nr3 • 2020 • ‘Buiten de kerk was ik niet bang voor veroordeling, in de kerk wel’

34e jaargang nr. 3 (jan. 2020)
thema: Gender en transgenders

Niels den Hertog en Gerrit van Meijeren
‘Buiten de kerk was ik niet bang voor veroordeling, in de kerk wel’

Een gewone eengezinswoning in een wijk zoals er zoveel zijn in Nederland. Boven de eettafel een prachtige foto van de kinderen. Op een boekenplankje bij diezelfde eettafel verschillende bijbels. Aan de muur staan de verschillende vruchten van de Geest te lezen en in de boekenkast titels die nog eens bevestigen: hier woont een kerkelijk zeer betrokken gezin dat duidelijk het leven van alledag wil leven met de Here God.
Het is het huis van Daniël en Christine met hun kinderen. In dit huis echter gaan dingen grondig veranderen: Christine zal Chris worden. Binnenkort gaat ze beginnen met haar transitie. We spreken met hen over de weg naar deze beslissing toe, over hun huwelijk en over de manier waarop het geloof een rol speelt bij hun keuzes en hoe zij de toekomst voor zich zien.

Christine begint te vertellen: ‘Het speelt eigenlijk heel mijn leven al een rol. Van kinds af aan wilde ik een jongetje zijn en ik zei dat thuis ook. Ik was jaloers op mijn broers die dat lekker wel waren. Ik groeide op in een reformatorisch gezin en ik liep dus altijd in jurkjes en dat maakte het nog moeilijker. Ik werd ermee gepest: het viel op dat ik niet in een hokje paste. Dat had als gevolg dat ik me in mijn puberteit ging aanpassen. Ik keek goed om me heen om te zien hoe meisjes en vrouwen zich gedroegen en ik conformeerde me aan wat ik zag in de hoop geaccepteerd geworden. Maar drie jaar geleden ging de beerput open. Ik kreeg de ziekte van Lyme, kwam thuis te zitten en raakte in een depressie. Bij de therapie die ik toen onderging kwamen trauma’s van vroeger aan de orde, maar ook dit punt kwam weer terug: ik ben transgender. Toen ik dat echt toeliet en aan mezelf durfde toe te geven, brak voor ons een heftige periode aan. Eerst vooral voor mij, want Daniël accepteerde het vrij eenvoudig, maar ik was zoekend om het een plek te geven zonder nog stappen te zetten. Dat lukte niet – steeds weer kwam de depressie terug. Ik had eindelijk geleerd dingen te voelen en eerlijk te zijn naar mijzelf. En dat je niet jezelf kunt zijn is het allergrootste ding. Tot we er samen uitkwamen: er is geen andere weg dan in transitie gaan. Dat is een heel heftige keus. Er is alle reden om het niet te doen en dat hebben we samen ook wel duizend keer overwogen. Maar er is voor ons geen andere weg. Sinds we die beslissing genomen hebben, ben ik niet meer depressief. Ik ben opgelucht. We hebben echt samen in dat proces gezeten. We zien allebei: dit is de goede weg. Ik wilde niet mijn huwelijk kapot maken – dat kan ik voor God niet verantwoorden. En daarom was het voor mij zo belangrijk dat we samen deze keuze maakten.
Met God is het wel een hele worsteling geweest. Mijn eerste gedachte was: het mag vast niet. Maar gaandeweg realiseerde ik me dat ik het daardoor helemaal niet open en eerlijk voor Hem neergelegd had. Toen ik dat deed, kwam er ruimte. God is zoveel overstijgender dan ‘het mag wel of het mag niet’. Hij is voor ons groter geworden en we snappen er minder van. Ik had een heel verkeerde houding naar Hem. Ik moet met Hem leven en dichtbij Hem leven en daar gaat het om. Dus het heeft ook grote gevolgen voor mijn relatie met God: ik moet dichtbij Hem leven en zo proberen aan te voelen of iets een goede keus is.’

