39e jaargang nr. 5 (september 2025)
thema: Wij geloven - 1700 jaar Nicea
Teun van der Leer
Nicea bij evangelischen en baptisten
Als je een gemiddelde baptist of evangelisch christen zou vragen naar zijn of haar verhouding tot Nicea, zul je bij de meesten van hen hoogstwaarschijnlijk eerst uit moeten leggen wat je met Nicea bedoelt. In het gewone kerkelijk leven speelt het eigenlijk geen rol. En velen zullen, als ze doorhebben dat het om een geloofsbelijdenis gaat, geneigd zijn te zeggen dat ‘wij daar niet aan doen’. De meesten zullen zich herkennen in de bekende Amerikaanse slogan: No creed but the Bible!
Kortom, 1700 jaar Nicea leeft niet erg in deze hoek van de kerk. Op de websites van MissieNederland, de World Evangelical Alliance en de Lausanne Movement is er nauwelijks iets over te vinden. En baptisten zijn, samen met doopsgezinden wereldwijd, dit jaar meer bezig met een ander jubileum, namelijk dat van vijfhonderd jaar anabaptisme, de (geloofs)doop van Conrad Grebel en anderen in Zürich in 1525, die nu als het begin van de zogenaamde Radicale Reformatie wordt gezien.
Als baptisten zijn we over het algemeen nogal allergisch voor alles wat op papier wordt vastgelegd. Dat heeft veel te maken met onze ontstaansgeschiedenis en de keuze om een ‘vrije kerk’ te zijn ’onder Christus’, zonder bovenplaatselijk gezag. Daarnaast heeft het te maken met de nadruk op een persoonlijk geloof en een vrij geweten. Op die basis wordt men ook gedoopt. Dit betekent dat voor baptisten het geloof waarmee geloofd wordt (de zogenaamde fides qua, de daad van geloven) belangrijker is dan het geloof waarin geloofd wordt (de zogenaamde fides quae, de inhoud van het geloof).
Toch is dat niet het hele verhaal. MissieNederland participeerde van harte in de landelijke viering van de Raad van Kerken van 1700 jaar Nicea in Gouda op 14 juni 2025 en noemt de viering op haar website ‘een krachtig teken van eenheid in verscheidenheid, waarin de gezamenlijke belijdenis van Jezus Christus als Zoon van God centraal stond.’ En het toonaangevende evangelische opinieblad Christianity Today schrijft in haar recente mei-juninummer over ‘het afstoffen van de belijdenis van Nicea’. Zo valt er ook van baptistenzijde nog wel een ander, meer ‘Nicea-vriendelijk’ verhaal te vertellen.
Baptisten
Er zijn namelijk wel degelijk redenen om Nicea tot het geloofsgoed van de baptisten te rekenen, want de geloofsinhoud (fides quae) doet er voor hen toe. Bij de doop worden er naast het persoonlijk getuigenis ook doopvragen gesteld. Die vormen een zekere toets voor een duidelijk orthodoxe visie op Jezus Christus en op zijn verlossingswerk. Voor de meeste baptisten doet het er wel degelijk toe dat Christus ‘waarlijk God en waarlijk mens’ is, gestorven is voor onze zonden, lichamelijk is opgestaan, lichamelijk zal weerkeren en dat Hij aanbeden wordt samen met de Vader en de Geest. En dat zijn zaken die we niet zelf hebben ‘uitgevonden’, dat hebben we overgeleverd gekregen van de kerk(en) voor ons. De kerk is niet met ons begonnen; we staan op de schouders van kerkvaders en reformatoren. We zijn onderdeel van de kerk van alle tijden en van alle plaatsen.
