nr3 • 2020 • Diepste identiteit in Christus

34e jaargang nr. 3 (jan. 2020)
thema: Gender en transgenders

Marc ten Brink
Diepste identiteit in Christus
Galaten 3:28

Gaat deze Bijbeltekst over gender en genderdiversiteit? Dat is zeker geen vreemde vraag. Vooral als we de begrippenparen in dit vers met elkaar vergelijken. Paulus schrijft: ‘Hierbij is geen sprake van ​Jood​ of Griek, van ​slaaf​ of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in ​Christus​ ​Jezus’.
Voor de duidelijkheid gebruik ik hier de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951. Het valt op dat Paulus bij het laatste begrippenpaar niet schrijft ‘man of vrouw’, maar ‘mannelijk en vrouwelijk’. Kennelijk heeft de apostel zijn woorden ontleend aan Genesis 1 vers 27 waar we lezen dat God de mens geschapen heeft als man en vrouw. Dat geeft te denken. Wil dit zeggen dat de nieuwe verhoudingen tussen man en vrouw die Paulus hier verkondigt een doorbreking van zoiets als de scheppingsorde zou zijn? Hoe ver gaat dit? Betekent dit dat in Christus gendercategorieën irrelevant geworden zijn?

Voordat we op die manier deze tekst binnen onze werkelijk trekken, zal het goed zijn om de vraag te stellen of dit recht doet aan de directe context van de brief aan de Galaten. Richten we onze focus daar eerst op, dan lijkt het erop dat Paulus een vergelijking maakt tussen hoe de genoemde verhoudingen gestalte kregen ‘onder de wet’ en ‘onder de genade’, waarbij het in deze brief dan vooral gaat om de verhouding ‘Jood of Griek’. Deze verhouding wordt uitgewerkt. De andere verhoudingen, ‘slaaf of vrije’ en ‘mannelijk en vrouwelijk’, niet. Al lezende vanuit dit uitgangspunt ligt het voor de hand dat Paulus hier helemaal geen scheppingsorde wil doorbreken of categorieën in twijfel wil trekken. Sterker nog, het lijkt er eerder op dat de verhoudingen zoals die gestalte hebben gekregen ‘onder de wet’ in Christus worden opgeheven zodat de harmonie van het paradijs hersteld kan worden. Alle verhoudingen komen te staan in het licht van de verlossing door Jezus Christus en in het licht van de vernieuwende kracht van zijn Geest. In Christus vallen scheidsmuren weg, komen mensen naast elkaar te staan en komen verhoudingen weer helemaal tot hun recht. Wat een genade en wat een ongekend nieuwe werkelijkheid!
Bovenstaande analyse van de directe context maakt me voorzichtig om meteen vanuit deze tekst een verbinding te maken met de werkelijkheid van gender en genderdiversiteit waar we vandaag mee te maken hebben. Ik denk dat het goed is om te bedenken dat Paulus bij het schrijven van de brief aan de Galaten deze werkelijkheid niet in gedachten heeft gehad. Dat kan ons ervoor behoeden om zomaar in losse teksten aanwijzingen te zien voor onze omgang met vragen rond genderdiversiteit. In mijn beleving wordt de Bijbel nog te vaak op deze manier gelezen. De Bijbel is nu eenmaal geen handboek waarin we allerlei teksten op belangrijke thema’s kunnen vinden. Met deze vorm van Bijbelgebruik loop je vast. De praktijk wijst het al uit. Een zoektocht naar relevante teksten op het thema genderdiversiteit levert een mager resultaat op. Teksten die naast Galaten 3 vers 28 telkens weer terugkeren in publicaties en gesprekken zijn: Genesis 1:26-28, 2:4-8 en 2:18-24, Deuteronomium 22:5 en 23:1, Jesaja 56:1-5, Matteüs 19:11-12, Handelingen 8:25-39. En hoe zouden nu ooit enkele teksten uit de Bijbel recht doen aan de complexe werkelijkheid van gender en genderdiversiteit? Daar komt bij dat de uitleg van teksten op dit thema vaak omstreden is. Want gaan ze wel over déze werkelijkheid? Precies de vraag dus die we al stelden bij Galaten 3 vers 28.