Vind je het goed als we even teruggaan naar je jeugd. Je zei: ik voelde me altijd een jongetje. Maar jullie zijn op zeker moment wel getrouwd – hoe is dat dan gegaan?
Daniël: ‘Jij hebt het zo kunnen wegstoppen dat we een gewone verkeringstijd hebben gehad. We hebben het er nooit over gehad. Je voelt je wel tot mannen aangetrokken. Er was tussen ons gewoon echt verliefdheid en liefde en ik vond het superleuk dat je een stoere meid was. Je had je wens om een jongetje te zijn zo ver weg geduwd dat we het er nooit over gehad hebben of jij misschien een transgender zou zijn. Homofilie kenden we, maar dat was voor ons duidelijk niet aan de hand. Maar transgender zat niet in ons kader en daardoor was het toch een hele ontdekking – zover heb je het weg kunnen duwen.’
Christine: ‘Dat klopt. Soms zag ik tv-programma’s over transgenders waar ik dan helemaal van in de war was. Dan zag ik mezelf, maar om dat toe te geven was nog een hele stap. Eigenlijk wist ik het, maar het was zo sociaal-onwenselijk dat het niet binnen kon komen. Ik weet dat we het in mijn opleiding hadden over intersekse-mensen, die beide geslachten hebben. Ik dacht: dat is het bij mij. Daar heb ik toen verder niets mee gedaan, maar ik realiseerde me wel weer: er klopt iets niet bij mij. Ik heb lichamelijkheid en seksualiteit altijd ingewikkeld gevonden. Ik schaam me voor mezelf, want het klopt niet.’

Ken je andere mensen die transgender zijn in je omgeving aan wie je steun hebt in dit proces?
Christine: ‘Ik ben in contact gekomen met een lotgenotencontact, en ik ben verschillende keren bij een gespreksgroep geweest. Dat heeft me enorm gesteund. Merken dat je niet de enige bent die hiermee worstelt, doet heel veel. Er vielen puzzelstukjes op hun plek’

Hoe is dat voor jou, Daniël? Vielen er voor jou ook puzzelstukjes op hun plek?
Daniël: ‘We hebben altijd al een bijzondere relatie, waarin we met name maatjes zijn. Toen ik hoorde dat Christine transgender is, heb ik dat eerst onderschat. In het begin was ik vooral blij dat ze niet lesbisch was. Ik dacht: ‘Wees wie je bent en dan gaan we zo verder’, maar dat het zo diep ging, dat ze in transitie zou gaan – daar zijn we samen naar toegegroeid. Vanaf de ontdekking dat ze transgender is, is er geen dag meer geweest dat we het er niet over hadden en toen is plotseling transitie als optie in beeld gekomen. Van de ene op de andere dag was het voor mij helder: dit wordt het. Ik kan me geen andere weg meer voorstellen. Ik heb geen heimwee naar een veel vrouwelijker iemand, want die was er niet.’
Christine: ‘We zijn naar elkaar toegegroeid in de afgelopen tijd en we hebben heel bewust onlangs onze trouwdag gevierd. We weten dat we elkaar echt niet kwijt willen.’

Hebben jullie een vermoeden wat de transitie gaat betekenen?
Christine: ‘Ik ga er mannelijker uitzien en Daniël is geen homo, dus het gaat iets betekenen, maar we kunnen dat niet helemaal overzien. Voor mij is het ook anders dan voor hem: ik ben er blij mee, maar Daniël verandert niet.’
Daniël: ‘Het helpt dat het stap voor stap gaat. Dus het is wel groot, maar we willen stap voor stap de weg gaan. Het begint ermee dat Christine naar kapper gaat en thuiskomt met een mannelijk kapsel. De stappen tot nu toe heb ik niet zwaar gevonden dus vertrouw ik dat de volgende ook zullen gaan. Ik gun het Christine, dus ik zeg: ‘gefeliciteerd dat je deze stap durft te zetten.’’

Jullie zijn christen. Hoe verbind je je geloof en deze weg met elkaar?
Christine: ‘Dat is wel een worsteling geweest. Vooral omdat je denkt: ‘Ik ben door God geschapen naar zijn beeld, maar bij mij klopt het niet’. Mijn hoofd is niet hetzelfde als mijn lijf. Dat was echt een zoektocht. Ik ben het gaan zien als gebrokenheid vanwege de zondeval. En daardoor zien we ruimte voor transitie: omdat het een gevolg van de zondeval is, medisch vaststelbaar, net als voor andere dingen die niet zijn zoals ze horen te zijn. Veel mensen weten niet dat voordat je aan een traject van transitie kunt beginnen er een officiële diagnose (genderdysforie in DSM-5) gesteld moet worden door een daartoe bevoegd team van specialisten.’

