39e jaargang nr. 6 (november 2025)
thema: Neocalvinisme. Een (her)levende traditie
Jos Douma
Een roepstem voor onze Koning
Kuypers Pro Rege – een leeservaring
Eind 2024 is mijn innerlijke neocalvinist wakker geworden: ik herontdekte Abraham Kuyper als inspiratiebron. In mijn studententijd in Kampen had ik al met hem kennis gemaakt via zijn meditatiebundels Nabij God te zijn. Ik was onder de indruk van de mystieke kracht van zijn overdenkingen. Zo’n dertig jaar later kwam ik Kuyper opnieuw op het spoor in het kader van een beroep uit de Nederlandse Gereformeerde Kerk Emmeloord met de naam Pro Rege.
Die naam deed een belletje rinkelen: had Abraham Kuyper niet een werk geschreven met die titel? Ik ging op zoek op internet en vond al snel zijn driedelige werk Pro Rege, kocht het via boekwinkeltjes.nl voor nog geen twintig euro en was meteen verkocht.
Passie voor Christus
Dat had alles te maken met de gepassioneerdheid waarmee Kuyper in dit werk opkomt voor de eer van Christus als koning. Hij nam waar dat in het publieke en het kerkelijke leven steeds minder sprake was van het koningschap van Christus. In de kerk ging het veel over Jezus als Verlosser en Heiland die ons door genade redt uit zonde en schuld. Maar er was in prediking en geloofsbeleving heel weinig ruimte voor Jezus die koning is over heel ons leven. In Kuypers eigen woorden uit het voorwoord: ‘Het Koningschap van Christus, hoezeer nog steeds beleden, verloor toch zijn hooge betekenis voor het leven, en men hoorde bijna niemand meer van den Koning, maar een ieder schier eeniglijk van den Heiland en Verlosser gewagen’ (Pro Rege I, vi). Dat leidde ertoe dat Kuyper in De Heraut een artikelenserie begon die startte in 1907 en eindigde in 1911: ‘Pro Rege draagt deze artikelenreeks ten titel; wat zeggen wil, dat we een roepstem willen doen uitgaan voor de eere van onzen Koning’ (Pro Rege, I, 8).
Koninkrijkstheologie
Daarmee is Kuypers Pro Rege niets minder dan één groot pleidooi voor een koninkrijkstheologie. Er wordt gezegd dat toen Tom Wright in 2014 in Nederland was, hij zich afvroeg waarom hij was uitgenodigd: ‘Jullie hebben Kuyper toch?’ En nu ik Kuyper lees zijn er veel momenten waarop ik denk: dit heb ik eerder gelezen in de boeken van Tom Wright. De kern van die koninkrijkstheologie is dat het evangelie inhoudt dat God opnieuw koning wordt in Christus, en dat zijn koningschap niet beperkt is tot de kerk maar zich uitstrekt over heel het leven en heel de wereld. De centrale uitspraak van Jezus die door heel Pro Rege voortdurend terugkomt is: ‘Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde’ (Mattheüs 28:18).
Doel van Pro Rege
Helemaal aan het einde van zijn artikelenreeks omschrijft Kuyper nog een keer wat hij wilde bereiken met al zijn schrijven: dat de beleden waarheid van het koningschap van Christus opnieuw in het bewustzijn van de gelovigen post zou vatten. En dan gaat hij zo verder: ‘Al achten we de zuivering van het bewustzijn van geen gering aanbelang, zijn ware beteekenis voor ons leven ontving het Koningschap van Christus eerst dan, zoo we ons zelven persoonlijk als onderdanen van Christus onzen Koning gevoelen; en zoo ‘t ons niet genoeg is, dat we Hem eeren als den Verzoener van onze schuld, maar van het Kruis, waaraan hij stierf, ook opzien naar den Troon der heerlijkheid, vanwaar zijn Koninklijke heerschappij uitstraalt’ (Pro Rege III, 590).
