november 2003 (18e jaargang nr. 2)

Hoor ons loflied, overal!
Jongeren over Opwekkingsliederen en hun spiritualiteit1

Arie de Fijter

Het Liedboek voor de Kerken. Veel reformatorische en evangelische jongeren kennen het niet of nauwelijks. Een aantal bekende gezangen kunnen ze nog wel meezingen. En psalm 139 in de nieuwe berijming wordt vaak gezongen in belijdenisdiensten. Want dat is een persoonlijk lied. Net als bijvoorbeeld ‘Jezus, ga ons voor, deze wereld door’. Maar de meeste teksten van Huub Oosterhuis, Muus Jacobse en Jan Wit gaan aan hen voorbij. Veel jongeren zingen en aanbidden met Opwekkingsliederen. Want het gaat erom dat je met je hart zingt in je eigen taal.

Onbekend

Vaak is het zo dat de gezangen (en psalmen) uit het Liedboek gewoon niet bekend zijn, omdat er in veel gemeenten in de eredienst niet uit wordt gezongen. In de meeste Gereformeerde Bondsgemeenten wordt het Liedboek niet gebruikt. Daar zingt men in de erediensten de psalmen in de oude berijming, al dan niet ritmisch, soms afgewisseld met psalmen nieuw berijmd via de bundel ‘Psalmen in Tweevoud’. Er zijn wel ‘GB-gemeenten’ waar men uit het Liedboek zingt, maar die zijn in minderheid. Bij gemeenten van Confessionele snit worden naast de psalmen vanouds gezangen uit de ‘bundel van 1938’ gezongen. Maar ook daar verschijnen steeds meer andere liederen, of is men overgestapt op het Liedboek. In de Gereformeerd Kerken Vrijgemaakt was het Liedboek veelal een onbekende in de zondagse kerkdiensten. Men had, en heeft daar het eigen kerkboek. Nu de synode ruim 120 gezangen uit het Liedboek heeft goedgekeurd voor gemeentezang zal deze selectie het Liedboek wat bekender maken.
Ondertussen zijn veel jongeren uit al die gemeenten met heel andere liederen bezig. Met de Worship-CD’s van Michael W. Smith. En natuurlijk met opwekkingsliederen. Ze vinden de psalmen qua taal veel te ouderwets, gewoon niet te begrijpen. En de melodie is totaal niet eigentijds. Veel christelijke jongeren zingen graag ‘Opwekking’. Ook als ze van huis uit alleen de oude berijming van 1773 gewend zijn. In de Opwekkingsbundel vinden ze geloofstaal waar ze zich mee kunnen identificeren:

Een bijbelkringavond op de studentenvereniging C.S.F.R., een aantal jaren geleden.  Er wordt gezamenlijk gegeten. Het is gezellig. Studentikoze grappen vliegen over de tafel. Na het eten en de afwas komen kleine zwarte bijbeltjes met Statenvertaling uit de tas. Achterin staan de psalmen uit 1773. Bijbeltjes gekregen van opa of oma, ter gelegenheid van het doen van openbare geloofsbelijdenis. We zingen een aantal psalmen die passen bij het bijbelgedeelte dat die avond zal worden behandeld. Dat doen we staande, in een kring, uit eerbied. Een goed gebruik. Na een psalm of drie gaan de bijbeltjes dicht. We stappen over op de Ichtus-bundel. Daarin staan voornamelijk Opwekkingsliederen. De gitaar wordt gestemd, en na ‘Looft God, looft zijn naam alom’  klinkt nu ‘Wij blijven geloven dat onder miljoenen, de Heer van de schepping een plan met ons heeft’. En ‘Heer, U bent El-Elohim, daarom kom ik tot U’. Moeiteloos, lijkt het, gaat de sprong van 1773 naar onze eigen tijd. Alles wat er tussen ligt aan nieuwe berijming, aan Liedboek voor de Kerken, dat wordt overgeslagen.

