Griekse broeders’ kan dan vertaald worden met: `broeders en zusters’. Leerstellige kwesties worden vermeden of zo mogelijk geneutraliseerd. En, naar we begrepen hebben, is voor de vertalers persoonlijk christelijk geloof geen voorwaarde om betrokken te kunnen zijn.
De reacties op de vertaalproeven van de NBV zijn heel verschillend. Ik noemde slechts enkele argumenten die aangeven dat voor een groot deel van de gereformeerde gezindte de NBV niet acceptabel zal zijn. Daarom is het initiatief genomen tot een herziening van de Statenvertaling. Het is een poging om een middenweg te bewandelen tussen de onmogelijkheid van een geheel eigen nieuwe vertaling en de groeiende verstaanskloof met de taal van de Statenvertaling.

In concreto betekent dit dus dat de voorliggende Nederlandse vertaling ons vertrekpunt is. Hoe gaan wij verder te werk?
Er zijn hertaalkoppels gevormd die bestaan uit een neerlandicus, een theoloog en/of een classicus. Zij doen een voorstel dat kritisch geëvalueerd wordt door een resonansgroep bestaande uit enkele neerlandici en theologen. In onderlinge samenspraak komt daaruit een voorlopig definitieve tekst. Het is mogelijk dat daarbij verschil van mening overblijft of dat de vraag rijst: in hoeverre beweegt een voorgestelde keuze zich binnen de richtlijnen die wij hanteren. Dat soort vragen en een slotoordeel over het vertaalresultaat is de verantwoordelijkheid van het bestuur.
Welke stappen worden gezet? Samengevat noem ik een aantal aspecten:
Heel eenvoudig beginnen we bij de spelling. `Hij zeide’ wordt: `hij zei’. `Hij antwoordde, zeggende’ wordt naar de bedoeling van de grondtekst: `hij antwoordde:’ (dus: met dubbele punt). Verouderde woorden worden vervangen. `Hondekens’ wordt `hondjes’. `Lankmoedigheid’ wordt `geduld’. Zogenaamde staande uitdrukkingen worden gehandhaafd. Bijvoorbeeld: `in het huis Mijns Vaders’ wordt `in het huis van Mijn Vader’. Maar `de Zoon des mensen’ blijft onveranderd.
Uit archeologisch onderzoek en meer kennis van de grondtalen blijkt dat bepaalde woorden verkeerd vertaald zijn. Dit geeft dan ook misverstanden en een andere voorstelling bij ons van datgene waarom het gaat. Het bos van Gideon bedoelt niet anders dan de heilige boom. De kaars onder de korenmaat is een olielampje.
Moeilijke zinsconstructies worden vereenvoudigd, deelwoorden omschreven.:
`Gekomen zijnde in Kapernaum’ wordt: `toen Hij in Kapernaum kwam.’
Ook een evident onjuist vertaling wordt gewijzigd. Bijvoorbeeld de zegen van vader Izak aan Ezau (SV Genesis 27: 39): `Toen antwoordde zijn vader Izak en zeide tot hem: Zie, de vettigheden der aarde zullen uw woningen zijn, en van den dauw des hemels van boven af zult gij gezegend zijn.’ In de HSV: `Zijn vader Izak antwoordde: Zie ver van de vruchtbare streken van de aarde zal uw woonplaats zijn, en zonder dauw van de hemel van boven.’

Met het noemen van deze aspecten en voorbeelden lijkt de herziening niet zo’n moeilijke opgave. De praktijk is anders. Het woord voor hel of graf in de grondtekst geeft in het bevindelijk verstaan van de gereformeerde traditie discussie. In hoeverre handhaven we het gebruikelijke `voor zijn aangezicht’ en het woord `ziel’ waar het eenvoudig de persoon betreft en het typerende `zie’ als het luister, of ja, of nog iets anders bedoelt? Telkens loop je tegen grenzen aan en is de vraag in hoeverre de taal van de Statenvertaling verstaanbaar is en hertaling strikte hertaling. Hoe consequent kun je concordant vertalen of dwingt de context om te variëren? Welke woorden, uitdrukkingen en zinsconstructies vragen om nieuwe verwoording?

Ontvangst

Is ons project voeding van polarisatie? Naar onze overtuiging niet meer dan er al aan polarisatie is. We hopen dat het resultaat overtuigen en inwinnen zal. De vele reacties, ook uit de kleine kerken die officieel ons project afwijzen, geven goede hoop. Opmerkelijk is daarbij de respons uit baptisten- en evangelische kringen waar ook gepleit wordt voor eerbied, concordantie en een strakke opzet ten dienste van bijbelstudie. Dat geldt evenzeer voor reacties uit vrijgemaakt gereformeerde kring.
Daarom is er hard gewerkt aan een eerste proefuitgave van de boeken Genesis, Psalmen en een aantal nieuwtestamentische boeken. Vele uren worden door een groot aantal betrokkenen uit meerdere kerkgenootschappen besteed aan een nauwgezette weging van woord voor woord, zin voor zin. Met dankbaarheid constateren we daarbij een grote eensgezindheid en liefde voor het getuigenis van Gods Woord. Op geestelijke en gewetensvolle wijze wordt er gewerkt niet uit zucht tot vernieuwing. Het is de overtuiging dat niets doen betekent dat er geen antwoord is op de vraag van de huidige en komende generatie: wat hebben jullie concreet voor ons gedaan inzake de verstaanbaarheid van het Woord van God? Nog meer verlangen we ernaar dat ouderen en jongeren in hun eigen spreek- en leestaal de grote werken van God zullen horen.

Ds. B.J. van Vreeswijk is hervormd predikant te Veenendaal en voorzitter van de stichting Herziening Statenvertaling.