34e jaargang nr. 5 (mei 2020)
thema: de Geest delen

Redactief
Jeroen Hagendijk

Toen ik twee jaar geleden afstudeerde, had ik het geluk dat een afzwaaiende dominee mij uitnodigde om in zijn bibliotheek te komen grasduinen en voor een habbekrats mijn auto vol te laden. Ik kende deze man niet, dus we maakten kennis. Hij wilde weten wat ik las, welke theologen ik goed vond, en wat ik zoal gebruikte voor de preekvoorbereiding. Ik gaf duidelijk de verkeerde antwoorden, want steeds begon hij zachtjes te lachen en reageerde dan: ‘nee, je kunt beter dit gebruiken’, of ‘wíj lazen vroeger dit’, of ‘dat vonden we maar niks.’ Volgens mij was dit goedbedoelde commentaar bij zijn generositeit een spoor van een kerkcultuur waarin onderlinge verschillen nogal werden aangezet; een helder onderscheid tussen wat deugt en wat niet deugt.

Zo’n sterke profileringscultuur is inmiddels verdwenen. En gelukkig maar, want we hebben ook niet meer de luxe om elkaar de tent uit te vechten in de kerk. Naar mijn idee hebben theologiestudenten nu minder moeite met diversiteit. Misschien omdat ze niet belast zijn met een haarkloverig verleden, of misschien vanwege de verdienste van docenten die hen trainen om diversiteit te waarderen.

In een inclusieve cultuur waarin onderlinge verschillen niet meteen obstakels vormen, wordt een oecumenische agenda paradoxaal genoeg minder urgent. Als ik voor mijzelf spreek: veel van wat omtrent de oecumene tijdens de opleiding voorbij kwam, heeft nooit zo willen beklijven. Ik heb de drijfveer nooit zo gevoeld. Ik bedoel dat niet nonchalant alsof ik de zoektocht naar kerkelijke eenheid onnodig zou vinden. Het was meer alsof ik die kerkelijke eenheid al ervoer.

Nu werk ik in mijn eerste gemeente. Er is goed contact tussen de verschillende kerken. Samen met de pastoor bereiden we ieder jaar een aantal gezamenlijke vieringen voor. Op hervormingsdag leidt hij mijn catechisanten rond in zijn kerk. Hij leest ons kerkblad en op mijn beurt benijd ik hem om zijn boordje. Helaas mag ik niet meedoen aan de eucharistieviering in zijn kerk. Dat is erg jammer, maar ik kan er niet boos om worden. Er is immers veel wat we wel delen.

De herkenning in de waarheid, en de relativering van de verdeelde werkelijkheid; is dat spirituele oecumene? Geert van Meijeren neemt ons in zijn Bijbelstudie mee naar het evangelie volgens Johannes en werkt toe naar precies dit onderscheid, dat Barth ooit maakte: het verschil tussen waarheid en werkelijkheid. Het is een mooie bijdrage om mee te beginnen.

Mocht u niet de gelegenheid vinden om het vorig jaar verschenen, dikke boek van Herman Speelman en Klaas van der Zwaag over Spirituele Oecumene te lezen, dan kunt u met dit nummer van Kontekstueel toch een beetje uit de voeten. Met het oog op de bijdrage van Gerard den Hertog deel ik nog even dat de Duitse tekst van de besproken verklaring online gemakkelijk gevonden kan worden door even te zoeken naar ‘Ökumenischer Arbeitskreis’ in combinatie met ‘Abendmahl’. Moet goedkomen.

J.J. Hagendijk is predikant van de Hervormde Gemeente Willige Langerak en eindredacteur van Kontekstueel.
Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

 

 

Afdrukken