Spiritualiteit

Wat maakt de ‘Opwekkingsliederen’ voor veel jongeren zo speciaal? Waarom vinden ze juist daarin datgene wat ze zoeken om hun geloof te verwoorden en God te aanbidden? Is er een ‘spiritualiteit’ van de Opwekkingsbundel?

Veel oudere gemeenteleden maken zich erg zorgen over de populariteit van  Opwekkingsliederen onder jongeren. Zijn die ‘liedjes’ niet veel te oppervlakkig en eenzijdig? Houd je het wel vol in het geloof met alleen maar aanbidding en lofprijzing en liederen vol verlangen? Ligt de nadruk niet teveel op de beleving en de emotie? Hebben juist de jongeren in hun woelige leefwereld niet de rauwe en ruige taal van de psalmen nodig? Zijn de psalmen (en gezangen) in hun spiritualiteit niet veel breder? In veel gemeenten zullen op discussieavonden, dergelijke ‘maren en bezwaren’ geklonken hebben. In zulke discussies ontstaat vaak een tegenstelling tussen de psalmen en gezangen enerzijds, en de opwekkingsliederen anderzijds. Vaak gaat de discussies tussen de ouderen en de jongeren in de gemeente hier over.

Op het webforum van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt (forum.gkv.nl) wordt ook flink gediscussieerd over het lied in de gemeente. Bij verschillende ‘topics’ kun je meepraten over het kerklied. Wie deze topics doorbladert krijgt een goede indruk van de visie die jongeren hebben. De gezangenkwestie op de laatste synode zal er mede debet aan zijn dat onder vrijgemaakten het kerklied een ‘hot issue’is. Veel jongeren kunnen niet goed begrijpen waarom de ‘ouderen’ vasthouden aan psalmen en gezangen alleen. Er moet toch ruimte zijn voor meer?

Aanbidding vanuit het hart

Opwekkingsliederen zijn aansprekend omdat ze gaan over een persoonlijke relatie met God. Het zijn persoonlijke liederen, die je vanuit je hart kunt zingen. De kracht van opwekking is dat je je met die liederen heel direct kunt richten tot God. De aanbidding van God staat centraal. Dat kan op een rustige manier, waarbij het ontzag voor God en Zijn heiligheid de nadruk krijgt: Ik kom in Uw heiligdom binnen. Maar je mag ook vrolijk zijn met the happy song: Ik kan wel blijven dansen, ik kan wel blijven zingen. Iemand zegt: ‘gewoon een heel vrolijk nummer. Daar kan ik alles in kwijt.’
Deelnemers aan het webforum benadrukken dat het erom gaat dat God wil dat wij Hem met heel ons hart aanbidden. Het gaat God erom dat je met volle overtuiging er achter kunt staan wat je zingt. Het gaat erom dat je het meent voor God. Hoe je dat dan doet en in welke vorm, dat staat op de tweede plaats. Maar voor de jongeren die van opwekkingsliederen houden is het duidelijk dat de tekst, melodie en muziek van Opwekking voor hen de beste vorm is om God te prijzen.

Taal uit onze eigen tijdzone

Maar ook met psalmen kun je God toch aanbidden? Sommige psalmen zijn indringende gebeden, of hartstochtelijke lofliederen. Dat kan waar zijn, maar de taal waar in ze geschreven zijn is niet van deze tijd. Een duidelijke opmerking hierover op het webforum: ‘God geniet er van als mensen met volle overtuiging en 'bezieling' van en voor hem zingen. En dat kan vaak beter met opwekking dan met psalmen. Gewoon, omdat ik het vredige Jeruzalem niet ken en ik de gedachtekronkels van de psalmisten soms niet kan volgen.’
Een andere jongere over het zingen van de psalmen: ‘Veel psalmen zing ik niet met volle overtuiging mee. Als ik ze zing vraag ik me af: wat zing ik eigenlijk? De teksten zijn toch ouderwets. Het is juist belangrijk om in je eigen woorden God te aanbidden. Met de tekst van veel Opwekkingsliederen kan ik helemaal meekomen in mijn beleving.’ De woorden zijn eenvoudiger en directer. En moeten liederen moeilijke teksten hebben? Moet er zoveel bijbelkennis in zitten? De relatie met God wordt in ‘Opwekking’ naar voren gehaald. Dat is juist goed.

