nr2 • 2008 • brief van een bisschop aan Calvijn - reactie

december 2008 (23e jaargang nr.2)

brief aan Calvijn
van bisschop Gerard de Korte 

Reactie van ds. A. Teuling

Een brief aan een bisschop?

Beste Gerard,

Bij het lezen van je brief aan Calvijn kan ik me niet zo goed aan de indruk onttrekken dat je toch wat meer de rooms-katholieke visie op het sacrament of de sacramenten weergaf, dan dat je daadwerkelijk een brief schreef aan Calvijn.
Iets wat uiteraard niet kan en wat jij ook beseft. Je speelt wat met het  thema: een brief aan, wat dan doet denken aan Calvijns brief aan je collega Sadoleto. Een leuke speelse vorm, dat vind ik wel. Schrijf je dan een brief aan Calvijn vandaag, moet je dan nu niet wat meer laten blijken dat Calvijn ook werkelijk gehoord is. Nu, nu in ieder geval de kruitdamp van toen en weleer weggeblazen is.

Ik bedoel dit, Calvijn heeft een positie neergezet. Calvijn wilde en zocht een bijbelse theologie, een evangelische theologie. Nadrukkelijk wees hij het romeinse leergezag af, de substantia-leer(!) - wat voor hem niet heeft betekend dat we terzake van het avondmaal  niet de spiritu spreken - ook en dat zeer heftig, de ‘paapse mis’ die hij zag als ‘een vervloekte afgoderij’. Hoe we hier ook vandaag naar kijken, dit alles is wel gebeurd. Een andere Calvijn hebben we niet. Ook geen andere protestantse theologie, want er is nog steeds evangelische theologie of en ook calvinistische theologie, theologie in Calvijns spoor.

Die theologie ziet in de Schriften in het evangelie de eerste theologische kennisbron. Daar is dan toch het sacrament (grieks musterion), als jij zegt allereerst Jezus zelf? Eerst de latere kerk ging  het woord sacrament gebruiken voor momenten uit haar eigen leven en liturgie. Een ontwikkeling van het enkelvoud musterion naar de musteria, die van  de kerk.

Wanneer dan Calvijn de theologie van zijn dagen  meer wilde doen aansluiten bij het bijbelse spraakgebruik, deed hij dan iets verkeerd? Hierbij  was Calvijn,  zichzelf, hier toch wel van bewust? Dit was een keuze? Negeer je nu Calvijn niet een beetje waar je hem vandaag de roomskatholieke positie(s) nog eens uitlegt die hij zelf kende en grotendeels afwees? Dan heeft een brief aan Calvijn niet zo veel zin.
Het lijkt er wat op alsof je alleen de eigen (traditioneel roomskatholieke) positie nog eens wil neerzetten. Zo ja, tot wie richt je je dan?

1) Doen we er vandaag (!) niet beter aan om met wat meer afstand naar de strijd tussen Rome en Reformatie (van toen) te kijken? Zo is Calvijn in zijn polemiek zeer heftig. De mis als vervloekte afgoderij. Dat heeft doorgeklonken en lang. Je zou maar rooms-katholiek zijn (of dat geweest) in een protestantse enclave. Dan ging je of ga je, toch maar liever een eindje om? Calvijn maakte deze opmerkingen wel toen, in die heftigheid van toen. Die behoeft vandaag geen herhaling.
Het protestantisme bracht ook G. van der Leeuw voort en zijn Sacramentstheologie, van der Leeuw die dan wat meer katholiseert in zijn denken. Niet alles vandaag ligt meer even scherp als voorheen. Blijven er wel vragen, theologische vragen. (Van protestantse komaf ben ik dan zelf, dat aangegeven.)

2) Moet sacrament wel het woord zijn binnen een gesprek tussen Rome en Reformatie vandaag? Of is dit nu juist het woord waarop wij opnieuw zullen gaan botsen? Kijken we niet beter naar, bijvoorbeeld, het Paas-karakter van de maaltijd. Naar de oorsprong, Pesah, de joodse seder. Want hier kunnen wij overeenkomst ontdekken en hoeven niet noodzakelijkerwijs in oude polemiek verstrikt te geraken. De maaltijd en de beracha, de lofprijzing, het dankgebed, hier raken christenen vandaag elkaar bij een gemeenschappelijke, voorafgaande traditie. Wij zijn de eersten niet..
Ik denk dat wanneer Calvijn een koppeling had gelegd tussen en mis en missie, ook de opdracht tot dankzegging en die ook met het joodse, hebreeuwse beracha is zending en zegen, zijn polemiek aanzienlijk minder heftig zou zijn uitgevallen. Hij echter keek een andere kant op. Superstitie, een te grof avondmaalsrealisme en dergelijke. Ook de rooms-katholieke denkwijze betreffende het ambt. De strenge hiërarchie.

3) Doen we er niet beter aan het gegevene van nu, het bestaan van afzonderlijke tradities volmondig te erkennen? Iemand die protestants is van huis uit (of evangelisch) zal toch vandaag niet een ‘kerkelijk leergezag’ erkennen kunnen, zoals dat in de rooms-katholieke kerk groeide, ontstond? Heeft dit protestantse niet ook een recht? Spreek je nu Calvijn niet wat te belerend toe, in jouw brief aan hem? Protestanten zien zich toch als kerkelijke en katholieke christenen? Zo Karl Barth: ‘Le protestantisme...Il possède assurement une tradition, mais la dignité et l’autorité de cette tradition n’ont rien de absolu’ (in het voorwoord van : Calvin, Le cri de la France, textes choisis, Charles Gangebin et Karl Barth, Parijs 1948). Aan wat (protestantse?) kregeligheid kon ik mij bij het lezen van jouw brief aan Calvijn niet helemaal onttrekken...

Vriendelijke groet,
Anton Teuling

 

Afdrukken