33e jaargang nr. 3 (jan. 2019)
thema: Zorg voor de schepping

C. Hendriks
Die hemel en aarde gemaakt heeft

Als voorganger krijg je met enige regelmaat ideeën aangereikt met de vraag daar wat mee te doen in een preek. Meestal neem ik dat voor kennisgeving aan en vervolg ik mijn levensweg. Bij het pamflet ‘Messentrekkers bij de Nachtwacht’ van Koos van Noppen was dat anders. Ik werd geraakt door zijn opmerking dat hij de beginwoorden van iedere protestantse kerkdienst niet meer zonder emotie kan aanhoren. Bij een receptie in die dagen sprak ik hem over zijn pamflet. ‘Grijp ze bij de strot’, zei hij toen we weer afscheid namen.

‘Onze hulp is de naam van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft’. Dat is het laatste vers van Psalm 124 in de Nieuwe Bijbelvertaling. Iedere zondag klinken deze woorden of een variant hierop. Maar wat betekent dat ‘die hemel en aarde gemaakt heeft’? Het verwijst naar God als schepper. God is de Schepper van hemel en van aarde, belijden we ook in het Apostolicum. Hij heeft alles gemaakt wat we om ons heen kunnen zien. Hij heeft ons mensen gemaakt. Hij heeft mij gemaakt. De aarde en alles wat er leeft is zijn eigendom. Het is een van de pijlers van de Bijbel en daarmee van het christelijk geloof. Ik ga hier nu even voorbij aan de vorig jaar nieuw leven ingeblazen discussie over de betekenis van Genesis 1, de verhouding tussen schepping en evolutie. In het Oude Testament, maar ook in het Nieuwe Testament, wordt God heel vaak aangeduid als Schepper. God zorgt voor zijn schepping, Hij onderhoudt zijn schepping. En de mens, die gemaakt is naar het beeld van God, krijgt heerschappij over de schepping. De mens krijgt de opdracht de schepping te bewaren en te onderhouden, te bewerken. De mens mag alle levende dieren en vogels namen geven. Wat betekent die opdracht? Wat moet ik dan doen? En wat doe ik daadwerkelijk? Van binnen en buiten de kerk wordt mij informatie aangereikt dat de aarde er niet goed voor staat. Dat de beweging die we al jaren maken met elkaar niet goed is. Het gebruik van grondstoffen leidt tot uitputting. De vervuiling van lucht, water en land stijgt exponentieel. De gemiddelde temperatuur loopt op waardoor grote delen van het vasteland onder water zullen lopen. De vraag naar voldoende drinkbaar water vormt steeds meer een kwestie.

Bij dit alles is er sprake van een grote en groeiende ongelijkheid tussen mensen. De bekende tachtig-twintig regel is overal op van toepassing. Twintig procent van de mensheid verbruikt tachtig procent van de middelen en die verhouding geldt ook voor de vervuiling, en is eveneens van toepassing op bezit en op transport. En ik hoor als bewoner van een westers land bij die twintig procent! Terwijl ik iedere zondag in de kerk te vinden ben en daar mijn Schepper bezing en luister naar zijn stem. Maar eenmaal weer buiten de kerk doe ik gewoon mee met het onrecht en het vernietigen van wat mijn Maker gemaakt heeft. Net als die messentrekker bij de nachtwacht in de jaren zeventig. Ik moet wel schizofreen zijn. Of is er iets anders aan de hand?

De zondag en de maandag (1)
In een eenvoudig hervormd gezin groeide ik op. Op gereformeerde grondslag natuurlijk, dat wel; op de Veluwe, hartje Biblebelt. Iedere zondag twee keer naar de kerk. De tweede dienst een leerdienst waarin belijdenisgeschriften werden behandeld. Vooral de Heidelbergse catechismus. Maar welke tekst ook aan de orde was, het ging altijd over wat ik nu maar samenvat als ‘de rijke Christus voor de arme zondaar’. En die rijkdom was dan vooral geestelijke rijkdom, en die armoede geestelijke armoede. Het verschil tussen die rijkdom en die armoede was enorm, de afstand bijna niet te overbruggen. Over alles wat gezegd werd hing de deken van de voorbestemming. Dordt, vandaag 400 jaar geleden, was nooit ver weg. O, die uitverkiezing! De opdracht in het leven was vooral om met God ‘in het reine’ te komen, om genade te vinden. Die genade was nodig om bij God in de hemel te kunnen komen. Alles stond in het teken van het leven na dit leven. Het dagelijkse leven hier en nu was nauwelijks van belang. Hooguit de geestelijke component van dat dagelijks leven, je geestelijk welzijn. Rust vinden bij God. De twijfel en onzekerheid over je eeuwige bestemming overwinnen. Daar had je je handen meer dan vol aan. Voor meer praktische zaken was geen tijd over. In later tijden – zo herinner ik mij – werd die enorme kloof wel veel kleiner. Als je geloofde in de Here Jezus dan waren je zonden nu al vergeven. Dan gold de genade van God nu al voor jou. Dan was je nu al in genade aangenomen. Het eeuwige leven was dan hier en nu al begonnen. Maar hoe dat er dan uitzag en hoe je dan concreet je dagelijks leven invulde bleef vaag en veelal onbenoemd. Kerk en wereld bleven gescheiden. Geloof en wetenschap hadden niets met elkaar. Tussen de zondag en de maandag en de volgende dagen in de week was zeker geen directe lijn.