Een mooi voorbeeld daarvan uit onze geschiedenis is de zogenaamde The Orthodox Creed uit 1678. Dat is een van de tientallen belijdenissen die baptisten wel degelijk kennen. Al zijn ze nooit bindend of universeel geweest, ze speelden een rol in een bepaalde context en tijd. Wat in deze belijdenis opvalt en uniek is, is dat in artikel 38 de volledige teksten zijn opgenomen van respectievelijk de Apostolische Geloofsbelijdenis en de belijdenissen van Nicea en van Athanasius. Daarmee wilde men toen onderstrepen dat men zich niet in een sektarisch isolement bevond, maar deel uitmaakte en wilde maken van de brede orthodoxie. Daarbij wordt zelfs in het voorwoord opgemerkt dat ‘het loochenen van de doop een minder groot kwaad is dan het loochenen van de Godheid of de mensheid van Christus.’
Een tweede voorbeeld is het oprichtingscongres van de Baptist World Alliance (BWA) in 1905 in Londen. Daar laat de eerste voorzitter Alexander McLaren in de eerste bijeenkomst alle aanwezigen staande het Apostolicum uitspreken. Juist nu men zich wereldwijd verenigt in een eigen lichaam, wil hij duidelijk maken dat de baptisten aansluiten bij de traditie van het historische orthodoxe christelijke geloof en dat zij onderdeel zijn van de ene, heilige, algemene en apostolische kerk.
Ruimte in de liturgie
Dus terwijl wij de nadruk leggen op de daad van geloven, doet het er wel degelijk toe wat we geloven. We kunnen en willen dat niet ‘van boven’ opleggen, omdat dit strijdt met onze congregationalistische, vrijkerkelijke ecclesiologie, waarbij tevens een vrije liturgie hoort, maar het gesprek daarover en de bezinning daarop gaan altijd door. En juist die vrije liturgie biedt ook mogelijkheden. Geloofsbelijdenissen als het Apostolicum en het Nicenum-Constantinopolitanum hebben hun wortels in de doopliturgie en zijn vooral bedoeld om ons geloof samen te belijden en te vieren. Het is niet zozeer een dogmatische tekst, maar veel meer een liturgische. Binnen een vrije liturgie kun je dus best plaats inruimen om een keer gezamenlijk je (orthodoxe) geloof te belijden en te vieren, bijvoorbeeld in een doopdienst. En daarmee kun je tegelijk je verbondenheid met ‘de kerk van alle plaatsen en van alle tijden’ belijden en vieren.
Verrassende uitkomst
Is dit nu wishful thinking van mij als theoloog en liefhebber van kerk en oecumene, of leeft dit breder? Om dat te peilen deed ik recent een klein verkennend onderzoek in de kerkapp van de baptistengemeente waar ik lid van ben. Daarbij vroeg ik gemeenteleden me te laten weten of ze wisten wat er met 1700 jaar Nicea bedoeld wordt en hoe ze dat inhoudelijk waardeerden. En dat leverde een voor mij verrassende uitkomst op. Om te beginnen wist men heel goed waar Nicea voor staat en ten tweede pleitte de meerderheid voor gebruik ervan in de liturgie. Zo schreef iemand die de tekst had opgezocht: ‘Als ik de woorden lees merk ik warmte, blijdschap, herkenning, puurheid, eenvoud, waarheid. Ik zou het best mooi vinden dat er ook af en toe zo'n geloofsbelijdenis klinkt ergens in onze dienst. Dat houdt mij fris, verrassend, boeiend en nieuwsgierig.’ Een ander schrijft: ‘Ik denk dat het belangrijk is. Het is een belijdenis waar christenen wereldwijd en door de eeuwen heen overeenstemming over hebben. Dat zorgt voor verbinding en duidelijkheid over wat we belijden als het belangrijkste van ons geloof of in Wie we geloven. Wat mij betreft zou het voorlezen of met elkaar uitspreken van de geloofsbelijdenis best een vaste plek in de dienst mogen hebben.’ Hetzelfde geluid klinkt bij een derde respondent: ‘Ik zou het zeker mooi vinden als een geloofsbelijdenis een (regelmatige) plek krijgt in onze diensten. Ik blijf het bijzonder vinden dat dit iets is dat de kerk door de eeuwen heen is blijven belijden. Het creëert ook een stukje verbondenheid met “de kerk van alle tijden, die slechts één vaste grond kent...” (om een andere klassieker aan te halen) en daar houd ik wel van in een tijd die steeds meer lijkt te draaien om wat ik denk, voel, wil en geloof...’
