Skip to main content

nr1 • 2004 • De vertaalprincipes in de Nieuwe Bijbelvertaling

Oktober 2004 (19e jaargang nr.1)

De vertaalprincipes in de Nieuwe Bijbelvertaling
Mw. dr. Marijke H. de Lang

Toen in 1993 het Nederlands Bijbelgenootschap en de Katholieke Bijbelstichting aan het project Nieuwe Bijbelvertaling begonnen, was het nog niet helemaal duidelijk op welke wijze vertaald zou worden. Er waren vertaalprincipes opgesteld, maar die bleken teveel in de richting van een Groot Nieuws Bijbel te leiden. Er werd veel nadruk op de helderheid van de informatie-overdracht gelegd, maar het literaire karakter van de bijbelboeken bleef enigszins onderbelicht. Gaandeweg werd een methode ontwikkeld die de naam ‘brontekstgetrouw en doeltaalgericht’ kreeg. Daarbij kreeg het literaire karakter van de bronteksten (de bijbelboeken in de oorspronkelijke talen) meer aandacht.


Brontekstgetrouw

De vertaalmethode ‘brontekstgetrouw en doeltaalgericht’ is erop gericht de aard van de oorspronkelijke teksten zoveel mogelijk recht te doen met behulp van de stijlmiddelen van het moderne Nederlands. Omdat de nadruk op de brontekst lag, en niet op de brontaal, werden de individuele vertaalbeslissingen op een geheel andere wijze genomen dan in Statenvertaling of NBG-1951, vertalingen waarin meer op woordniveau is gewerkt. In de NBV gaat de aandacht in eerste instantie uit naar de tekst als geheel: naar de aard van de tekst (proza of poëzie, verhalend of betogend, etcetera), naar de toon van de tekst (bijvoorbeeld vermanend, bemoedigend, dreigend, neutraal), en naar het register (moeilijk, makkelijk, neutraal). Pas daarna is er aandacht besteed aan de individuele woorden binnen de tekst. Voordat er vertaald werd, werd er eerst een analyse gemaakt van het bijbelboek waaraan gewerkt zou worden. Aan ieder bijbelboek werd door een exegeet én een neerlandicus gewerkt. Samen stelden zij een document op waarin de achtergronden van de tekst, onder andere de ontstaansgeschiedenis, werden uiteengezet. De belangrijkste thema’s en motieven werden aangestipt. En er werd aandacht besteed aan de vertaalstrategie: wat de opbouw en indeling van het boek was, waar in poëzie en waar in proza vertaald zou worden. De beslissingen op lager niveau (op zins- en woordniveau) werden genomen met deze analyse als uitgangspunt: uitdrukkingen die tot het taaleigen van het Grieks of Hebreeuws behoren (zogeheten taalkenmerken) werden met het taaleigen van het hedendaagse Nederlands weergegeven. Maar specifieke motiefwoorden of zinswendingen die tot de tekst behoren (zogeheten tekstkenmerken), moesten in de vertaling herkenbaar blijven.