Kun je dan de gebrokenheid opheffen?
Christine: ‘Nee, je heft de gebrokenheid niet op. Het wordt nooit helemaal wat ik graag zou willen zijn. Maar het wordt draaglijker – ik zie het leven weer zitten.’

Wat helpt jullie uit de Bijbel om hiermee om te gaan?
Daniël: ‘Al die discussies op tekstniveau raken de kern niet. Vorig jaar was er een conferentie en in de bundel van die dag staan artikelen van DeBruijne en Den Hertog die echt enorm geholpen hebben.[1] Ik vind het hermeneutisch een hele zoektocht – het is duidelijk dat het dan over scheppingsorde moet gaan, maar de Bijbel gaat daar zo ontspannen mee om – zie maar eens hoe de wetten uit Leviticus in Handelingen 15 worden overgenomen en aangepast. De verhouding van cultuur en geloof vind ik moeilijk en ik ben existentieel behoorlijk aan het denken gezet. Ik ben opgegroeid in een conservatief milieu waar heel letterlijk de Bijbel gelezen werd. Nu ben ik Miskotte aan het lezen en dat helpt me.’

Maar dan zegt men: nieuwe hermeneutiek brengt dit soort aberraties teweeg.
Daniël: ‘Het is juist andersom. Dat dit gebeurt, zorgt voor opnieuw nadenken over dingen. Blijkbaar klopte er iets niet. Zeker wil ik het gezag van de Bijbel overeind laten. Als je heel tijdloos en letterlijk wilt lezen, loop je op zoveel punten vast. Je moet heel voorzichtig opereren en met elkaar in gesprek zijn. Als we bij het nadenken over bijvoorbeeld homoseksualiteit niet alleen Romeinen 1 lezen, maar ook Romeinen 12 en 13 – wat gebeurt er dan?’
Christine: ‘Het is belangrijk dat christenen elkaar accepteren. Over allerlei dingen kan en mag je anders denken, maar nog steeds kom je samen aan de tafel van de Heer. Maar we zien dat niet iedereen dat lijkt te kunnen. Mensen heel dichtbij hebben het contact met ons verbroken.’

Wat is de impact op de kringen om jullie heen? De kinderen, de familie, de kerk?
Christine: ‘Onze kinderen zijn nog jong. Het is moeilijk in te schatten wat het voor hen betekent. Wij benadrukken: niet mama wordt papa, mama gaat er anders uitzien, en ik ga anders heten, maar het is goed als zij mij ‘mama’ blijven noemen. Mogelijk zal het in hun puberteit een rol gaan spelen. Schoolmaatschappelijk werk gaat gesprekken met hen voeren om te zien of het goed met hen gaat. We hebben het eerst gedeeld met familie, toen met vrienden en onlangs met de kerk. Mijn familie hebben we eerst verteld dat ik transgender ben. Dat ik in transitie zou gaan was toen nog niet besloten. Ze hebben heel meelevend gereageerd. Zeker ook bij mijn moeder vielen er stukjes op hun plek. Als ze terugkeek naar foto’s van vroeger zag ze: daar zit een jongentje in meisjeskleren. Toen ik later vertelde dat ik in transitie zou gaan, reageerden ze ook heel goed – meelevend en liefdevol. Sommigen zijn nog wel zoekend of deze weg mag, maar ze accepteren mij wel helemaal.’
Daniël: ‘Voor mijn ouders was het erg veel. Ze willen het graag aanvaarden, maar vinden het heel erg moeilijk. Het gaat wel steeds beter. Ze zagen niet hoe ons huwelijk zou kunnen standhouden en hadden zorg over de kinderen. Ze hadden toen geen vertrouwen in onze relatie, ondanks dat wij vertelden dat ons huwelijk in stand blijft. Mijn broers en zussen reageerden goed.’
Christine: ‘Je laat overal een bom ontploffen. Dus het is begrijpelijk dat mensen hun tijd nodig hebben. Sommigen kennen het fenomeen nauwelijks, dus die moeten zo’n traject afleggen. En dan is het dus ook een soort clusterbom – die in fasen explodeert.’
Daniël: ‘Ineens ga je je ook realiseren in hoeveel netwerken je zit. En voor al die contacten heeft het gevolgen. Wat dat betreft zou het makkelijker zijn geweest als het gebeurt als je tien bent of zo.’
Christine: ‘Maar inmiddels heb ik mijn tong wel drooggepraat. Al die gesprekken hebben wel echt iets opgeleverd, alleen ik merk dat ik al dat praten nu wel zat word. Onlangs realiseerde ik me dat ik het nog moest vertellen op een gebedskring en dacht ik: ‘O, daar moet ik het ook nog vertellen’ – ik word er moe van. Op mijn werk heb ik het in augustus aan een aantal mensen verteld en dan doet de tamtam de rest. Je spreekt af en toe een collega, die zegt: ‘Wat hoor ik nou?’ en dan heb je het er drie minuten over en is het klaar. De meest relaxte reacties heb ik op mijn werk gekregen. Mensen die zeggen: ‘Ik heb je altijd een leuk mens gevonden en dat zal heus niet veranderen.’’

