Skip to main content

nr5 • 2005 • Contextueel pastoraat, al gaande en horende...

   

juni 2005 (19e jaargang nr. 5)


Contextueel pastoraat, al gaande en horende…
Een persoonlijke impressie

Drs. N. de Boo

Jaren geleden was mij ook al, zo terloops, gevraagd eens een artikel te schrijven over contextueel pastoraat. Maar nu ligt het anders, want het opmerkelijke is dat nu, na vele jaren, contextueel pastoraat ook sterk in de belangstelling komt van personen en opleidingen, die zich verbonden voelen met de orthodoxe traditie binnen de Protestantse Kerk in Nederland, maar ook met het 'palet' van gereformeerde kerken en evangelische gemeenten erbuiten.
Dit artikel is een terugblik, of eigenlijk zijn het meer herinneringen en gedachten over de jaren van 'meeleven' met contextueel pastoraat, terwijl je in je geloofsleven en werk in de gemeente je ook van harte verbonden weet met de traditie van dat andere Kontekstueel (met een k).

   
Mijn belangstelling ontstond in de jaren 1992, 1993. Na de overstap vanuit de wereld van natuur- en wiskunde werd ik in 1983 predikant in het kleine dorp Uitwijk. De overzichtelijkheid van de gemeente en de vele vaste patronen, zo niet het 'spinnenweb', gaven niet veel ruimte voor pastorale groei. De volgende gemeente, Zierikzee, is veel meer de plaats geweest van persoonlijke groei in het pastoraat. In die jaren ben ik in contact gekomen met contextueel pastoraat. Het zijn begrippen als familie en geschiedenis geweest, maar ook namen als Buber en Levinas, die mij ertoe brachten mij in te schrijven voor de introductiecursus op Hydepark. Aat van Rhijn en Hanneke Meulink-Korf leidden die week.

Kennismaking

Een eerste kennismaking: begrippen werden uitgelegd, voor het eerst kwamen genogrammen op het bord. Artikelen van Buber en Levinas werden ernaast gelezen. Het verband begreep ik vaak nog niet. Een film werd bekeken, waar levensverhalen door elkaar heen gingen. Het was een onbekende wereld en ik kwam ook niemand tegen, met wie ik me verwant voelde in mijn 'plek' in de kerk. Het was ook zo anders dan het pastoraat dat toen veel meer leefde: kerugmatisch, verkondigend, zo niet vermanend. Al ging de bijbel dan niet aan het begin open, in de loop van het gesprek kwamen bijbelwoorden zeker aan de orde. Het gesprek over dagelijks leven en gezin was maar een 'opstapje'. En dan: leren luisteren naar het levensverhaal, ingebed in het 'familieplaatje'. Oren en hart gespitst om 'bronnen' te vinden, waarbij opstaan en weer verdergaan mogelijk wordt.

Mijn belangstelling was echter gewekt, misschien speelde ook wel mijn eigen levensgeschiedenis erin mee. Onbewust wil je ook graag met je eigen familieverhaal klaarkomen. De belangstelling voor de voortgezette opleiding 'contextueel  pastoraat' 1992-1993 was zo groot, dat ik het volgende jaar pas aan de jaarcursus deel kon nemen. Het Dominicaner klooster in Huissen werd de vaste plek, waar stapje voor stapje dieper op de inhoud van contextueel pastoraat werd ingegaan. Er moest gelezen worden, het werd in de kring besproken.
Niet alleen verdiepte de kennis zich, maar er kwam ook een groepsproces op gang, dat nu nog doorgaat in de intervisiegroep waarbij ik betrokken ben. Voor mijzelf is het nadenken, maar ook praktisch uitzoeken en navragen van mijn eigen levensgeschiedenis heel leerzaam en verdiepend geweest. Hoe onzichtbare loyaliteit, maar ook destructief recht en de balans van geven en ontvangen, bij jezelf herkenbaar wordt. En je er in het 'doorspitten' ook persoonlijk door geholpen wordt. Daarin ben ik, met velen, dankbaar voor de leiding, maar ook voor de persoonlijke betrokkenheid van Aat van Rhijn en Hanneke Meulink. Anderen zullen zo'n persoonlijke verrijking herkennen in hun training KPV of opleiding tot supervisor.

Vragen

Vragen kwamen er ook voortdurend naar boven. Sommige heel 'bèta-achtig': wat is nu dat bijzondere van het relationele, het 'aangezicht' van de ander, dat zo diep in je ziel ingrijpt. Is dat geur en kleur, klank van de stem, woorden, of de verschijning zelf? Of het blijven zoeken naar geborgenheid? Maar ook die andere vraag: als ontmoeting en openbaring van God zo verbonden wordt met de ontmoeting van de ander, waar is de 'eigenheid' van God dan nog? Is er ook de openbaring van de 'andere kant'. Het spreken: ‘Zo zegt de HEER!’
Verrassend was het nadenken over de vele familiegeschiedenissen in de bijbel zelf, van Jacob en Ezau, de 'verloren zoon' en de vele anderen. Spelend met drama, je in de persoon verplaatsen, en dan diepe ontdekkingen doen, geraakt worden. De jaarcursus werd afgesloten met een studiedag, waar de 'meester' Nagy zelf voor uitgenodigd was. Bij mijn hoge verwachtingen stelde dat mij teleur. Maar kon ik elke nuance in de vragen onderscheiden?

