Skip to main content

39e jaargang nr.  6 (november 2025)
thema: Neocalvinisme. Een (her)levende traditie

Matthew Kaemingk
Waarom leest het mondiale Zuiden Abraham Kuyper?

Terwijl veel hedendaagse Nederlandse theologen en predikanten het werk van neocalvinisten als Abraham Kuyper en Herman Bavinck grotendeels negeren of erop neerkijken, worden hun artikelen, toespraken en boeken in toenemende mate vertaald in het Chinees, Koreaans, Engels, Portugees, Spaans en Arabisch. Waarom wordt uitgerekend Kuyper steeds populairder in verre plaatsen als Azië, Afrika, Latijns-Amerika en het Midden-Oosten? Wat verklaart de groeiende belangstelling voor een negentiende-eeuwse Nederlandse theoloog? Als theoloog die samenwerkt met neocalvinistische geleerden en studenten van over de hele wereld, denk ik nu al zo’n tien jaar na over deze vragen. Hoewel het antwoord complex is, kan ik hiervoor ten minste zes redenen aanwijzen. Maar eerst deel ik graag enkele ervaringen.

Internationale ervaringen
In 2019 begon ik samen te werken met een internationale groep gereformeerde geleerden en leiders uit China, Indonesië, Schotland, de Filippijnen, Canada, Peru, Brazilië, Zuid-Afrika, de Verenigde Staten en Japan. Samen schreven we een boek, getiteld Reformed Public Theology: A Global Vision for Life in the World. In hun essays grepen deze internationale calvinisten voortdurend terug op het theologische werk van Kuyper en Bavinck om uiteenlopende thema’s te bespreken, zoals wereldwijde kunst en mode, stedenbouwkunde en arbeidsrechten, immigratie en internationaal recht. Geen van hen idealiseerde het neocalvinisme, of verheerlijkte Kuyper of Bavinck. Elk van hen had kritische opmerkingen. En toch vonden zij in hun theologische werk een rijke bron voor christelijke culturele betrokkenheid en politieke wijsheid in de 21e eeuw.
In 2020 nam ik deel aan een academische conferentie over het neocalvinisme, die oorspronkelijk gehouden zou worden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Vanwege de pandemie moest de conferentie echter online plaatsvinden. Terwijl sommige Europese en Amerikaanse geleerden klaagden over het digitale karakter van de conferentie, maakte deze vorm het mogelijk dat honderden neocalvinistische geleerden en studenten uit Latijns-Amerika, Azië en Afrika konden deelnemen. Ik herinner me nog goed dat tijdens de slotbijeenkomst de organisatoren een cirkeldiagram lieten zien van alle deelnemers wereldwijd. De meerderheid van degenen die deelnamen bleek afkomstig te zijn uit ‘de meerderheid van de wereld’. Het werd duidelijk: wanneer neocalvinisten in het mondiale Zuiden niet duizenden dollars hoeven te besteden aan reizen naar Europese en Noord-Amerikaanse conferenties, overtreffen zij hun noordelijke broeders en zusters ruimschoots in aantal.
Ten slotte zette de verschuiving naar het Zuiden zich in 2025 verder door. De twee grootste conferenties over het neocalvinisme vonden toen niet plaats in Amsterdam of Grand Rapids (Michigan), maar in São Paulo (Brazilië) en Jakarta (Indonesië). Honderden predikanten, studenten en geleerden uit Brazilië en Indonesië kwamen daar bijeen. Wat verklaart die groeiende belangstelling voor Kuyper en Bavinck in het mondiale Zuiden?