Voorbeelden

Een vertaling die zoveel mogelijk recht wil doen aan de oorspronkelijke taal kan soms tot onbegrijpelijke teksten leiden. Een aardig voorbeeld dat wel vaker gebruikt wordt om dit te illustreren, is 2 Korintiërs 6:11-13 in de Statenvertaling:
11Onze mond is opengedaan tegen u, o Korinthiërs, ons hart is uitgebreid.
12Gij zijt niet nauw in ons, maar gij zijt nauw in uw ingewanden.
13Nu, om dezelfde vergelding te doen, (ik spreek als tot mijn kinderen) zo wordt gij ook uitgebreid.
In de bijbel staan de ingewanden, de nieren, de buik vaak voor het gevoel van de mens. Hier geldt dat ook. ‘Ingewanden’ duidt hier de affectie van de Korintiërs voor Paulus aan. In deze passage zegt Paulus tot de Korintiërs: ik heb zo frank en vrij met u gesproken (ónze mond is opengedaan’) omdat ik om u geef (‘ons hart is uitgebreid’). Hij is teleurgesteld dat de Korintiërs die affectie niet beantwoorden (vs 12), en hij vraagt hun de genegenheid die hij jegens hen koestert ook jegens hem te voelen. In de Statenvertaling komt deze bedoeling niet goed uit de verf, en wordt dus niet duidelijk wat er tussen Paulus en de Korintiërs aan de hand is.
De NBG-1951 is iets duidelijker:
11Onze mond heeft zich tegen u geopend, Korintiërs, ons hart staat wijd open; 12bij ons vindt gij niet te weinig ruimte, maar in uw binnenste is het te eng. 13Maar dan ook gelijk op, - ik spreek als tot mijn kinderen - gij moet ook ruimer worden.
Dankzij de veel duidelijker inzet van vs 13 kan de lezer nu in ieder geval uit de tekst opmaken dat Paulus aan de Korintiërs vraagt om iets te doen wat hij zelf ook doet. Maar het is de vraag of uit NBG-1951 opgemaakt kan worden om welk gevoel het nu precies gaat. ‘Uw binnenste is te eng’, ‘gij moet ruimer worden’ - is het wel duidelijk dat het hier om affectie van de een jegens de ander gaat? Tot zover het voorbeeld uit 2 Korintiërs.
Ook het woord ‘vlees’ (de vertaling van het Griekse woord sarx) is uit de vertaling verdwenen. In de brieven van Paulus heeft dit woord verscheidene betekenissen. Het kan slaan op afkomst of afstamming (Rom 1:3), op de begrensdheid van het menselijke bestaan (Rom 7:14, Gal 2:20) of van het inzicht van de mens (Rom 6:18), en op veel plaatsen slaat het op de zondigheid van de mens. In Gal 2:16 heeft ‘geen vlees’ de betekenis van ‘niemand’, en in Gal 4:13 wordt met ‘zwakheid van vlees’ ziekte bedoeld. In geen van deze gevallen gebruiken we in het Nederlands het woord ‘vlees’. De uiteenlopende betekenissen die het ene Griekse woord sarx in zich draagt, moeten in het Nederlands ook op uiteenlopende wijzen vertaald worden.


Taal- of tekstkenmerk

Het blijft uiteraard bijzonder lastig om vast te stellen wanneer het om een taalkenmerk, en wanneer het om een tekstkenmerk gaat. Het woord ‘hart’ (kardia) wordt in het Grieks gebruikt op plaatsen waar we in het Nederlands een persoonlijk voornaamwoord zouden verwachten. Of het woord duidt de mens als geheel aan, en kan In een aantal gevallen is in de NBV dan ook inderdaad het woord kardia met een persoonlijk voornaamwoord vertaald. Bijvoorbeeld Rom 8:27: in de NBG-1951 luidt het begin van het vers ‘En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling des Geestes ...’ In de NBV is voor de volgende vertaling gekozen: ‘God, die ons doorgrondt, weet wat de Geest wil zeggen.’ Vergelijk ook 2 Kor 1:22. NBG-1951 heeft: ‘(Hij nu, die) ... de Geest tot onderpand in onze harten gegeven heeft.’ In de NBV is het vers als volgt vertaald: ‘(Het is God die) ... ons als voorschot de Geest gegeven heeft.’ Maar op andere plaatsen is gekozen voor het behoud van de term ‘hart’. Bijvoorbeeld in Rom 5:5, waar het tastbare ‘hart’ als plaats behouden is vanwege het werkwoord ‘uitgieten’. Paulus stelt het zijn lezers hier zeer plastisch voor: de Geest wordt als een vloeistof in ons hart uitgegoten.
In de NBV hangt de vertaling van individuele woorden en zinnen af van de context waarin die woorden en zinnen gebruikt worden. In de vertaalprincipes wordt dat aldus verwoord: ‘De informatie die de context verschaft overstijgt de informatie van het woordenboek. Waar woordenboeken mogelijke betekenissen geven (en lang niet altijd het hele scala, en dat geldt voor meer dode talen), laat de context horen welke – soms in het woordenboek niet vermelde – nuance past.’ Betekent dat nu dat de vertalers maar wat moeten gokken? Dat gevaar zou hebben bestaan als de vertalers woord voor woord zouden hebben vertaald, en dus geen overzicht over het geheel van de tekst zouden hebben gehad. Maar doordat er, zoals eerder al vermeld, een uitgebreide analyse van het bijbelboek aan het vertaalwerk voorafging, werd dat gevaar grotendeels afgewend. De vertalers moesten zich dus als het ware aan de door hun opgestelde spelregels houden. Ik geef weer een klein voorbeeld van zo’n context-afhankelijke vertaling. In 1 Kor 3:16 heeft de NBV doelbewust ‘in u midden’ vertaalt, terwijl het Grieks simpelweg en humin (‘in u’ of ‘onder u’) heeft. De eerste hoofdstukken van de brief gaan over de ruzies die binnen de gemeente van Korinte zijn ontstaan door allerlei partijstrijd. In hoofdstuk 3 zegt Paulus dat het er niet toe doet wie de gemeente heeft gesticht of wie de gemeente verder opbouwt. De gemeente staat dus ter discussie. En het is opvallend hoe vaak Paulus in deze brief niet zozeer vanuit het individu, maar vanuit de gemeente redeneert. Dat wordt bijvoorbeeld duidelijk in de hoofdstukken 8 en 14. Natuurlijk, iemand kan zonder schade eten van vlees dat in een heidense offerdienst gebruikt is, maar als een broeder zich daaraan stoot dan dient het omwille van hem nagelaten te worden. Natuurlijk, het spreken in klanken kan nuttig zijn, maar het is nuttiger verstaanbaar te zijn voor de gehele gemeente. Paulus zet zich dus af tegen een zekere vorm van ‘individualisme’ onder de Korintiërs. Blijkens de eerste twee hoofdstukken van de brief hebben deze Korintiërs zich beroepen op hun doop en de gave van de Geest. Om deze redenen is in de NBV in 1 Kor 3:16 zeer bewust gekozen voor de vertaling ‘in uw midden’: ‘Weet u niet dat u een tempel van God bent en dat de Geest van God in uw midden woont?’ Niet het individu, maar de gemeente is geheiligd: daarom moeten de Korintiërs ook ophouden met de onderlinge competitie die de gemeente verscheurde. Naar onze mening zou de vertaling ‘in u’ toch weer verkeerd gelezen kunnen worden, namelijk toch weer teveel gericht op het individu.