Kathedraal
Veel werken van Kuyper zijn de afgelopen jaren in het Engels vertaald. Zo ook Pro Rege. Govert Buijs schreef voor die vertaling een introductie waarin hij dit werk van Kuyper typeert als ‘een kathedraal van het alledaagse leven’. Er is Kuyper veel aan gelegen dat de betekenis van het evangelie niet beperkt blijft tot de kerk, maar tot gelding komt over de volle breedte van het leven in de wereld. Het voorwoord begint dan ook met deze zin: ‘Pro Rege bedoelt de scheiding op te heffen, die zich in ons bewustzijn, veel scherper dan goed was, tusschen ons Kerkelijk leven en ons leven buiten de Kerk heeft afgeteekend’ (Pro Rege I, v).
Publiek discipelschap
Je zou Pro Rege ook een pleidooi voor publiek discipelschap kunnen noemen: hoe kunnen leerlingen van Jezus als onderdanen van de Koning het evangelie van het koninkrijk uitleven op alle terreinen van het leven? Daarbij bespreekt Kuyper uitgebreid zeven terreinen: 1) De onderdanen, 2) De kerk, 3) Het gezin, 4) De maatschappij, 5) De staat, 6) De wetenschap, 7) De kunst. Deze brede blik past helemaal bij het al in 1880 geformuleerde ‘Geen duimbreed is er op heel ‘t erf van ons menschelijk leven, waarvan de Christus, die áller Souverein is, niet roept: “Mijn!”’ Het neocalvinistische gedachtegoed staat dan ook vooral bekend om die brede benadering waarin er veel positieve aandacht is voor de mogelijkheden van de doorwerking van het evangelie van Christus op alle terreinen van het leven.
Onderdanen van de Koning
Toch is het opvallend – en daar wil ik me in deze reflectie op mijn leeservaring verder op richten – dat Kuyper nadrukkelijk eerst het terrein van ‘Christus’ koningschap en de onderdanen’ bespreekt. Hij ziet dat als fundamenteel en stelt het dus op de voorgrond. Daarbij legt hij er ook sterk de nadruk op dat we ervoor moeten waken dat we alleen maar stilstaan bij wie Christus voor ons is. Op meerdere plekken gebruikt hij het beeld van Jezus als de medicijnmeester: ‘Wie in Christus alleen zijn Verzoener eert, valt zoo licht in de verleiding om hem te hulp te roepen als Medicijnmeester voor de krankheid zijner ziel, maar dan ook, is die ziel zich van haar redding en genezing bewust, met zijn Heiland te doen te doen, wat we zoo vaak met den arts op aarde deden, om, eenmaal van onze krankheid gered, hem verder te laten varen, en voorts onzen eigen weg te gaan. Zoo licht blijven in onze schatting dan zelf de hoofdpersoon en is Christus slechts de te hulp geroepen Redder, die ons zijn hulp ter genezing bood, en feitelijk ons zijn dienst bewees’ (Pro Rege III, 590). Veel nadruk legt Kuyper er daarom op dat het onze roeping als verlosten in deze wereld is dat wij voor de Koning leven. Het ‘Hij voor ons’ kan en mag niet zonder het ‘wij voor Hem’ blijven staan. Deel II en III, waarin de zeven terreinen uitgebreid worden besproken, zijn dan ook helemaal gewijd aan wat Kuyper aanduidt als de onderdaansverplichtingen die het koningschap van Jezus ons oplegt.
Cursus discipelschap
De serie hoofdstukken over wat het betekent om onderdaan van de Koning te zijn, kunnen gelezen worden als een cursus discipelschap. Aan de hand van een negental woorden schetst Kuyper het profiel van de discipel van Jezus. Onderdanen van de Koning zijn geroepen tot: belijden, getuigen, kruisdragen, strijden, zichzelf verloochenen, bereid zijn, Christusgelijkvormigheid, pelgrimeren en liefhebben.
