Skip to main content

39e jaargang nr.  6 (november 2025)
thema: Neocalvinisme. Een (her)levende traditie

Gerard den Hertog
Kroniek
Ik ben er niet gerust op

De data waarop we als kroniekschrijvers geacht worden onze kopij in te leveren staan al ongeveer een jaar tevoren vast. Bij het noteren in mijn agenda heb ik aan de tijd, begin oktober, niet veel gedachten gewijd. Maar in de maalstroom van gebeurtenissen die allemaal aandacht vragen en verdienen en mij ook bezighouden, kwam ik toch terecht bij de datum waarop ik deze regels schrijf: 7 oktober, twee jaar na de aanval en moordpartij van Hamas in Israël.
Op de een of andere manier cirkelt het er allemaal omheen: de rellen in Den Haag van 21 september, de aanslag van 1 oktober, Jom Kippoer, op de synagoge in Manchester, waarbij twee Joodse mensen omkwamen, de derde massale demonstratie tegen de politiek van de staat Israël met 250.000 deelnemers op zondag 5 oktober, en de besprekingen in Egypte over een einde aan het geweld in Gaza.

Israël, Gaza en Westbank
Allereerst de ontwikkelingen rond de oorlog in Gaza. Ik hoop van harte dat de wapens zwijgen wanneer dit nummer door de bus glijdt, maar zeker is het allerminst. Er zijn onderhandelingen gaande en het lijkt erop dat Hamas klem zit, maar een kat in het nauw… En voor Hamas gaat het om ‘tekenen bij het kruisje’ van hun ontwapening en opheffing. Wat wel vaststaat is dat het daarna pas begint. Hoe moet het verder, met die mensen in Gaza die daar tussen puinhopen leven en een nieuw bestaan moeten opbouwen, die geliefden, vrienden en bekenden hebben verloren, en vooral: hoe zal het gaan met de vele Palestijnse kinderen die diep getraumatiseerd zijn? En ook: hoe zal het met de gijzelaars gaan, met hen die nog vastgehouden worden en met hen die vrijgekomen zijn, en met hun familie en vrienden? Hoe staat het ervoor in Israël, Gaza, de Westbank?
Ik heb Trouw van vandaag, 7 oktober, opgeslagen. Over de volle breedte van de bladzijden vier en vijf een artikel ‘Twee jaar oorlog’, geheel gewijd aan de Palestijnse kant van het conflict en hun slachtoffers. Op bladzijde zes een tweede artikel onder hetzelfde kopje; het beslaat driekwart van de bladzijde en gaat over familie van de gegijzelden. Een van hen zegt: ‘Ik geef Netanyahu de schuld van het voortduren van deze oorlog.’ En de laatste alinea van het artikel begint met: ‘Twee jaar na 7 oktober liggen de wonden nog altijd open. Opvallend is dat er weinig ruimte is voor het bloedbad aan de andere kant.’ Het magazine De Verdieping besteedt vandaag ook aandacht aan 7 oktober. Op het voorblad staat de kop: ‘Hoe Israël in twee jaar is verhard.’ Het artikel geeft een beklemmend beeld van de Israëlische samenleving van vandaag, zonder veel empathie.
De columnisten laten zich deze dag eveneens niet onbetuigd. Jamal Ouariachi schrijft onder de kop ‘Wel 7 oktober herdenken, niet van genocide spreken’ over het ‘terrorisme’ aan de kant van Israël, voor en na de aanslag van Hamas. Terrorisme is ‘wat in Israël sinds jaar en dag gebeurt om gruweldaden tegen Palestijnen te rechtvaardigen.’ Tot twee keer toe noteert hij dat onze regering dat ‘verheerlijkt’. Daarom moeten we hen volgens hem niet alleen ‘wegstemmen op 29 oktober – die verraders horen achter slot en grendel.’ Een column over 7 oktober, zonder een spier van compassie met Israël.
Dat is anders in de column van Sylvain Ephimenco: ‘De boeken over 7 oktober zal ik niet uitlezen’. Hij zet in met de Rode Lijn-demonstratie van 5 oktober, en stelt dat ‘niemand zijn hart kan sluiten voor de talrijke kinderen die de afgelopen twee jaar verpletterd werden onder ijzer en puin in Gaza’. Maar daar blijft hij niet in steken. Hij wijst er ook op dat ‘de Hamas-misdaden op 7 oktober pijlsnel naar de achtergrond geduwd zijn’, en dat was niet pas nadat de regering Netanyahu haar dodelijk geweld op Gaza losliet. Nee, ‘al een dikke week na de Hamas-pogrom werden anti-Israëldemonstraties in Rotterdam en Den Haag gehouden.’ Toen al ving een reporter van RTV-Rijnmond de term ‘genocide’ op. Ephimenco heeft met het oog op 7 oktober enkele boeken gelezen over ‘de gruwelen van 7 oktober’. Hij citeert uit allebei een paar regels, en vat dan als eigen indruk samen: ‘De Gazanen van Hamas hadden als opdracht op de wreedst mogelijke manier zoveel mogelijk Joden te doden. Wie dit genocidale geweld niet wil zien zal nooit begrijpen hoe traumatisch 7 oktober voor Joden heeft gewerkt.’ Ephimenco spreekt van ‘genocidaal geweld’, en hij kijkt daarbij naar Hamas. En hij laat zien zich te kunnen inleven in wat er aan wonden is geslagen of ook weer opengegaan in de Israëlische samenleving.
Tot zover dagblad Trouw op de dag dat het twee jaar geleden was dat Hamas samen met andere terreurgroepen Israël binnenviel en daar zo’n 1200 mensen doodde en 251 anderen ontvoerde, met alleen Ephimenco die terugkijkt op die dag, twee jaar geleden.