1. Christen zijn in alle levenssferen
Ten eerste: voortkomend uit de gesel van armoede, schuld en kolonialisme, ontwikkelt het mondiale Zuiden zich snel op het gebied van wetenschap, technologie, zakenleven, kunst en onderwijs. Wanneer christelijke burgers in deze zich ontwikkelende culturen beginnen te werken binnen deze uiteenlopende domeinen, stellen zij theologische vragen over de betekenis van christelijk werk in die verschillende levenssferen. Ze stellen vragen als: hoe kan ik Jezus volgen en mijn naaste liefhebben in vakgebieden als geneeskunde en techniek, management en muziek, olie en gas? Of: hoe hangt mijn dagelijkse werk aan het ontwikkelen van rioleringssystemen, zonne-energie en software samen met het evangelie van Jezus Christus? Deze vragen over geloof en werk, spiritualiteit en het openbare leven waren absoluut centrale thema’s voor geleerden als Bavinck en Kuyper. Kerken in het mondiale Zuiden ontdekken in hun werk een reservoir aan theologische verbeeldingskracht en wijsheid voor christelijk werk en dienstbetoon in het moderne publieke domein.

2. Tekort aan theologische bronnen
Ten tweede: er bestaat momenteel een tekort aan theologische bronnen voor dit soort vragen naar geloof en werk in het mondiale Zuiden. Het welvaartsevangelie, bevrijdingstheologie, dekoloniale theologie, evenals evangelicale en missionaire theologieën hebben daar allemaal in de loop der jaren wisselend succes en populariteit gekend. Hoewel deze stromingen elk hun eigen sterke en zwakke kanten hebben, schieten zij fundamenteel tekort in het bieden van de theologische middelen die gewone christenen nodig hebben om hun dagelijkse werk in de sfeer van zaken, kunst, media, wetenschap, technologie, onderwijs enzovoort geloofwaardig te verbinden met hun geloof. Het neocalvinisme doet dat wel.

3. Kritiek én waardering moderniteit
Ten derde: hoewel de religiositeit van het mondiale Zuiden goed gedocumenteerd is, heeft de globalisering het secularisme en materialisme van de Euro-Amerikaanse moderniteit in krachtige mate naar hun kusten gebracht. Kerken in het mondiale Zuiden worstelen met de culturele ziekten van de westerse moderniteit: rationalisme, individualisme, consumentisme, sciëntisme, atheïsme, liberalisme en sociale isolatie. Hoe zullen deze kerken reageren op de uitdagingen van de westerse moderniteit? Zoals te voorspellen was, demoniseren sommige kerken de moderniteit, anderen omarmen haar, weer anderen proberen eraan te ontsnappen, en nog weer anderen doen alsof zij er niet is. In het mondiale Zuiden groeit er een groep kerken die verlangt naar een meer genuanceerd christelijk antwoord op de westerse moderniteit – een houding die zowel dankbaar is voor haar materiële rijkdom en bloei, als diep kritisch op haar geestelijke armoede en sociale verval. In de werken van Kuyper en Bavinck vinden deze christenen een theologische beoordeling van de westerse moderniteit die zowel christelijke bevestiging als christelijke kritiek bevat. Daar ontdekken zij een hoopvolle theologische waardering voor alle goede gaven van moderne wetenschap, handel, technologie, geneeskunde en kunst. En tegelijk vinden ze daar een scherpe christelijke kritiek op westerse zelfzucht, individualisme, doelloosheid, materialisme en onrecht.