Toch wil ik deze tekst niet zomaar terzijde schuiven bij dit thema. Temeer omdat Paulus blijkbaar het ‘mannelijk en vrouwelijk’ wil bezien vanuit het zijn in Christus. Dit intrigeert me, omdat het voor de apostel blijkbaar niet de bedoeling is om daarmee het ‘mannelijk en vrouwelijk’ weg te relativeren, maar om duidelijk te maken dat het ‘mannelijk en vrouwelijk’ in Christus ten volle tot zijn recht kan komen. Dit roept bij mij de vraag op: hoe kan dit gelden voor transpersonen die juist in hun eigen lichaam en leven te maken hebben met de zo diepingrijpende werkelijkheid van genderdysforie? Vanuit mijn ervaring in de begeleiding van transpersonen weet ik dat wat Paulus schrijft, raakt aan grote vragen. Geloofsvragen ook. Dan kun je denken aan vragen als: hoe heeft God mij bedoeld? Wie ben ik in zijn ogen? Hoe kan ik het in mijn leven plaatsen als ik in de Bijbel lees dat God de mens mannelijk en vrouwelijk heeft geschapen? Wat is de bestemming van mijn leven als ik niet in dit ‘ideale plaatje’ pas? Hoe kan ik mezelf zijn? Mag ik er dan eigenlijk wel zijn? Ben ik een foutje of een verrassing van de Schepper? Waarom heb ik een lichaam gekregen waarin ik me niet thuis voel? Waarom laat God zoveel lijden in mijn leven toe? Wat betekenen gebrokenheid en heelheid in mijn leven en wat betekenen verlossing door God en beloften van herstel van het leven voor mij? Hoe zal ik ooit bij God leven na dit leven, als man of als vrouw of doet dat er niet toe?

In Galaten 3 vers 28 vinden we geen antwoorden op deze vragen. Maar misschien kan dit vers toch een aanzet zijn in ons nadenken over deze vragen. Een centrale vraag zal dan ongetwijfeld zijn: hoe kunnen transpersonen in Christus zichzelf zijn of worden? Het evangelie maakt immers duidelijk dat Jezus Christus mensen uitnodigt om te delen in het heil van God. Daarvan worden transpersonen niet uitgesloten. Integendeel, ook zij mogen dit heil door het geloof in Jezus Christus ontvangen. Dit is het heil van God dat meer omvat dan de boodschap van vergeving. Het gaat om het complete heil: inclusief de belofte van herstel van gebrokenheid, vernieuwing van het leven door de heilige Geest en verheerlijking in het leven na dit leven. Het gaat om het grote verhaal van God die erop uit is om mensen te redden door hen met hun eigen levensverhaal te laten delen in dit verhaal. Het gaat om zijn overweldigende genade van totale verlossing. In pastorale bezinning en omgang zal dit totaalverhaal meegenomen moeten worden. Eenzijdige benaderingen vanuit slechts één invalshoek (bijvoorbeeld van uit ‘scheppingsorde’ of ‘gebrokenheid’ of ‘diversiteit’) zullen al snel leiden tot verkeerde gevolgtrekkingen. Zij helpen transpersonen niet in hun zoektocht naar de zin van hun bestaan en de weg die God met hen wil gaan om met hen tot zijn bestemming te komen.

Misschien kan het wel helpen om dan vanuit Galaten 3 vers 28 in elk geval mee te nemen dat je diepste identiteit te vinden is in Christus. Om je te laten delen in zijn heil maakt het voor Hem niet uit of je man of vrouw bent. In die zin is het ‘mannelijk en vrouwelijk’ wel betrekkelijk. Dat geeft dan tegelijk ook ruimte. Ruimte om te ontdekken wie je werkelijk mag zijn in Hem.

Dhr. M.O. ten Brink (1973) is predikant van de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt in `t Harde en als vrijwilliger betrokken bij de zelfhulpgroep Transgender & Geloof van de patiëntenorganisatie Transvisie. Zie: christengenderdysforie.nl en transvisie.nl
Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

              

 

Afdrukken