Genocide?!
In de discussie van vandaag moet en zal het zo zijn dat Israël genocide pleegt in Gaza. Wie vraagt of termen als ‘oorlogsmisdaden’ en ‘misdaden tegen de menselijkheid’ niet voldoende zijn, kan de wind van voren krijgen. Het moet en zal genocide heten. Ik heb aan Trouw van 7 oktober jongstleden gerefereerd, maar deze krant geeft al een hele tijd een niet aflatend bombardement van kritiek op de staat Israël, met opruiende koppen en columnisten als Ouariachi die zich helemaal laten gaan. Er zijn weken geweest dat de koppen op de voorpagina vrijwel dagelijks over Israël gingen en in hun formulering geen blijk gaven van enige journalistieke terughoudendheid en voorzichtigheid. Andere kranten, zoals NRC en ook Nederlands Dagblad, laten er evenmin twijfel over bestaan dat hetgeen Israël in Gaza doet gruwelijke misdaden zijn, maar zij weten de indruk te vermijden dat ze een kruistocht voeren tegen Israël. Maar, eerlijk is eerlijk, het interview met Fania Oz-Salzberger, de oudste dochter van Amos Oz, in Trouw van 11 september was de uitzondering die de regel bevestigde.
Denk ik dan dat het allemaal wel meevalt, dat het nieuws eenzijdig gebracht wordt en dat je ook de andere kant moet horen? Ja, dat denk ik, we weten allemaal dat nieuws niet neutraal is en dat er iets als propaganda bestaat. Denk ik ook dat het nieuws over de grote aantallen doden in Gaza fake news is? Nee, dat denk ik niet. Wat je ook allemaal op het nieuws kunt afdingen en eraan toevoegen, het verandert niets aan de werkelijkheid dat in Gaza in groten getale mensen, kinderen, vrouwen, mannen zijn omgebracht, zonder dat er van hen enige dreiging of geweld uitging. Ze hadden er geleefd zonder enige terroristische activiteit, vaak ook gezucht onder het juk van Hamas. Zij leefden boven de grond, terwijl Hamas zich in de tunnels kon verschuilen. Het doden van deze mensen is naar mijn overtuiging zonder meer een oorlogsmisdaad, waarvoor de regering-Netanyahu rekenschap zal moeten afleggen, wat mij betreft in Den Haag voor het Internationaal Strafhof. Rekenschap aan de Palestijnen, maar ook aan de Israëli’s, voor wie ze de toekomst in het land waar ze wonen niet veiliggesteld hebben, maar juist uitzichtloos onmogelijk hebben gemaakt.
En toch, Netanyahu is niet Israël. Hij is de regeringsleider, politiek koorddanser boven de afgrond van allerlei rechtszaken die voor hem bij zijn aftreden in het verschiet liggen, iemand die het om eigen politiek overleven gaat. Maar hij is niet Israël. Wij weten zelf maar al te goed hoe het is als rechts-extreme politiek het land gijzelt, hoe verlegen we staan en machteloos we ons voelen. Er is ook het Israël van de grote schrijvers, die het geweten van hun samenleving zijn, als David Grossman en anderen. En er zijn die vele mensen die zich in de steek gelaten voelen, door de wereld, door Europa. Wat beweegt je dan als je, zoals mevrouw Kati Piri, met grote felheid ervoor pleit de Israëlische bevolking het materiaal te onthouden waarmee het zichzelf kan verdedigen tegen Iran, het land dat Hezbollah en Hamas heeft gestimuleerd en gefinancierd? Hoe kan een GroenLinks-PvdA-congres zo’n motie steunen die enkel voor de bühne is, ‘groetjes naar de achterban’? Als politicus moet je je realiseren dat dit volk in de Shoah alleen gelaten is en bij de stichting van de staat Israël in 1948 en sindsdien steeds opnieuw. Er leven in Israël mensen die zich alleen maar altijd weer door de wereld in de steek gelaten voelen. We kunnen allemaal weten dat er dan niet veel ruimte is om je in te leven in de mensen die op 7 oktober 2023 jouw landgenoten hebben afgeslacht.