Is er een verschil in mensen buiten de kerk en binnen de kerk?
Christine: ‘Ja, en dat vond ik wel moeilijk. Toen ik het op mijn werk ging vertellen, was ik niet bang voor veroordeling, maar in de kerk wel. Ik weet dat mensen het er heel moeilijk mee hebben, maar het is erg dat je je in de wereld veilig voelt en in de kerk onveilig. Dat is toch de omgekeerde wereld? Hoe je er ook over denkt; de kerk zou een veilige plek moeten zijn. Op mijn werk was altijd de tweede vraag: ‘Zo, hoe ga je dat in de kerk doen?’ – en dat vond ik heel pijnlijk. Er wordt in de wereld al zoveel negatief over God en kerk gesproken dat ik graag iets anders had kunnen zeggen over de kerk. Maar eerlijk is eerlijk, in de kerk ontvangen we ook veel goede reacties van mensen die naar ons toekomen, echt medeleven tonen en voor ons bidden.’

Hoe is bij jullie de Nashvilleverklaring aangekomen?
Christine: ‘Ik ben héél boos geworden. Het heeft me heel erg gekwetst. Er staat zulke onzin in. Als je over transgenders schrijft dat het een identiteit is die je aanneemt, heb je niet begrepen waar het over gaat. Het emotioneert me nog. Het gaat zo diep. Ik zou het zó graag anders willen. Het maakt wel dat ik strijdbaar ben, ik wil dat mensen snappen wat het is: dat er in de kerk over gepraat wordt. Het is niet iets dat je aanneemt, maar het is een grote identiteitscrisis, het raakt jezelf. Ik schrik daar bij mezelf nog steeds van. Ik zat er helemaal niet op te wachten, het was niet míjn keuze!’

Waar zie je nog tegen op als je naar de toekomst kijkt?
Christine: ‘Het moment dat ik met mijn jongensnaam Chris aangesproken wil worden. Dat worden ongemakkelijke momenten. En ook: mensen hebben tot hiertoe mee kunnen lopen, maar kunnen en zullen ze bij ons blijven op deze weg? We moeten het proces dan nog een keer door. Maar het lucht me zozeer op dat deze onzekerheid me niet weerhoudt van het gaan van deze weg.’

De echte namen van Christina en Daniël zijn bij de betrokken redactieleden bekend.

Dr. C.C. den Hertog is predikant van de samenwerkingsgemeente van de GKv en de CGK te Nijmegen, docent systematische theologie/ dogmatiek aan de TUA (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.). Drs. G. van Meijeren is classispredikant in de classis Zuid-Holland Zuid van de Protestantse Kerk in Nederland (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.).

[1] Maarten van Loon (e.a.), Homoseksualiteit en de kerk, Amsterdam 2019.

 

 

Afdrukken