Die laatste zin onderstreep ik graag, want de valkuil om het geloof te veel te subjectiveren en te individualiseren is ons bepaald niet onbekend. Geloof is echter wel persoonlijk, maar nooit individualistisch. Christus is niet los verkrijgbaar; verbinding met Hem is verbinding met zijn lichaam, de kerk. Geloven doe je altijd in gemeenschap en alleen ‘samen met alle heiligen’ (Ef. 3:18) zijn we in staat de volheid van ons geloof te (be)vatten. Dat zijn alle heiligen horizontaal (over de hele aarde) alsook verticaal (door de hele geschiedenis). Daar vallen dan ook de concilievaders van Nicea in 325 onder.
Evangelischen
Wat de evangelischen betreft noemde ik al de participatie van MissieNederland bij de Nederlandse viering en de aandacht voor Nicea in Christianity Today. Tijdens de viering op 14 juni sprak de directeur van MissieNederland, Martine Versteeg, over ‘Geloof doorgeven van generatie op generatie’. Daarbij legde zij een duidelijk evangelisch accent door te benadrukken dat het doorgeven van geloof geen overdracht is van informatie, ‘maar een uitnodiging tot relatie met de Drie-ene God.’ De kracht van het evangelie ligt volgens haar ‘in de persoonlijke ontmoeting met Jezus.’ Daarom zijn we geroepen om ‘samen, over kerkmuren heen, een nieuwe generatie te helpen Jezus te leren kennen, lief te hebben en te volgen.’ Dat geloof moeten we, samen als kerken, blijven doorgeven. ‘Niet als erfstuk, maar als levend vuur. Want Jezus leeft. Toen, nu, en tot in eeuwigheid.’
Christianity Today begint met vast te stellen dat evangelicals die graag vasthouden aan het hoogste gezag van de Schrift, op hun hoede zijn als teksten of belijdenissen tussen mensen en het Woord van God komen te staan. Tegelijk constateert het blad dat er in toenemende mate gebruik wordt gemaakt van de Geloofsbelijdenis van Nicea in evangelische kerkdiensten. In een gesprek met meer dan een dozijn evangelische predikanten, auteurs en theologen probeert men dit te duiden en de uitkomst is interessant en ook weer verrassend. Diverse geïnterviewden wijzen erop dat men zich met het uitspreken van de geloofsbelijdenis aansluit bij de universele kerk om hetzelfde geloof te belijden. En is dat niet beter en krachtiger dan ‘alleen op eigen benen, op eigen gezag, op een eilandje’ ons (mijn?!) geloof te belijden? Een predikant die een aantal jaren geleden begon met het reciteren van de geloofsbelijdenis in de diensten, zag hoe met name onder jongeren het besef groeide dat ze er niet alleen voor stonden, en hoe hen dit bemoedigde. De geloofsbelijdenis herinnert hen eraan dat het christelijk geloof een grotere ruimte is waar je in kunt stappen, ‘ongeacht je emoties, of je je nu vurig en vol geloof voelt en God super reëel lijkt, of dat God ver weg lijkt.’ Een ander vergelijkt de belijdenis met het volkslied: zoals dat laatste je nationale identiteit vormt, zo vormt de belijdenis je kerkelijke identiteit. Met het afscheid nemen van de ‘traditionele liturgie’ en het omarmen van een ‘vrije liturgie’ hebben we het kind met het badwater weggegooid. Nu missen we een ankerpunt, een tegenwicht ‘tegen de waanzin die kan ontstaan wanneer persoonlijke openbaringen, het profetische en dergelijke, de boventoon voeren.’
Hoe representatief deze geluiden zijn en of dit ook in Nederland al zo sterk leeft, weet ik niet, maar het zal duidelijk zijn dat Nicea bij evangelischen en baptisten meer toekomst heeft dan verleden.
Dr. T. van der Leer is docent aan het Baptisten Seminarium aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Mailadres:
- Raadplegingen: 251