4. Omgaan met diepe verschillen
Ten vierde: de globalisering confronteert de kerk in het mondiale Zuiden met de uitdagingen van diepe politieke verschillen, culturele diversiteit en religieus pluralisme. Grote steden herbergen nu een opeenstapeling van verschillende religies, wereldbeelden en politieke bewegingen. Stedelijke buurten omvatten moslims en christenen, joden en hindoes, communisten en fascisten, spiritisten en boeddhisten.
Europa en Amerika voeren verhitte debatten over immigratie. Toch kampt het mondiale Zuiden met veel hogere migratiecijfers. Elk jaar steken miljoenen immigranten, vluchtelingen en asielzoekers wederzijdse grenzen over in het mondiale Zuiden. Door deze massale stromen van mensen moet de kerk daar voortdurend worstelen met diepgaande culturele en politieke verschillen. Ze stellen uiteenlopende vragen, zoals: hoe kunnen wij christelijke liefde en gerechtigheid uitdrukken over raciale, culturele, religieuze en politieke scheidslijnen heen? Hoe kunnen wij in het publieke domein voor ons christelijk geloof opkomen, terwijl we tegelijk ook royale ruimte maken voor anderen? Hoe kunnen we christelijke waarheid en christelijke genade tegelijk vasthouden te midden van al deze verschillen? Dit zijn opnieuw vragen waar neocalvinisten als Kuyper en Bavinck diep over hebben nagedacht.
Momenteel begeleid ik een Egyptische promovendus die onderzoekt hoe Arabische christenen zich zouden moeten verhouden tot hun moslimburen. Hij ervaart het werk van Herman Bavinck als buitengewoon behulpzaam bij deze taak. Mijn eigen onderzoek houdt zich bezig met de vraag hoe christenen in Europa en Noord-Amerika zouden moeten reageren op de toenemende toestroom van moslimmigranten. Abraham Kuyper dacht nooit aan de mogelijkheid van miljoenen moslims die Europa binnen zouden trekken. Toch dachten hij en Bavinck diep na over hoe calvinisten met fundamentele verschillen konden omgaan. Zij schreven over samenleven met Nederlandse socialisten, katholieken, liberalen, joden, atheïsten. Hun ‘theologie van diepe verschillen’ en hun concepten van gemene gratie, antithese, soevereiniteit in eigen kring en godsdienstvrijheid zijn buitengewoon behulpzaam voor christenen anno nu die leven te midden van diepe religieuze en politieke verschillen.

5. Theologie van politieke reformatie
Ten vijfde: er groeit in het mondiale Zuiden een verlangen naar een meer genuanceerde politieke theologie die de gevaren van onderdrukkend conservatisme aan de rechterkant en radicaal progressivisme aan de linkerkant weet te vermijden. In het verleden waren radicale theologieën van politieke bevrijding behoorlijk populair in het mondiale Zuiden. Wanneer je leeft onder een onrechtvaardig, tiranniek of koloniaal regime, is het begrijpelijk dat deze theologieën je aanspreken. En wanneer je een vervolgde christelijke minderheid bent onder een niet-christelijk religieus regime, zijn politieke theologieën van christelijke terugtrekking en zelfbehoud ook zeer aantrekkelijk. Maar veel kerken in het mondiale Zuiden leven nu in politieke omgevingen die in toenemende mate democratisch, vrij en vreedzaam zijn. Hoewel velen nog steeds te maken hebben met reëel politiek onrecht en onderdrukking, krijgen deze kerken steeds meer vrijheid om zich met het politieke proces bezig te houden en eraan deel te nemen. Deze grotere politieke betrokkenheid brengt nieuwe vragen met zich mee: nu we kunnen stemmen, wat zijn dan ‘christelijke’ politieke doelen? Nu we politieke partijen, vakbonden en kranten kunnen oprichten, zouden we dan ook ‘christelijke’ partijen, vakbonden en kranten moeten beginnen? Wanneer is het voor christelijke burgers geoorloofd compromissen te sluiten en samen te werken met niet-christenen? Waar is de staat verantwoordelijk voor? Wat moet aan de kerk worden overgelaten? Hoe moeten christenen zich verhouden tot de moderne ideologieën van kapitalisme, socialisme en nationalisme? Moeten ze streven naar een theocratische, christelijke natie?
Wanneer kerken in het mondiale Zuiden niet langer onder het juk van kolonialisme en de druk van armoede gebukt gaan, beginnen zij nieuwe vragen te stellen over hoe zij zich politiek moeten opstellen en Gods gerechtigheid moeten nastreven. In het verleden boden dekoloniale en bevrijdingstheologieën aan verarmde en gemarginaliseerde kerken een theologie voor politieke revolutie tegen de machten en krachten van het kolonialisme. Maar zodra deze kerken een zekere mate van politieke invloed hebben, vragen zij niet langer: hoe kunnen we dit onrechtvaardige systeem neerhalen? Zij beginnen nu te vragen: hoe kunnen wij onze systemen van gezondheidszorg, onderwijs en economie hervormen? Naarmate het mondiale Zuiden zichzelf verder bevrijdt van koloniale en postkoloniale onderdrukking, is het logisch dat de kerken daar zich bewegen van theologieën van politieke revolutie naar theologieën van politieke reformatie – waar Kuyper en Bavinck zich mee bezig hielden. God zij dank: er hoeft niet langer van alles afgebrand te worden, er moet nu opgebouwd worden.