Melodie en muziek

Op het vrijgemaakte forum werd fel gediscussieerd over het orgel. De ene opmerking wilde het orgel zo snel mogelijk verwijderen uit de kerk, om plaats te maken voor een band met drum en gitaar, terwijl er ook reacties waren die het recht en de schoonheid van de orgelmuziek juist verdedigden. In ieder geval blijkt dat veel jongeren niet zoveel kunnen met het orgel. Ze zien liever een piano, gitaren, een praiseband. Want een orgel dat opwekkingsliederen begeleidt is eigenlijk niets. De melodieën van opwekkingsliederen sluiten veel nauwer aan bij de belevingswereld van jongeren, dat wil zeggen bij de popcultuur. Veel opwekkingsliederen zijn ‘popachtig’. De melodieën van psalmen horen bij de cultuur van een andere generatie.

Andere geluiden

Niet alle jongeren denken er trouwens zo over. Op het forum van de vrijgemaakte kerken, maar ook op de EO-site klonken ook heel andere geluiden. Er waren jongeren die nogal sceptisch zijn over de diepgang van het opwekkingslied. En daarnaast komen ze op voor de waarde van de psalmen en gezangen in de eredienst. Worden sommige scherpe bijbelteksten niet afgevlakt in de liedteksten van Opwekking? Er werd gediscussieerd over Psalm 51, in de Opwekkingsbundel terug te vinden in nr. 389: Create in me a clean heart. Laat nr. 389 het geheel van Psalm 51 (met zijn context) wel staan? En hoe zit het met de vijanden uit Psalm 139, die in Opwekking nr. 518 niet terug te vinden zijn?
Op een jongerenbijeenkomst werd onlangs de opmerking geplaatst: Waarom zingen we niet meer scherpe teksten als bijvoorbeeld Psalm 50:8,9, en 10 (nieuwe berijming)? Want door zulke verzen te zingen onthouden we tenminste nog hoe we als mens kunnen zijn, en welke consequenties dat heeft voor ons leven met God. In het licht van zo’n opmerking is de scepsis van sommige jongeren naar de Opwekkingsliederen goed te begrijpen.

Conclusie

Is er nu een speciale spiritualiteit die bij de Opwekkingsbundel hoort? In ieder geval is duidelijk dat veel reformatorische / gereformeerde jongeren zich thuisvoelen bij de manier van aanbidden van Opwekking. Ze vinden daarin iets van hun eigen tijd waarmee ze God kunnen aanbidden, op hun manier. De melodie, het ritme, en de eigentijdse taal spreken hen aan. Ze kunnen er hun gelovige ei in kwijt. Bij het Liedboek voor de Kerken vinden ze veel minder van hun eigen geloofsbeleving terug. Daarnaast zijn er ook jongeren die sceptisch zijn. Ze zijn bang dat de psalmen en gezangen steeds minder aandacht en waardering krijgen. De eigenheid en tegendraadsheid van die liederen willen ze vasthouden.

Noot:

1. Voor dit artikel baseer ik me op opmerkingen van, en gesprekken met een aantal jonge christenen om mij heen die ik tegengekomen ben op jeugdclubs, op op studentenverenigingen en in mijn eigen gemeente. Daarnaast heb ik op een aantal internetfora (www.forum.gkv.nl en www.eo.nl discussies meegelezen over opwekkings- en aanbiddingsliederen en over de plaats van het kerklied in de gemeente. De zinsnede Hoor ons loflied, overal! komt uit Opwekking nr. 553: Laat het feest zijn in de huizen.

 

Afdrukken