Ik vertrouw het niet
Achter de felheid om het woord ‘genocide’ te gebruiken proef ik iets dat mij angstig maakt. Zoals bekend is de term gesmeed om een juridische categorie te hebben voor wat zich in de Shoah heeft voltrokken. Die vond plaats in het hart van Europa: Nazi-Duitsland. Zeker, maar het kwam niet uit de lucht vallen: het was de gruwelijke apotheose van eeuwenlang antisemitisme. Men moest er in Neurenberg iets mee, bij het proces tegen de Nazioorlogsmisdadigers. Is er een term te bedenken die benoemt wat in Auschwitz, Treblinka, Sobibor en noem maar op heeft plaatsgevonden? Het werd: genocide.
Wanneer na 1945 in Europa het antisemitisme telkens weer oplaaide, liet zich dat lange tijd de kop indrukken door te herinneren aan wat de Shoah is geweest en waaruit die was voorgekomen. Dat lijkt voorgoed voorbij. Mij bekruipt de laatste tijd het gevoel dat de drive om de oorlogsmisdaden van Israël in Gaza als genocide te bestempelen in feite bedoelt om tegen Israël en ook tegen onze Joodse landgenoten te zeggen: ‘En nu ophouden te zeuren over de Shoah, kijk naar jezelf, hoe jullie huishouden in Gaza, wat jullie kolonisten toestaan en zelfs aanmoedigen te doen op de Westbank, gesteund door het leger.’ Weet men niet dat het gif van het antisemitisme nog leeft, onuitroeibaar is en in de haarvaten van onze samenleving zit? We nemen voor kennisgeving aan dat Joodse studenten zich niet veilig voelen op de universiteit. We kiften over de vraag of het op 21 september in Den Haag extreemrechts geweld was of voornamelijk hooligans, terwijl de antisemitische leuzen, de Hitlergroet, het ‘Sieg Heil’ roepen en de NSB-vlag voor zichzelf spreken. Laat ik maar ronduit zeggen: ik vertrouw die aanhoudende campagne om Gaza als genocide te bestempelen niet, het woord wordt me te gretig gebruikt. Welke kant het uitgaat – ik ben er niet gerust op.

Prof. dr. G.C. den Hertog is emeritus hoogleraar systematische theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.
Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

  • Raadplegingen: 78