6. Cultuur van nieuwsgierigheid en verbeelding
Ten zesde, en laatste, is er een reden die moeilijker onder woorden te brengen is. Mijn indruk is dat er een groeiende groep kerken bestaat die minder geïnteresseerd is in strijd tegen de cultuur en meer in culturele nieuwsgierigheid, innovatie en verbeelding. In plaats van voortdurend te strijden over een klein lijstje culturele kwesties, willen deze kerken hun culturen creëren en cultiveren, verkennen en erbij betrekken. Deze kerken stellen vragen als: hoe moeten gelovige christenen zich bezighouden met de wereld van mondiale handel, mode en kunstmatige intelligentie? Hoe moeten christenen nadenken over stedenbouwkunde en zonne-energie, economische tarieven en de Palestijnse kwestie? Het zijn allemaal enorm complexe en dynamische publieke vragen, die elk grote hoeveelheden christelijke wijsheid, nieuwsgierigheid en verbeeldingskracht vereisen. Ze zijn veel ingewikkelder dan een zwart-witcultuurstrijd van simpele tegenstellingen.
Kuyper en Bavinck schreven natuurlijk nooit over iets als kunstmatige intelligentie. Maar als je als christen diep en zorgvuldig wilt nadenken over de complexiteit van AI, bieden Bavinck en Kuyper je een unieke en krachtige methode om zulke complexe culturele vragen te benaderen. Zij geven je vijf essentiële instrumenten om AI te analyseren: 1) culturele nieuwsgierigheid, 2) bijbels onderzoek, 3) historische wijsheid, 4) creatieve verbeelding, en 5) publieke betrokkenheid. Als je hun methode volgt, zul je AI noch demoniseren, noch idealiseren. In plaats daarvan krijg je een diep respect en tegelijk behoedzaamheid voor de culturele potentie ervan. Bovendien kun je de Heilige Schrift en de christelijke theologie verbinden met de kernvragen rondom AI. In deze bijbelse en culturele wijsheid en verbeeldingskracht zit iets dat christenen in het mondiale Zuiden steeds meer aanspreekt. Ik weet niet precies waarom, maar ik ben vastbesloten deze vraag te blijven onderzoeken.

Slot
Ik begrijp goed waarom Nederlandse predikanten en theologen vandaag de dag Kuyper en Bavinck niet meer lezen. Deze twee geleerden maakten in de 19e eeuw echte fouten, ze hadden hun tekortkomingen en ze richtten ook schade aan. Daarvoor moeten ze terecht bekritiseerd worden. Toch vraag ik me af of mijn broeders en zusters in Nederland er niet verstandig aan zouden doen te leren van hun broeders en zusters in het mondiale Zuiden. Misschien zou u uw oude Kuyperboeken weer eens van de plank moeten halen en ze een tweede keer bekijken. Wellicht ontdekt u er nog verborgen schatten in.

Dr. M. Kaemingk is Mouw Professor of Faith and Public Life aan het Fuller Seminary in Pasadena, Californië.
Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

  • Raadplegingen: 61