Skip to main content

39e jaargang nr.  6 (november 2025)
thema: Neocalvinisme. Een (her)levende traditie

Wim Dekker
Laatst geboekt
Israël, volk, land en staat

De titel van deze bijdrage is ontleend aan het geschrift dat de toenmalige Nederlandse Hervormde Kerk het licht deed zien in 1970. Nu op dit moment alle mogelijke perspectieven op Israël, land, volk en staat over elkaar heen buitelen, heb ik dit geschrift er weer eens bij gepakt. Evenals het nummer van Kontekstueel uit mei 2010, toen het rapport veertig jaar bestond en we onder anderen dr. A.A. Spijkerboer interviewden als enige nog levende opsteller. Wat een wijze en afgewogen woorden, was mijn gedachte hierbij.
Het lijkt vandaag nauwelijks nog mogelijk deze toonzetting te vinden. Deze afgewogen toonzetting is in ieder geval niet het kenmerk van een van de jongste publicaties over dit thema: Israël? Wat Jezus, apostelen en evangelieschrijvers werkelijk zeggen. Schrijver: prof. dr. J. (Hans) van Oort, toonaangevend onderzoeker van de oorsprongen van het christendom en in ons land vooral bekend geworden door zijn belangrijke publicaties over Augustinus. Voorin het boek over Israël vinden we lovende woorden van de hoogleraren Geurt Henk van Kooten, Bernhard Reitsma en van Maarten Verduin. Naam en faam van de onderzoeker plus de aanbevelingen doen vermoeden dat het hier om een belangrijke bijdrage gaat voor ieder die als christen na wil denken over de huidige situatie in het Midden-Oosten. Na het bestuderen van dit boek ben ik hierover echter ambivalent. Enkele opmerkingen in dit verband.

Uit nood geboren
Meteen op de eerste bladzijde legt Van Oort zijn kaarten op tafel: ‘Dit boek is in zekere zin uit nood geboren. Na 7 oktober 2023 kon ik lange tijd mijn normale werk niet doen.’ Het meest nog stoorde hij zich aan het feit dat zoveel christenen, en ook theologen onder hen, het opnamen voor Israël. Dat kan toch niet kloppen, zo meende hij op grond van intuïtie en eerdere ervaringen tijdens bezoeken aan het land Israël. Woede, verbazing vanwege onkunde en hartstocht voor de waarheid zetten hem er toen toe aan het hele Nieuwe Testament in de grondtaal (opnieuw) door te spitten om te zien of hij ergens ook maar enige aanwijzing zou tegenkomen, waardoor het bestaan van de moderne staat Israël gerechtvaardigd zou kunnen worden. Het boek is voor het grootste deel een verslag van deze zoektocht. Daarbij gaat hij zorgvuldig te werk. Knap is dat de tekst voor ieder leesbaar is, terwijl veel voetnoten de wetenschappelijke achtergronden samenvatten. Toch kon ik me er bij het lezen geregeld niet helemaal aan overgeven. Dat had alles te maken met de vooraf op tafel gelegde boosheid van de schrijver. Deze invalshoek deed van meet af aan niet vermoeden dat bij het zorgvuldig luisteren naar de teksten nog iets anders naar voren zou komen, dan wat vooraf al luid en duidelijk werd verkondigd: ‘De prediking van het koninkrijk van God staat haaks op elke verwachting van een aards joods rijk. Géén staat Israël dus’ (p. 13).

