35e jaargang nr. 4 (maart 2021)
thema: Als christenen gaan stemmen.....

Jeroen Hagendijk
Redactief 

Het is 1 mei 1933. Op de Dag van de Arbeid zijn op Union Square in New York duizenden arbeiders samengestroomd. De ‘Internationale’ wordt gezongen en er worden speeches gehouden. Ook Dorothy Day, 35 jaar oud, bevindt zich in de menigte. Maar zij luistert niet naar de toespraken. Ze deelt het eerste nummer uit van The Catholic Worker, een krant die ze samen met Peter Maurin heeft opgericht. Iedereen op dat plein kende het communistische blad The Daily Worker. Maar een katholieke variant hierop? Wat moest dat dan zijn?
Met deze scene begint Jim Forest zijn biografie over Dorothy Day: Alles is genade. Het is een prachtige titel voor een indrukwekkend leven. Dorothy was het kind van welgestelde ouders, die niet gelovig waren. Al op jonge leeftijd ontwikkelt zij een sterk gevoel van verbondenheid met de arme arbeidersbevolking in de grote steden. Ze gaat werken als journalist bij socialistische en linkse kranten en wordt politiek activist.
In de loop van haar leven trekt de katholieke kerk haar steeds meer. In haar autobiografie schrijft Dorothy dat een vriend van haar eens zei dat het in Frankrijk tegenwoordig in de mode is om katholiek te zijn. ‘In Amerika was dat niet het geval. De katholieken hier waren de Ieren, de Italianen, de Hongaren, de Litouwers, de Polen. Het was de grote menigte armen, de arbeiders. Alleen al dit feit trok me aan tot de Kerk.’ Als ze 30 jaar oud is laat Dorothy zich dopen. Nogal wat oude socialistische vrienden begrijpen deze stap maar moeilijk. De kerk was immers een instituut van de status quo. Daar viel, evenals van de overheid, niet veel van te verwachten. Dorothy is het daar niet mee eens. Ruim vier jaar na haar doop richt ze The Catholic Worker op om de lezers te laten weten dat de katholieke kerk een sociaal programma heeft en dat er mensen zijn die zich niet enkel om hun geestelijke, maar ook om hun materiële welzijn bekommeren. The Catholic Worker breidt zich uit tot een maatschappelijke beweging die zich ontfermt over de armen en een radicaal pacifistisch standpunt predikt in een tijd vol oorlog.
Inspirerend aan Dorothy Day is dat haar politiek activisme als vanzelf samenvalt met haar geloof in het evangelie. Nergens in de biografie vinden we ingewikkelde discussies over wat Christus van haar vraagt. De onmiddellijke verbinding van het evangelie aan het maatschappelijke leven is inhoudelijk en tegelijk eenvoudig. Het gaat niet om allesomvattende partijprogramma’s of ‘christelijke’ belangen, maar om recht en vrede.
Het is te kort door de bocht om de christelijke compromis- en coalitiepolitiek van onze dagen af te doen als slappe was die het niet haalt bij een icoon als Dorothy Day. George Harinck stelt dat deze compromispolitiek de prijs is voor de geestelijke vrijheid die zij biedt. En die prijs is deze vrijheid waard. En toch schuurt het. Is in dit politieke model ‘christelijke’ politiek wel mogelijk? Dat vraagt Karel Blei zich af. En geven niet-christelijke partijen soms geen beter antwoord op de brandende issues van vandaag? Aldus Paul Visser. Met 17 maart voor de deur — de verkiezingen zijn op het moment van schrijven (nog) niet uitgesteld — wil dit nummer de verbinding tussen onze politieke keuzes en het evangelie bevragen. Is die verbinding mogelijk en hoe dan? Of dat in de verschillende bijdragen naar het voorbeeld van Dorothy Day met inspiratie en eenvoud gebeurt, mag u als lezer beoordelen.

Jeroen Hagendijk is predikant van de Hervormde Gemeente te Willige Langerak en eindredacteur van Kontekstueel. Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Afdrukken