Ik maakte een eindscriptie over hoe ik zelf elementen uit contextueel pastoraat had verwerkt in een cursus pastoraat in de eigen gemeente. Hoe kun je anderen voor die bijzondere relationele werkelijkheid 'gevoelig' maken, hen wat inzicht geven en daardoor ook wat fijngevoeligheid? Voor mij is heel belangrijk geworden de blijvende toerusting van elkaar na de jaarcursus. Vanaf 1994 gaan we met een gedeelte van de jaargroep nog steeds verder als intervisiegroep. Viermaal per jaar bij één van ons thuis. En één keer per jaar een studiedag, in het begin zelfs een studieconferentie op de oude grond van Huissen. Op die manier blijf je elkaar opscherpen om het geleerde 'levend' te houden. Voor mij is dat erg belangrijk, omdat de veelheid van werk je ook 'oppervlakkig' maakt. In de vele korte en snelle contacten is er niet veel gelegenheid en rust op het 'vierde' niveau te luisteren naar elkaar en met elkaar het genogram van de familie te verkennen.

Waardering

In deze terugblik wil ik echter niet alleen persoonlijke feiten en ervaringen op een rijtje zetten, maar ook wat gedachten doorgeven. Laat ik met de voor mij belangrijkste beginnen. Contextueel pastoraat is geen 'techniek', die je in een paar lesjes kunt leren en als het nodig is kunt toepassen. Dat is bij de positieve reacties van deelnemers aan een cursus pastoraat ook de schaduwkant. Contextueel pastoraat moet een deel van jezelf geworden zijn. Het heeft met een manier van luisteren en kijken te maken. Daarvoor is verdieping in en verwerking van je eigen familiegeschiedenis ook zo belangrijk. Niet alleen rust en tijd zijn nodig, maar ook dat je gedachten en vragen er helemaal op gericht zijn. Ik ben blij met de belangstelling, die er ook vanuit de meer orthodoxe kant van de kerk voor groeit. Maar het mag niet zo zijn, dat het een 'techniekje' wordt dat we ons aanleren om 'ook nog eens te proberen'. Dan miskennen we de diepte ervan. Niet voor niets hebben Aat van Rhijn en Hanneke Meulink-Korf, maar ook anderen, verbindingen willen aanwijzen met filosofische en bijbelse tradities. Het 'stevige' proefschrift van hen beiden is er een getuigenis van. Het zou bijzonder zijn als, naast andere pastorale leergangen, ook meerderen tijd en rust zouden nemen om zich het contextuele 'denken en doen' eigen te maken. Dan kunnen ook vanuit een bredere kring de vragen gesteld worden. Ook kritische vragen. Bij mij is dat vooral de vraag van het tegenover van God. Dus ook het spreken van God door de bijbel. Ligt daar niet de belangrijkste Bron van ons doen en laten. Verrassend is het om in het pastoraat te mogen ontdekken, hoe mensen geholpen worden door gaande en luisterende met hen de familieverhoudingen te verkennen en te 'doorvoelen'. Er komen dan ook bronnen en krachten vrij, die het mogelijk maken een nieuwe weg te gaan of ook beslissende stappen te nemen. Een enkele vraag kan zo verrassend veel teweegbrengen. Daar ben je soms stil van: wat gebeurt hier op dat 'diepe' niveau. Je gaat met tere dingen om, die veel meer zijn dan ons eigen doen en laten. In het 'aangezicht' van de ander wordt een mens op zijn diepst geraakt.

Maar is er dat aanraken ook niet van de 'andere kant', van Gods kant, als het Woord gehoord wordt en we in het hart van de Eeuwige mogen kijken. Ook van aangezicht tot 'Aangezicht'. Dan is de bijbel, naast een boeiend boek vol contextuele relaties - er ging daarin ook een wereld voor mij open - ook een Bron van spreken van de andere kant. Van de Eeuwige, die we niet kunnen bevatten, maar die er wel is. Die dwars door onze familieverhoudingen en relaties heen, gebroken, geheeld, zijn Woord spreekt. Verhelderend, maar ook soms pijnlijk oordelend en verrassend in vergeving en vernieuwing.
Ik hoop dat velen enthousiast worden om contextueel pastoraat beter te leren kennen. En dat anderen er diepgaand mee op weg gaan. Niet om de therapeut uit te hangen, hoewel dat zeker een verleiding is (‘Dominee, zoals u geluisterd en mij geholpen hebt, dat maak ik in de hulpverlening niet mee’). Ieder zijn eigen beroep en vaardigheden. Maar als je een ander 'al gaande en horende' hebt mogen helpen in de werkelijkheid van God, wereld en familie, dan ben je heel dankbaar!

Drs. N. de Boo is predikant (PKN) in Zeist