Geen aardse macht…
Eerst worden de evangeliën en de Handelingen der apostelen onder de loep genomen, vooral teksten waarin het woord ‘koning’ of ‘koninkrijk’ voorkomt. Het is in de meeste gevallen duidelijk dat dan geen aards koninkrijk bedoeld wordt. Het koninkrijk, dat Jezus verkondigde en belichaamde, is geestelijk van aard. Toch zijn er wel enkele moeilijkheden wanneer we elke gedachte aan een herstel van Israël als een aards koninkrijk uit willen sluiten. Van Oort stuit daar natuurlijk ook op, maar is er dan vrij snel mee klaar. Te denken valt aan de aankondiging van de geboorte van Jezus door de engel Gabriël (Luk. 1: 32,33), enkele passages in de liederen van Zacharias en Maria en de uitroep van de schare bij de intocht in Jeruzalem: ’Gezegend is de Koning, Die daar komt in de Naam van de Heere’. (Luk. 19:38). In de Handelingen der apostelen neemt dezelfde Lukas ons mee naar het moment dat Jezus afscheid gaat nemen van zijn leerlingen. Zij stellen dan de vraag: ‘Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?’ (Hand. 1:6). Volgens Calvijn bevatte deze vraag evenveel woorden als dwalingen. Nog steeds verwachtten de leerlingen een herstel van het oude rijk van David, een koninkrijk met aardse macht. Van Oort is in dat opzicht in goed gezelschap wanneer hij stelt dat Jezus de legitimiteit van deze vraag ontkent (p. 67, 181). Toch is dit volgens mij te kort door de bocht, omdat het geheel van Jezus’ antwoord meer een uitstel dan een afstel suggereert: het gaat jullie nu niet aan, er wacht nu een andere taak, het evangelie zal naar de volkeren gaan. Dat is toch net iets anders dan de vraag als te eng nationalistisch afwijzen. Volgens Van Oort moeten we ook de eerdergenoemde teksten uit Lukas lezen als voorbeelden van nationalistische restanten, die door de nieuwe boodschap van het geheel andere koninkrijk heen schemeren, zoals een oude verflaag nog door de nieuwe soms heen schijnt. Heel duidelijk komt die laag er bijvoorbeeld doorheen bij Jezus’ intocht in Jeruzalem, waar de stem van het gewone volk klinkt. ‘De essentiële inhoud van het evangelie is geheel anders gericht.’ Opnieuw denk ik: te kort door de bocht. Zouden we niet beter de vraag kunnen stellen waarom het de Heilige Geest goed gedacht heeft deze oude woorden over het koninkrijk van David op de lippen te leggen van Zacharias, Maria en ‘het gewone’ volk? Zat overigens Gabriël ook gevangen in het frame van het gewone volk, toen hij zijn aankondiging deed? Kon Maria het alleen in die taal begrijpen? Hoe moeten we dat zien? Of wil deze oude taal ons mogelijk alert maken op het gevaar van een versmalling, waardoor we het concrete Joodse volk helemaal uit het oog zouden gaan verliezen? Is die versmalling ook niet over de hele linie in de kerkgeschiedenis te herkennen?

De verwachting van Paulus
Uiteraard wordt ook grondig aandacht besteed aan de beroemde hoofdstukken van Paulus in zijn brief aan de Romeinen (9-11). Deze hoofdstukken spelen altijd een belangrijke rol in het debat over de betekenis van Israël, land, volk en staat. Terecht zegt Van Oort dat Paulus het hier zeker niet heeft over de huidige staat Israël. Dat kon natuurlijk ook niet, denk ik dan, want er was geen enkele kijk op dat die staat ooit in de geschiedenis zou worden opgericht. Paulus kan het er dus niet over hebben, maar de vraag laat zich wel stellen of zo’n staat nergens in zijn visie op de toekomst van Israël valt in te passen. Wanneer God zijn volk niet vergeten is, kan dat dan ook niet insluiten dat na eeuwen van ballingschap dit volk eindelijk weer een eigen land zou mogen hebben? Van Oort is heel boos over het gewelddadige nationalisme dat in de huidige staat Israël zichtbaar wordt. Hij is nog meer boos op christenen die dat ondersteunen. Zij zouden toch beter moeten weten: de Heer die zij volgen heeft met zo’n soort koninkrijk niets te maken. In het hele Nieuwe Testament vindt bovendien een herinterpretatie plaats van oude teksten die over het volk Israël gaan. Deze teksten worden nu betrokken op de gemeente uit Joden en heidenen beide. Ook Abraham is in deze herinterpretatie vooral de stamvader van alle gelovigen wereldwijd. Paulus spreekt in Romeinen 4:13 over Abraham als degene die niet maar een enkel land, maar de hele wereld als zijn erfdeel zal ontvangen.