De zondag en de maandag (2)
Het pamflet van Koos bleef dit voorjaar rondzingen in mijn hoofd. Daardoor viel mij op wat mensen in de kerk mij achteloos vertelden. ‘Ik kan die datum niet vergaderen want dan ben ik een weekje met mijn vrouw naar Ibiza.’ Dat kan haast niet anders dan met een vliegtuig en ik begreep dat het ticket ‘onwaarschijnlijk’ laag geprijsd was op dat tijdstip. ‘Ik was niet op de laatste vergadering want mijn keuken werd verbouwd.’ Maar je woont toch in een vrij nieuw huis? ‘Mijn dochter heeft haar rijbewijs gehaald en dus heb ik maar gelijk een autootje voor haar gekocht.’ Maar ze studeert toch nog? En dan heb ik het over uitspraken van ambtsdragers, mensen in het hart van de gemeente.

Naar aanleiding van ‘Messentrekkers bij de Nachtwacht’ maakte ik deze zomer een preek op basis van Psalm 124 vers 8b. Bovengemiddeld veel reacties na afloop in de consistorie of bij het handen geven bij de uitgang. ‘Hier wordt bij ons nooit over gepreekt.’ ‘Fijn dat u dit zo aan de orde stelt, we zijn er met de diaconie net mee bezig hoe we om moeten gaan met het milieu maar we weten nog niet hoe.’ ‘Maar weet u wel dat wij een groene kerk zijn?’ Dat wist ik niet maar ik begreep dat je al een groene kerk bent als je alleen maar aangeeft dat je mee wil doen, dat je er over na wilt denken. Dan is er dus nog niets veranderd! Alleen is er een bordje bij de deur geschroefd waarop staat ‘Groene kerk’. ‘Goede terugreis dominee, het is toch een heel eind fietsen nog naar Ede.’ Die had het dus begrepen! Alles overziende denk ik dat de conclusie moet zijn dat we in onze gemeenten een blinde vlek hebben voor het milieu. Maar we schenken toch Fair Trade koffie en we gebruiken geen plastic bekertjes meer? En we hebben zonnepanelen op het dak van ons verenigingsgebouw! Prima natuurlijk allemaal, maar daar gaan we de aarde niet mee redden. Het zal om ons zelve gaan om het met een dichtregel te zeggen. En wat ik al eerder ontdekte als ik in een preek ons werk en ons geld betrek: ‘Raak mij met uw preek vooral in mijn hart en in mijn ziel maar liever niet in mijn portemonnee en in mijn levensstijl.’

Calvijn en Luther
Ons gereformeerde belijden is sterk geworteld in de Reformatie. Die Reformatie beslaat het hele leven. Die Reformatie gaat ook over de economie in al haar facetten. Over onze huishouding dus; ons dagelijks leven. Het renteverbod ging eraan als het om zakelijke leningen ging. Roeping en beroep werden gelijk gesteld, want elk beroep is een goddelijk beroep. Het is belangrijk trouw te zijn in je beroep. Van je bezit deel je met hen die het minder getroffen hebben, je houdt niet alles voor jezelf. Honderd jaar geleden promoveerde iemand op ‘Calvijn en de economie’. Kalvinismus und Kapitalismus is de titel van een boek uit die tijd: de Weber-these ontstond. Wie hoor je er vandaag nog over? Hooguit wordt nog in een bijzin ten onrechte gesproken over ons zogenoemde ‘calvinistische arbeidsethos’. Maar als je de Bijbel leest met een economische bril op dan staat elke bladzijde vol met aanwijzingen voor een goed dagelijks leven. De geboden vijf tot en met tien uit Exodus 20 raken in eerste instantie onze (staats)huishouding. Vandaag leggen we deze teksten vooral geestelijk uit. Dan is het niet verwonderlijk dat het milieu, economische ongelijkheid en ons voedsel niet hoog op de geloofsagenda van kerkgangers staan, en dat de economie, niet langer gehinderd door enige moraal, geheel haar eigen gang gaat. Daarom hebben we trouwens ook de naam van het vak staatshuishoudkunde veranderd in economie. Staatshuishoudkunde was een sociale wetenschap en economie valt onder de exacte wetenschappen als natuurkunde en wiskunde. Daar is geen moraal bij nodig.