Tekstveranderingen

Bij het vertalen ondergaat de oorspronkelijke tekst transformaties, veranderingen. Grammaticale vormen moeten worden omgezet, zinsdelen moeten soms worden omgedraaid, woorden moeten worden vervangen. Wanneer we vanuit de strategie van de Statenvertaling denken, lijkt het alsof we de oorspronkelijke tekst daarmee geweld aandoen. Maar in het wereldwijde vertaalwerk, ook het vertaalwerk van de bijbel, zijn dit normale ingrepen. Geen twee talen zijn gelijk, en iedere taal heeft zijn grammaticale structuur, zijn eigen manier van zeggen. Naast grammaticale veranderingen zijn er in de NBV talloze ingrepen op lexicaal niveau te zien, omdat een letterlijke vertaling de lezer op het verkeerde been zou zetten. Ik kom daarmee weer terug bij het voorbeeld van 2 Kor 6:11-13 in de Statenvertaling en de NBG-1951. Ik geef nog een keer de tekst van de Statenvertaling:
11Onze mond is opengedaan tegen u, o Korinthiërs, ons hart is uitgebreid.
12Gij zijt niet nauw in ons, maar gij zijt nauw in uw ingewanden.
13Nu, om dezelfde vergelding te doen, (ik spreek als tot mijn kinderen) zo wordt gij ook uitgebreid.
In de meer recente Nederlandse vertalingen zijn woorden als ‘uitgebreid’, ‘nauw’, ‘ingewanden’, ‘vergelding’ vervangen. Ik geef nu als voorbeeld de Willibrordvertaling en de Groot Nieuws Bijbel (de herziene editie uit 1996).
De Willibrordvertaling luidt als volgt:
11Wij spreken ronduit met u, Korintiërs, ons hart staat wijd voor u open. 12Wij zijn niet bekrompen jegens u; zelf bent u niet ruimhartig genoeg. 13Om mij wat kinderlijk uit te drukken: geef dan ook mij krediet en gedraag u niet bekrompen jegens mij ...
In plaats van ‘nauw’ wordt het woord ‘bekrompen’ gebruikt. Op zichzelf is dit woord beter begrijpelijk in de context, maar het is de vraag of het woord ‘bekrompen’ niet te negatief is. Het gaat erom dat de Korintiërs Paulus’ genegenheid niet beantwoorden; dat is iets anders dan ‘bekrompenheid’ Het is bovendien jammer dat de Willibrordvertaling varieert tussen ‘bekrompen’ in vs 12 en ‘niet ruimhartig’ in vs 13, terwijl Paulus in beide zinsdelen eenzelfde woord gebruikt. Ook de herhaling in vs 11 en 13 van wat in de Statenvertaling weergegeven is ‘uitgebreid worden’, is in de Willibrordvertaling verloren gegaan. Ten slotte lijkt de keuze in vs 13 Ik druk mij wat kinderlijk uit niet een adequate weergave van het Griekse hôs teknois lego (letterlijk betekent dit: ‘als tot kinderen spreek ik’). Het gaat er niet om dat Paulus zich kinderlijk uitdrukt (wat hij in de Willibrordvertaling na de dubbele punt overigens absoluut niet doet), maar dat hij de Korintiërs als zijn kinderen beschouwt. Dat geeft de tekst wel een andere lading.
In de herziene editie van de Groot Nieuws Bijbel luiden de verzen aldus:
11Wij hebben vrijuit met u gesproken, Korintiërs! Ons hart staat wijd voor u open. 12Wij hebben alle begrip voor u, maar u bent zelf zo bekrompen. 13Ik spreek u toe als mijn kinderen: blijf niet bij ons achter en open ook uw hart!
Net als Willibrord is ook hier het woord ‘bekrompen’ gebruikt, dat, zoals gezegd, niet de juiste weergave is van het letterlijke ‘nauw zijn’. Een voordeel van de Groot Nieuws Bijbel is dat de wederkerigheid tussen Paulus en de gemeente nu beter uit de verf komt: Paulus heeft zijn hart geopend (vs 11), hij vraagt de Korintiërs dat ook te doen (vs 13). Een klein nadeel van de vertaling is dat de passage in kleine zinnen is opgedeeld, waardoor de retorische kracht van Paulus’ oproep enigszins verslapt.
In de NBV zijn deze verzen nu als volgt vertaald:
11Wij zeggen u dit alles ronduit, Korintiërs, want wij hebben u in ons hart gesloten. 12Niet wij schieten in onze genegenheid voor u tekort, maar u in uw genegenheid voor ons. 13Nu dan, ik vraag u als was u mijn eigen kinderen: sluit op uw beurt ons in uw hart.