Geen laatste woord
Dit alles en nog veel meer wat in dit boek te vinden is, is waar. Ondanks mijn kritische vragen wil ik het daarom aanbevelen om grondig te lezen. Wie dat doet, wordt namelijk langs alle belangrijke passages in het Nieuwe Testament geleid en zo voortdurend gedwongen zich af te vragen of hij het met Van Oort eens is of niet. Veel vanzelfsprekende interpretaties gaan op de helling. Hebben degenen die de grootste moeite hebben met de staat Israël niet ook een punt? Op z’n minst kunnen we van dit boek leren deze medechristenen niet respectloos af te serveren of te brandmerken als antisemieten. We moeten weg uit deze heilloze loopgraven. Maar… ik moet ook denken aan wat Spijkerboer ons vertelde in het interview dat ik al noemde. Oog in oog met Joodse mensen is het pijnlijk om het beloofde land en Gods nieuwe wereld, zijn omvattende koninkrijk, tegenover elkaar te stellen. ‘Het is alsof je iemand die een kwartje vraagt om met de bus mee te mogen, antwoordt: “Ik heb geen kwartje, maar wel een staaf goud.” Daar kun je niks mee als je met de bus meewilt. Joden vragen een stuk land, maar krijgen als antwoord “de hele aarde”. Daar kunnen ze niet bij. Het is zo on-concreet gedacht. God heeft met de concrete geschiedenis te maken, niet met iets ideëels.’

Concrete geschiedenis
Over dit laatste gesproken: in de lijn van de kerkvaders duidt Van Oort het gebeuren van de verwoesting van de tempel in 70 na Christus als bevestiging van Godswege dat de particuliere verkiezing van Israël was overgegaan in de universele verkiezing van de burgers van Gods koninkrijk. Maar gesteld dat dit zo is, waarom zou 1948 dan niet als een bijzonder jaartal gezien mogen worden? Waarom zou God gestopt zijn met in de geschiedenis zijn tekenen te stellen?
Misschien ben ik zo ook bij mijn voornaamste vraag bij het boek van Van Oort aangekomen. Is zijn omgang met de vragen rond afkomst en toekomst van het volk Israël niet te biblicistisch? Kunnen we bij het beantwoorden van deze vragen echt volstaan met alleen maar het opnieuw lezen van teksten in het Nieuwe Testament? De geschiedenis is na de afsluiting van de canon verder gegaan. Paulus kon nog niet weten van de eeuwen van vervolging en antisemitisme. Paulus kon niet weten van Auschwitz en het geweten van de wereld dat (wakker geschud door deze verschrikkingen) het Joodse volk een klein stukje grond gunde op de plek waar sinds overoude tijden altijd Joden hadden gewoond. Maar wij zijn geroepen gebeurtenissen te interpreteren in het licht van wat heel de Schrift ons vertelt over de God van Israël, de Vader van Jezus. Sinds 1948 is er heel veel gebeurd dat grote zorgen baart. Dat klopt. Het Joodse volk is geroepen tot het doen van gerechtigheid, anders kan het land opnieuw worden afgenomen.

Naar aanleiding van:
J. van Oort. Israël? Wat Jezus, apostelen en evangelieschrijvers werkelijk zeggen (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2025).

Dr. W. Dekker is emeritus predikant in de Protestantse Kerk in Nederland en redactielid van Kontekstueel.
Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

  • Raadplegingen: 61