Het bijzondere is nu dat het er op lijkt dat er een kentering in het denken over economie en milieu en zingeving op gang komt vanuit de economische wetenschap zelf. Het lijkt erop dat er een besef aan het ontstaan is dat het zonder moraal niet gaat – niet geïnitieerd door gelovigen of op Bijbelse gronden, helaas, maar omdat ons economische systeem zelf tegen grenzen aanloopt. Dat de opwarming van de aarde moet stoppen om toekomstige generaties ook een toekomst te bieden. Dat grondstoffen in hoog tempo opraken en we dus moeten zoeken naar alternatieven. Dat de plastic soep uit zee moet worden verwijderd om de zee leefbaar te houden. Dat we daarom naar een meer circulaire economie moeten en naar een economie van het genoeg. In de jaren tachtig vroeg Bob Goudzwaard daar al aandacht voor vanuit christelijke hoek maar hij vond (te) weinig gehoor. Ik denk dat het vandaag heel missionair is om vanuit de Bijbel en het gereformeerde belijden opnieuw bouwstenen aan te dragen voor het dagelijkse, economische leven. Ik meen dat discipelschap – waar we vandaag in de kerk veel over praten – heel goed ingevuld kan worden door een actieve inzet tegen onrecht en vervuiling. Dat wij als volgelingen van Jezus meer onderscheidend gaan leven door eenvoudiger en langzamer te gaan leven. Niet in een klooster maar midden in de samenleving, op de werkvloer, waar we door God geroepen zijn om onze plek in te nemen. ‘Verkondig het evangelie, desnoods met woorden.’ Dat doet wel pijn. Minder vlees eten terwijl ik dat zo lekker vind. Minder verre bestemmingen bezoeken. Korter douchen, minder naar de sauna. Met een aantal onderwerpen helemaal stoppen. Mijn vele autokilometers rechtvaardigen met het argument dat ik een schone diesel rijd, kan niet meer. Het argument dat ik omdat ik zo hard en veel werk extra mag genieten gaat niet meer op.

De zondag en de maandag (3)
Wat is het effect als ik hier bewust mee bezig ga? Als ik dit alleen doe is het toch veel te weinig om het tij te keren? Het gaat mij als individuele christen toch nooit lukken om het bederf van deze aarde te keren? Is het niet verstandiger om me alleen op mijn geestelijk leven te richten? Kunnen we het onderscheid tussen de zondag en de maandag niet beter in stand laten? Waarschijnlijk is dit het belangrijkste bezwaar om als gelovige niet in beweging te komen. Het haalt toch allemaal niets uit. Maar het gaat dan ook helemaal niet om het wereldwijde effect. Ik moet die maakbaarheidsgedachte loslaten, het gaat niet primair om het resultaat! Het gaat er in de eerste plaats om dat ik God als Maker van de schepping erken. Dat ik Hem eer met mijn dagelijkse leven. Dat ik als gelovige iedere dag besef dat alles om mij heen niet van mij is maar van mijn Schepper. Dat het leven zelf mij iedere dag opnieuw gegeven wordt. Dat ik een afhankelijk leven leid! Dat is niet gemakkelijk en dat gaat niet zonder pijn. Gelukkig hoef ik het niet alleen te doen. Psalm 124 zegt ‘Onze hulp is de naam van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft’. De naam van de Heer is mijn hulp. Die naam is mijn redding. Hoe is Zijn naam? Ik lees opnieuw de Joodse Bijbel, het Oude Testament, waar God, de Schepper van hemel en van aarde, zich bekendmaakt. ‘Wie kan ik zeggen die mij gezonden heeft?’, vraagt Mozes. ‘Ik ben die Ik ben’, is het antwoord. ‘Ik ben die was, die is en die zijn zal. Ik ben de erbij zijnde. Ik ben de onveranderlijke. Ik ben met je. Ik ben voor je, in alle omstandigheden van het leven. Er gebeurt niets buiten Mij om.’ Musjes vallen van het dak maar niet buiten de Vader om. Er valt geen haar van je hoofd zonder dat God erbij is. Dat is geloofstaal. Dat is taal van vertrouwen. Ik denk aan Paulus. Als God voor ons is wie zal tegen ons zijn? Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft maar Hem voor ons allen heeft overgeleverd. Hoe zal Hij ons ook niet met Hem alle dingen schenken? ‘Onze hulp is de naam van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft.’ ‘Ik kan die woorden niet meer zonder emotie aanhoren’, schrijft Koos in zijn essay. Ik begrijp dat na deze herlezing. Ik begrijp zijn oproep tot een eenvoudiger, langzamer leven. Ik begrijp zijn zorg voor de schepping en ik deel die zorg. Ik begrijp zijn oproep aan mij om zorgvuldig met de aarde om te gaan. Om zorgvuldig te leven. Uit respect en met eerbied voor de Eeuwige, de Levende. De erbij zijnde, Ik ben die Ik ben. Geprezen zij Zijn naam.

Ds. Cees Hendriks is 6 januari bevestigd als interim predikant in de Protestantse Kerk. Hij is betrokken bij de pioniersplek Centrum voor Geloof en Werk.

Mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


Afdrukken