Christusgelijkvormigheid
Het hoofdstuk met de titel ‘Den beelde des Zoons gelijkvormig’ (Pro Rege II, 1-118) heeft mij in het bijzonder aangesproken. Kuyper spreekt in dat hoofdstuk aan de hand van 2 Korintiërs 3:18 uitgebreid over de belofte die ons al in dit leven ten deel valt dat we het beeld van Christus weerspiegelen en veranderen door de werking van de heilige Geest. Ook benadrukt Kuyper dat onze woorden en werken belangrijk zijn in het dienen van de Koning, maar dat die woorden en werken moeten opkomen uit de innerlijke wezensgrond van onze persoon. ‘Het is de mystieke unie met Christus, waarin de fontein van onze geestelijke levenskracht schuilt. Niet wij zijn ’t zelf, die uit onszelven spreken en werken, maar het is Christus, die in ons spreekt en in ons werkt, en dit nu gaat aldus toe, dat hij zijn beeld in ons afdrukt’ (Pro Rege II, 89).
Als Jezus
Graag deel ik nog een wat langer citaat met de uitnodiging om het aandachtig te lezen en je te laten raken door de mystieke innigheid die ook steeds als stroom aanwezig is in veel van wat Kuyper schrijft:
‘Waar dus ook geloovigen zijn, daar moeten ze iets van Christus in hun eigen persoon zien laten. Iemand, die wel belijdt en getuigt, maar niets van den Christus in zijn eigen persoon toont, leeft in den schijn en mist het wezen. Men moet Jezus in u kunnen herkennen. Slechts vaag en in enkele trekken, het zij zoo, maar men moet toch aan u voelen en merken kunnen: Ongeveer zooals deze geloovigen spreken en handelen, zoo zou Jezus gesproken en gehandeld hebben, zoo Hij in hetzelfde geval had verkeerd. Elk oogenblik hebt gij, zoo dikwijls gij te spreken en te handelen hebt, u af te vragen: hoe zou Jezus in dit geval gesproken en gehandeld hebben; en al kunt gij het dan niet geheel zóo als Jezus ’t zou gedaan hebben, niet zóó zuiver, niet zóó volkomen, niet zóó heilig, moet toch uit uw doen en laten het beeld van Jezus spreken. Het moet blijken en uitkomen, dat Jezus in u woont, dat hij door zijn Geest in u heerscht, dat hij u bezielt, u stuurt, u leidt en regeert. Men moet aan u zien kunnen: Die man, die vrouw spreekt en handelt niet op eigen gelegenheid en naar eigen inzicht, maar loopt aan den leiband van Christus. En al is het dan, dat ge gedurig weer hier uitvalt, en uw ik weer voor den dag laat komen, even stellig moet het toch gedurig blijken, dat dit uw duurzame toestand is, dat Jezus telkens weer bij u doorbreekt, en dat men het beeld van Jezus dan weer in u herkent.’
In het hart
Ik ben inmiddels sinds mei 2025 predikant van de Emmeloordse Nederlandse Gereformeerde Kerk – Pro Rege. En het is mijn voornemen om de komende jaren het gedachtegoed van Kuyper te vertalen in preken en onderwijs. Er is wel een vertaalslag nodig, want door het wijdlopige, archaïsche en beeldrijke taalgebruik leest het niet gemakkelijk. Maar zelf lees en herlees ik regelmatig hoofdstukken omdat ik er een denkkracht en mystiek in ervaar die mij steeds opnieuw inspireert om Jezus te zien en te ervaren als de wijze Koning die uit alle macht zachtmoedig regeert door zijn Geest en Woord in het hart van zijn leerlingen, in het hart van de kerk en in het hart van de wereld.
Dr. J.R. Douma is predikant van de Nederlandse Gereformeerde Kerk Emmeloord – Pro Rege.
Mailadres:
- Raadplegingen: 59