Door de vele transformerende ingrepen, is de NBV niet geschikt is voor mensen die woordonderzoek willen doen. Dat kan - tot op zekere hoogte - wel met een concordante vertaling. Die kan de lezer een beter idee geven van de structuur van de brontaal. Toch kleven er twee nadelen aan concordante vertalingen. Ten eerste wordt de concordante vertaling vaak verward met de brontekst. Maar het blijft een vertaling, waarin evenzeer keuzes zijn gemaakt als in ‘vrije’ vertalingen als Groot Nieuws. Wie bij het lezen van het woord ‘goedheid’ zegt dat er eigenlijk ‘genade’ staat, slaat de plank mis. Want eigenlijk staat er chèsèd (Hebreeuws) ofwel charis (Grieks).
Ten tweede levert een concordante vertaling vaak een wat merkwaardige Nederlandse tekst op. Doordat alle aandacht uitgaat naar het woordniveau, gaan de stijlverschillen tussen de teksten vaak verloren. Een lezer kan vaak niet meer zien welke tekst van oorsprong moeilijk is, en welke makkelijk: in de letterlijke vertaling klinken de meeste teksten de lezers enigszins vreemd in de oren. In de NBV is juist geprobeerd om aan de stijl van de verschillende bijbelboeken meer aandacht te schenken.


Alledaags, niet plat

Is de NBV een platte vertaling? Veel oude vertouwde woorden zijn verdwenen en zijn vervangen door moderne, misschien zelfs meer alledaagse termen. Voor veel lezers is de tekst daardoor ‘platter’ geworden. Maar het is de vraag of deze termen altijd de ‘diepe’ betekenis hebben gehad die we er nu aan toekennen. We moeten waarschijnlijk eerder ervan uitgaan dat wat wij nu als ‘diepe’ termen beschouwen, eertijds alledaagse woorden waren. Zo wordt wel beweerd dat de goedertierenheid van God een diepere dimensie heeft dan de goedheid van God. Maar goedertierenheid is simpelweg een oudere term voor goedheid. Zouden we, als we over de goedheid van God zouden horen preken, minder diep geraakt worden? Natuurlijk, voor de lezer die vertrouwd is met de taal van de Statenvertaling en NBG-1951 zal de nieuwe taal van de NBV kil en kaal overkomen. De teksten die door de jarenlange omgang met de Schrift een diepe betekenis hebben gekregen, lijken in de NBV opeens tot gortdroge mededelingen te zijn gereduceerd. Maar dan moet tegelijkertijd worden toegegeven dat een vertaling tijd nodig heeft om in te slijten. De NBV moet die tijd wel gegund worden.


Dr. Marijke H. de Lang is nieuwtestamentica en vertaalde onder andere de brieven van
Paulus aan de Korintiërs in de de Nieuwe Bijbelvertaling